Meervalachtigen
De orde Siluriformes

De vissenorde Siluriformes van de Beenvissen. Het lichaam is naakt of bedekt met beenplaatjes, die een pantser vormen of in rijen zijn gerangschikt. Schubben zijn nimmer aanwezig. Rond de mond bevinden zich een tot vier paren baarddraden. In de baarddraden bevinden zich smaakzintuigen, waarmee de vissen, die doorgaans op de bodem leven en in de nacht actief zijn, hun voedsel vinden. Achter de rugvin is bij tal van soorten een vetvin aanwezig. De borstvinnen kunnen evenals de rugvin een krachtige stekel dragen. Naast de kieuwademhaling kunnen talrijke soorten atmosferische lucht ademen en hieraan, hetzij in de darm, hetzij in accessorische ademhalingsorganen, zuurstof onttrekken. Hierdoor kunnen deze soorten (o.a. pantsermeervallen) in zuurstofarme wateren leven. Vele soorten leven van vergane plantendelen en algen, andere vullen dit menu aan met kleine bodemdieren, terwijl een geringer aantal zich voedt met vissen en andere waterdieren.
1. Indeling
De orde wordt verdeeld in ca.
30 families, met samen meer dan 2200 soorten. Het merendeel bewoont het zoete water van de
tropen (vooral Zuid-Amerika, hier ca. 1300 soorten). De gepantserde soorten behoren tot de
families Doornmeervallen (Doradidae),
Pantsermeervallen (Callichthyidae) en
Harnasmeervallen (Loricariidae), die uitsluitend in Zuid-Amerika voorkomen.

De Pantsermeervallen kunnen in moerassen leven, terwijl de Harnasmeervallen aangepast zijn aan het leven in snelstromende wateren. Hun mond is tot een zuigschijf gevormd, waarmee zij zich aan de ondergrond vastzuigen. Zij leven van algen, die van stenen e.d. worden geschraapt.

In zee leven de Koraalmeervallen (Plotosidae) en de Christusvissen (Ariidae). De Koraalmeervallen bezitten gifklieren aan de bases van de harde borstvinstralen en de eerste rugvinstraal. De Christusvissen danken hun naam aan het kopskelet, dat aan de onderzijde van de schedel een beeld te zien geeft dat op de gekruisigde Christus lijkt.
Tot de in Noord-Amerika levende Katvissen (Ictaluridae) behoort de Amerikaanse dwergmeerval (Ictalurus melas), die veel als aquariumvis voor koudwateraquaria wordt gehouden en als gevolg daarvan in o.a. Nederland verwilderd in het buitenwater voorkomt.
De familie Meervallen (Siluridae) omvat de grootste soorten. Kleine soorten met een doorzichtig lichaam behoren tot de Glasmeervallen (Schilbeidae). Verschillende soorten van deze familie zwemmen, in tegenstelling tot andere meervallen, in het vrije water en voeden zich met dierlijk plankton. De siddermeerval (Malapterurus electricus) is de enige soort van de familie Malapteruridae. Hij leeft in het zoete water van tropisch Afrika en beschikt over een elektrisch orgaan, waarmee hij tot 350 volt sterke ontladingen kan afgeven. De Rugzwemmende meervallen (Mochocidae) van Afrika zijn gekenmerkt door het bezit van geveerde baarddraden. Enkele soorten zwemmen voortdurend, of af en toe, op de rug. Bij deze soorten is de buikzijde donker gekleurd en niet licht, zoals bij normaal zwemmende vissen het geval is.
Drie soorten van het geslacht Synodontis (S. petricola, S. multipunctatus, S. eurystomus) 'smokkelen' hun eieren bij bepaalde muilbroedende cichliden naar binnen op het moment dat de cichliden hun eigen eieren leggen en in de bek nemen om daar uit te broeden. De eieren van de meervallen komen eerder uit dan die van de cichliden en eten de eieren van de pleegmoeder op.
In Zuid-Amerika komt de familie Parasitaire meervallen (Trichomycteridae) voor. Zij zijn zo dun dat zij wormachtig lijken. De candiru's (Vandellia) kunnen bij badende mensen en andere zoogdieren de urinewegen binnendringen en daar infecties veroorzaken. Bij bepaalde vissoorten leven zij in de kieuwholte en voeden zich daar met bloed en kieuwweefsel.
De soortenrijke familie van
de Antennemeervallen (Pimelodidae) komt voor in Zuid-Amerika. Zij bezitten lange
baarddraden. Onder hen bevinden zich belangrijke consumptievissen voor de inheemse
bevolking. Ook Pantser- en Harnasmeervallen worden ondanks hun harde pantser gegeten,
bijv. de kwikwi (Callichthys callichthys) in Suriname.
Tot de Afrikaanse en
Aziatische familie van de Roofmeervallen (Clariidae) behoort Clarias gariepinus, die
behalve in Afrika ook in West-Europa geteeld wordt voor de consumptie.
2. Aquariumvissen
Talrijke soorten van de
Meervalachtigen worden als aquariumvis gehouden, vooral de soorten van de geslachten Corydoras, Brochis en Dianema uit de familie Pantsermeervallen, van
Hypostomus, Loricaria, Farlowella en Otocinclus uit de familie
Harnasmeervallen, de vederbaardmeervallen (Synodontis) uit de familie Rugzwemmende
Meervallen uit Afrika, van de geslachten Eutropiellus en Parailia (Afrika) uit de familie
Glasmeervallen en Kryptopterus uit de familie Meervallen. De meeste meervalachtigen zijn
eenvoudig in aquaria te houden.

De kleine soorten van de Pantsermeervallen worden vooral gehouden voor het opruimen van voedselresten, die op de bodem belanden. Hou er wel rekening mee dat dit opruimen niet mag uitmonden in opruimen van bedorven voedsel want daar kunnen ze echt niet tegen. Zij houden van een zachte bodem en zijn bestand tegen lage zuurstofgehalten.
De Harnasmeervallen zijn wat moeilijker te houden, omdat zij hogere eisen stellen aan het zuurstofgehalte en zich voeden met algen. De vederbaardmeervallen zijn evenals de Pantsermeervallen alleseters. De Glasmeervallen zijn rustige, in scholen levende dieren. Alleen gehouden verschuilen ze zich dus hou ze in schooltjes van minimaal 5.
Voor het laatst gewijzigd op
19 februari 2006 © Wilbo
Home