Angelman kinderen staan erom bekend dat ze vaak lachen. Reeds tijdens de eerste maanden kan duidelijk worden dat de baby vaker lacht, maar in het begin lijkt dit nog normaal en een reactie te zijn op iemand die zich over hem of haar heenbuigt. Vanaf de leeftijd van 3 jaar e maand gaat het lachten opvallen. Later kan dit toenemen tot echte lach-aanvallen (vanaf 3e jaar). Later kunnen er perioden met lachen optreden die spontaan ontstaan.
Gedrag is gericht op hun mond
Kinderen met het Angelman syndroom zijn erg gericht op hun mond. Ze bewegen hun tong vaak (tongue thrusting) en stoppen hun vingers (soms zelfs hun tenen), maar ook voorwerpen, vaak in de mond (mouthing behavior). De mond lijkt gebruikt te worden om voorwerpen af te tasten. Daardoor wordt de speekselvorming gestimuleerd, waardoor kinderen en volwassenen met Angelman syndroom vaak veel kwijlen.
Druk ("ADHD-achtig") gedrag
Het zich concentreren op een bepaald voorwerp of een bepaalde bezigheid is voor kinderen met het Angelman syndroom erg moeilijk. Vaak zie je ze onophoudelijk en schijnbaar doelloos van het ene speeltje naar het andere gaan, waarbij ze dan weer de hand en dan weer een speeltje in hun mond stoppen. Door dit doelloze van het ene naar het andere voorwerp gaan, lijkt er sprake te zijn van hyperactiviteit, zoals bij ADHD. Andere kinderen moeten het daarbij wel eens ontgelden, bijvoorbeeld door krabben of aan de haren trekken.
Fascinatie voor water
Kinderen met het Angelman syndroom zijn vrij eigenzinnig in hun gedrag. Ze zijn nieuwsgierig van aard en zien geen gevaar. Dat kan problemen geven in de buurt van open water, omdat ze erg van water houden en graag zwemmen. Als je niet oplet springen ze zo gekleed en wel in het water.
Ze hebben ook een fascinatie voor reflecterende oppervlakken (zoals spiegels) en plastic, spelen graag met ballonnen en met speelgoed dat geluid (lawaai) veroorzaakt. Televisie is ook een favoriete bezigheid. Daarbij kijken ze liever naar slapsticks dan naar tekenfilms.
Gedragsproblemen
Kinderen met Angelman syndroom zijn geïnteresseerd in hun omgeving en kunnen sociale contacten ontwikkelen. Doordat ze zich niet met woorden kunnen uiten, kan er nogal eens agressief gedrag gaan ontstaan, zoals aan de haren trekken, krabben, slaan of bijten. Dit kan een manier zijn van het kind om de aandacht te trekken omdat het iets wil. Het kan dit immers niet met woorden aangeven. Als dit gedrag niet wordt aangepakt en het kind niet aangeleerd wordt zich op een andere manier te uiten, kan het gedrag blijvend worden.
Copyright © 2004 W. Braam, AVG
's Heeren Loo Midden-Nederland, regio Zuid-Veluwe
10-10-2004