De familienaam Boerrigter


De naam Boerrigter is een typisch Oostnederlandse familienaam. De naam, in verschil­lende schrijfwijzen, heeft te maken met de bestuursorganisatie van de zogenaamde mar­ken die men vroeger in Oost-Nederland en in het aangrenzende Westfalen kende. Een marke was een groep van personen die van oudsher stukken grond in onverdeeld eigen­dom bezaten en tevens de aanduiding van die gronden zelf. In oude akten wordt de naam ook wel geschreven als Buyrrichter, Baurichter, Buerrigter en Burrichter. Niet zo verwonderlijk, want een officiėle schrijfwijze en spelling van namen was in die tijd onbekend - men schreef dus vaak zoals men het hoorde.
In het boek 'Oostnederlandse familienamen' van B.J. Hekket wordt de volgende betekenis gegeven van de naam Boerrigter: Een boerrichter had een bestuursfunctie; hij was een van de ver­schillende richters in de marke. De boerrichters vertegenwoordigden het bestuur van de marke in de 'buur', buurtschap of boerschap.

In een krantenartikel in het Hengelo's Dagblad van 10 maart 1973 wordt hierop uitgebreider ingegaan. De familienaam Boer­rigter herinnert aan het richtersambt. De boerrichter was een soort bestuursambtenaar, een van de verschillende richters die men in een marke aantrof. De hoogste bestuurder was de markerichter, in bosrijke streken ook wel holtrichter genoemd. Hij was de voorzitter van de markevergaderingen (ook wel holtink of holtspraak genoemd, omdat er oorspronkelijk vooral kwesties betreffende het holt ofwel het bos werden behandeld). Later hield men zich ook bezig met het juiste gebruik van de markegronden en met het opleggen en innen van boetes voor te veel kappen of graven. Op zo'n vergadering wer­den ook de boerrichters gekozen. Zij vertegenwoordigden het bestuur van de marke in de buur of buurschap - een groep boerderijen waarvan de bewoners de buren werden genoemd. Het woord boer heeft hier dus niets te maken met de latere betekenis van landbouwer. Boer en buur stammen beide van het zelfde woord; het eerste is Oostne­derlands, het tweede Westnederlands. Deze woorden stammen op hun beurt weer af van het Germaanse werkwoord buwan, dat bouwen en woven betekende.

Dragers van de familienaam Boerrigter stammen dus af van een erf waar hun voorou­ders deze bestuursfunctie uitoefenden. In sommige plaatsen was deze functie een lange­re tijd erfelijk aan een bepaalde boerderij verbonden, in andere werd elk jaar een andere boer tot dit ambt gekozen.




last update: 5-1-2019