Zo af en toe in je leven overvalt
het je. Dan voel je God binnen in je jubelen. Het gaat bij mij
meestal gepaard met wat ik maar voor het gemak noem, veel
lichaamsoproer. Soms heeft dat oproer iets weg van wat geestelijk
gestoorden ondervinden bij hun aanvallen, wanneer ze zichzelf verliezen
in een hevig schokken van het middenrif en de ruggegraat, in tranende
ogen, schuim op de mond en het uitstoten van onzinnige klanken. Dan sta
ik in de kamer uitzinnige klanken uit te slaan, die ik aan niemand zou
willen laten horen, in het bang vermoeden dan voor gek te worden
gehouden. Kunst is het niet bepaald. Het is
inderdaad een waanzin die je dan overvalt, maar het is een goddelijke
waanzin, een mania daimonike. Die aanvallen heb ik vaak bij het horen
van muziek die me raakt of bij het lezen van een passage in een boek
waar ik door word geroerd of waardoor ik plotseling een inzicht
verkrijg. Soms gebeurt het ook zo maar. Zonder enige aanleiding. Dan
spring ik op, als ik al niet sta, en voel dan de extase me overvallen.
Tja, complete gekte dan, niet anders dan een aanval van een of ander
soort waanzin. Vaak doe ik er een dansje bij. Soms is het alleen maar
een wild schokken van het middenrif. Het rare is dat zo’n aanval altijd
het midden houdt tussen uitzinnig geluk en diep verdriet, alsof die
twee gevoelens in elkaars verlengde liggen en de een niet zonder de
ander kan. Ongemerkt en zonder enige voorspelbare volgorde gaan deze
twee emoties in elkaar over. Het verdriet en het geluk lijken elkaar
dan te verdiepen en zin aan elkaar te geven.
Gedurende de hele aanval blijft het bewustzijn normaal functioneren,
echter wel ingebed in hevige gemoedsbewegingen. Het is als een orkaan
die door je ziel raast. Ik vraag me wel eens af waarom die extatische
momenten zo intens en zo energiek zijn. Zou het kunnen zijn dat je op
dat moment de creatieve kracht van jouw hele organisme of misschien wel
van de hele schepping ervaart? Voel je tijdens zo’n aanval van
religieuze extase de kracht van de natuur waar je als levend wezen zelf
een onderdeel van bent? Misschien is dat wel het meest opvallende
uiterlijke kenmerk van de extase: die explosieve bundeling van energie
die een uitweg zoekt. Je danst, je zingt en je looft God. Je voelt je
compleet. Je gaat op in de dingen. Je verliest jezelf en vindt het
Zelf. God staat uitbundig te grinniken in het diepst van je ziel.
Maar altijd is daar: bewustzijn. Wellicht is dat het tweede meest
opvallende kenmerk van de extase. Want die energiek rondtollende orkaan
heeft ook een stil oog vanwaaruit alles wordt waargenomen. Ondanks de
heftige emotionaliteit blijft er tegelijkertijd een verstild kennen
intact. De rationele vermogens worden allerminst uitgeschakeld door het
woeden van de orkaan. En dat is denk ik de variabele waarmee je
religieuze waanzin kunt onderscheiden van andere vormen van waanzin. In
andere aanvallen van zelfverlies wordt het bewustzijn totaal
uitgeschakeld omdat een diep besef van wat zich voordoet te pijnlijk
zou zijn en niet door het zwakke ego kan worden verdragen. In echte
waanzin verlies je jezelf, om vervolgens volkomen stuurloos en radeloos
rond te dobberen in de storm. In religieuze waanzin
(her)vind je jezelf. Het religieuze dollen geeft je te kennen wie je
werkelijk bent. Alleen deze vorm van zelfverlies is prettig omdat je nu
iets verkrijgt dat beter is dan je oude zelf. De extase geeft je
glimpen te zien van je nieuwe ware Zelf, het gezicht dat je
oorspronkelijk had voor je werd geboren. Door de extase word je bewust
van je eigen potentieel, van dat waar je bewustzijn op weg naar is.
Wat is dat verstild bewustzijn in het midden van de orkaan anders dan
Gods eigen Oog, die op de schepping toekijkt en ziet dat het goed is?
