Otocinclus Affinis
Gouden Otocinclus (Dwerg-algeneter)
| Familie | Loricariidae (Harnasmeervallen) |
| Onderfamilie | Hypoptopomatinae |
| Synoniemen | geen |
| Kenmerken | Ze bezitten een onderstandige bek die ook dienst doet als zuignap. De flanken zijn zilverwit. Vanaf het kieuwdeksel tot de staartwortel loopt een brede zwarte lengtestreep. De vinnen zijn kleurloos en ongevlekt. Zij hebben geen vetvinnen. |
| Lengte | Tot ongeveer 6 cm |
| Geslachtsonderscheid | Niet bekend |
| Leeftijdsverwachting | 5 tot 7 jaar |
| Temperatuur | 21 tot 25 graden Celsius |
| Watersamenstelling | Niet veeleisend maar het water moet wel kristalhelder zijn |
| Voedsel | Uitsluitend plantaardig, bijvoeren met voedertabletten voor grondvissen is verstandig als er weinig algen zijn want dan blijven ze algen eten. Om ze gezond te houden is een stukje (kien)hout in het aquarium beslist noodzakelijk. |
| Oorsprongsgebied | Zuidoost Brazilie, in de
zuurstofrijke snelstromende wateren in de streek van Rio de Janeiro. Bij
voorkeur in een stroom die rijk is aan een weelderig plantenbestand met wat
algengroei.![]() |
| Kweekvormen | Niet bekend |
| Kweek | Ei afzetting op substraat (met name planten). De O. Affinis eet de eitjes niet zelf maar er is kans dat andere vissen de eitjes opeten, daarom de eitjes in een kweekbakje doen. |
| Sociale eigenschappen | Het is niet perse nodig maar ze houden van gezelschap van soortgenoten. Ikzelf heb het idee dat je er minimaal 5 moet hebben. |
| Huisvesting | Kunnen in zowel kleine als grotere aquaria, mits voldoende schuilmogelijkheden |
| Advies | Een pracht van een kleine algeneter die niet mag ontbreken |
| Opmerkingen | Otocinclus flexilis lijkt heel veel op de Otocinclus affinis: de flexilis heeft wel vlekken op de rug-, aars- en buikvinnen. |
Aan hun grootte is niet te zien dat de Otocinclus-soorten behoren tot de orde van de harnasmeervallen, meer bepaald tot de onderfamilie van de Hypoptopomatinae . Met hun lengte van maximaal 6 cm zijn ze de kleinsten onder de meervallen.
Er zijn ongeveer 15 verschillende soorten bekend. Ze worden gekenmerkt door een heel slank lichaam dat bedekt is met beenplaatjes. Ze bezitten een onderstandige bek die terzelftertijd dienst doet als zuignap. De flanken zijn zilverwit, terwijl er vanaf het kieuwdeksel tot de staartwortel een brede zwarte lengtestreep loopt. De vinnen zijn kleurloos en ongevlekt. Zij hebben geen vetvinnen. Een vis die heel veel op de Otocinclus affinis lijkt is de Otocinclus flexilis: de laatste heeft wel vlekken op de rug-, aars- en buikvinnen.
De Otocinclus affinis leeft in de zuurstofrijke snelstromende wateren in de streek van Rio de Janeiro in Brazilië (Zuid-Amerika). Zijn lievelingsbiotoop is een stroom die rijk is aan een weelderig plantenbestand met wat algengroei. Dit maakt dat hij uitermate geschikt is om te houden in aquaria die zijn ingericht voor Zuid-Amerikaans gezelschap. Kienhout, aangepaste stenen en een grote variëteit aan planten,vormen immers de basis voor een goed uitziende Zuid-Amerikaanse bak. De Otocinclus affinis zal er zich onmiddellijk in thuis voelen. Het is een heel vredelievende vissoort die zich van zijn medebewoners niets aantrekt.
De O. Affinis is een in de schemering levende vis, die echter ook overdag aktief is. De vrouwtjes zijn niet erg produktief. Ze plakken de eitjes aan planten en stenen en ook wel eens aan de glazen wanden van het aquarium. De broedtijd bedraagt 2 a 3 dagen bij 20°C. De eleunembryo's opzuigen met een 3 mm dik buisje en in platte broedbakken doen waarin het water 3 to 5 cm hoog staat. De jonge vissen komen op stromend water af.
Hij eet eigenlijk alles: zowel klein levend, als kunstmatig voer. Omdat hij ook algen afgraast is hij een graag geziene gast in het aquarium. Let wel: het is geen stofzuiger, maar wel een kruimeldief.
Als uw aquariumwater voldoet aan de normen voor een Zuid-Amerikaanse biotoop d.w.z.: Ph aan de lage kant (6.5), een lage karbonaathardheid en een lage totale hardheid ( Kh >2, Gh max.10), zal het gedragspatroon van de O. Affinis u zeker bevallen. Zorg wel voor een krachtig circulatiefilter en houd de temperatuur aan de tussen de 21 en 25 graden.
Kortom: Het is een heel sierlijk visje dat door zijn algenetende eigenschappen zeker niet mag ontbreken in uw Zuid-Amerikaans aquarium.
Door Erik Lievens
Bron: Aquarianen Gent
Voor het laatst gewijzigd op 5
december 1998 C Aquarium Bits & Bytes
Home