Op dat moment van uitzinnige extase is God zich ineens bewust van
Zichzelf. Dan aanschouwt het Goddelijke haar eigen energie, haar eigen
liefde en haar eigen schoonheid. Dan moet zij wel in dansen en jubelen
uitbarsten want dan is de cirkel rond. Dan is bewustzijn zichzelf
bewust geworden. En daarmee is het uiteindelijke einddoel van
alles bereikt! Waarlijk een uitroepteken waard, want daar was het
allemaal om te doen in het Spel van het Goddelijke. Dat is de enige
werkelijke reden waarom er leven is in dit universum, waarom dit
universum überhaupt bestaat. De evolutie groeit naar momenten toe
waarop het goddelijke uiteindelijk zelfreferent zal zijn. In de extase
dient zich dit moment al eventjes aan. Nog niet als een duurzame
toestand en blijvende eigenschap van de menselijke geest, helaas, maar
slechts als een voorbijgaande storm. Maar toch laat de extase al
ervaren wat mogelijk is in menselijk bewustzijn. Ons bewustzijn kan
extase als een blijvende eigenschap blijven ervaren als we daarvoor de
juiste groei inzetten.
En dat brengt me bij de volgende vragen: waarom is extase niet een
blijvende toestand? Wat moeten we doen om extase een permanente
eigenschap te maken? Waarom voelen we ons maar zo zelden extatisch? Het
antwoord is eigenlijk betrekkelijk simpel. We laten extase simpelweg
niet toe. We hebben met z’n allen extase taboe verklaard, extase van
welke aard dan ook, niet alleen de extase die je door drugsgebruik
oproept, maar ook de zuiver religieuze extase. Blijkbaar zijn we er
bang voor. Extase is blijkbaar op een of andere manier ondermijnend. Ze
haalt vaste patronen omver. Ze is te energiek en haar energie is niet
zelden verwoestend voor allerlei vaste structuren. We kunnen de extase
nog niet aan. Gek eigenlijk als je bedenkt dat iedereen in het diepst
van zijn ziel extatisch wil zijn en leven.
Bij jonge mensen vind je het nog, het verlangen naar en de geschiktheid
voor extase. Ze willen volledig extatisch leven, in muziek, in hun
contacten met vrienden, in seks en drugsgebruik, maar ook in de
droomwereld van fantasie en kunsten. Hun ego heeft nog niet al te
sterke verdedigingen opgezet tegen de impulsen die zich vanuit hun
onderbewustzijn aandienen. Extase is zo’n impuls. Ze wijst op wat
potentieel in je onderbewustzijn aanwezig is. Vanaf de geboorte
ontwikkelt zich in een mens een spiritualiteit die
op oudere leeftijd tot zelfverwezenlijking kan leiden. Ook in jonge
mensen is die spiritualiteit zich al aan het ontwikkelen. Pas op latere
leeftijd, zeg vanaf de latere twintiger jaren, kan die spiritualiteit
pas echt doorgroeien, als het ego tot volle wasdom is gekomen en het
mentale niveau volledig bereikt is. Pas vanaf die leeftijd is het
bewustzijn zo ver ontwikkeld dat het de spirituele dimensies van de
geest en ziel kan begrijpen en kan integreren.
Je zou dus verwachten dat oudere mensen meer extatisch zijn dan jonge
mensen. Hun spirituele vermogens zijn immers meer ontwikkeld. En het is
ook mijn ervaring. Als je op oudere leeftijd extatisch bent dan gaat
dat onnoemelijk veel dieper dan als je jong bent. Je doorschouwt alles
veel meer. Je hebt veel meer inzicht in wat de extase gevoelsmatig bij
je doet en welke theoretische inzichten de extatische momenten je
verschaffen. Je gevoelens en je denken zijn veel meer
geïntegreerd. De extase is tot een echte religieuze belevenis
geworden. Als je jong bent lijkt de extase meer een onderdeel van je
hang naar vermaak, van ‘having a good time’. Extase blijft dan meer aan
de oppervlakte. Ze wordt ervaren maar niet voldoende begrepen. Ze heeft
nog niet echt een spirituele dimensie.
Maar waarom zijn oudere mensen desondanks minder extatisch dan jonge
mensen? Dat heeft volgens mij alles te maken met de nadelige hang tot
zelfbescherming van het rijpe ego. Het ego van oudere mensen is zo
sterk geworden en zo gevoed in een leven van zelfbehoud, competitie,
ambitie en jacht naar succes dat het nu volkomen de krachten van de
losbrekende extase kan verdringen. Bij jonge mensen is daarvoor het ego
nog niet sterk genoeg. Het ego bij ouderen zorgt voor deze verdringing
omdat de extase zeer gevaarlijke is voor de mentale structuren van dat
ego. Extase bedreigt het ego letterlijk met de dood. Want extase is een
indicatie vanuit het onderbewustzijn dat een verdere groei voorbij het
ego mogelijk is, dat het ego maar een voorbijgaand stadium is dat
achter je gelaten dient te worden wil je tot echte rijping en tot echt
geluk komen. Het ego moet daarvoor eerst sterven. De meeste mensen
hebben hun ego tot een fort gemaakt. Al de andere aspecten van hun zelf
worden buiten gehouden en bevochten. Extase is de grootste vijand omdat
zij zo krachtig is dat zij dit fort kan innemen en vernietigen.
De maatschappij is een collectief van rijpe ego’s, dat zeer vaardig en
sluw is in het weghouden en verdringen van ontwrichtende gevoelens van
extase. Slechts in de kunsten of heel soms in de
geïnstitutionaliseerde godsdiensten wordt extase geduld, maar
altijd in een gemarginaliseerde setting. Hier kan extase soms vrij baan
krijgen, maar nooit tot een bedreiging worden van die sociale en
culturele structuur. Dat zal door de maatschappelijke structuur nooit
worden toegestaan. Dat jonge mensen meer extatisch zijn heeft dus ook
te maken met het feit dat zij minder ingekapseld zijn in de bestaande
maatschappelijke structuren. De maatschappij heeft nog geen greep op
hun extase. Ze kunnen die gevoelens nog redelijk vrij beleven, want ‘we
zijn immers allemaal jong geweest’. ‘Geniet nog maar van je leven, je
bent nog jong’ , zeggen we tegen onze kinderen, met een nauwelijks te
onderdrukken zucht omdat deze woorden ook impliceren dat genieten er
voor ouderen niet meer bij is.
Maar religieuze extase is gelegen aan de basis van onze existentie.
Niet alleen bij jongeren. Wij zijn alle van nature extatisch. Extase is
onze ware aard. Als je al de geconditioneerde lagen van je Zelf
afschraapt, roetlagen die de ware aard van je kern verduisteren, dan
blijft daar over een extatisch Licht dat in kracht en werking zijn
weerga niet kent. De grote kunst is om die extase te laten gebeuren, er
geen
belemmeringen voor in de weg te plaatsen. Extase is zo een spontaan
gebeuren dat ons overkomt als we ons onvoorwaardelijk overgeven, ons
overgeven aan dat wat wij in het diepst van ons zelf zijn. Daarvoor
moeten wij voorbij ons ego, voorbij onze persoonlijkheid geraken. We
moeten oog in oog komen met ons Oorspronkelijk Gezicht, dat wat wij
sinds het begin der tijden zijn, namelijk zuivere goddelijke energie.
Het vergt slechts een verandering, een transformatie van ons
bewustzijn. In plaats van ons te identificeren met onze persoonlijkheid
dienen we ons te richten op onze goddelijke kern.
Als we dat doen dan komt de extase vrij, dan kan zij ongestoord en niet
verdrongen haar weg vinden. Dan raken wij op de meest onverwachte
momenten in een jubelstemming. Bij het zien van een kleurrijke bloem,
bij het beluisteren van mooie muziek, bij het strelen van een geliefde.
Pas dan vinden we ons ware geluk. Dan is elke stap die we doen een
vreugdedans. Maar wie durft het aan om zich over te geven aan die
grotere context? Zal angst ons altijd in de weg staan om een extatisch
leven te leiden? Wie is dapper genoeg om zich zelf los te laten en
controle te verliezen? Blijkbaar maar weinigen in deze huidige
samenleving, anders zou de extase niet met zo’n groot taboe zijn
omgeven. Dan zouden we veel meer extatische gezichten op straat zien.
Zoals het er nu uitziet is iedereen bang voor de geestelijke vrijheid
die nodig is om extase te ervaren.