Lokale geschiedenis 1921 - 1947

Op 9 juli 1924 werd de fietsbelasting ingevoerd, omdat de regering meende dat deze belasting best enkele miljoenen kon opbrengen. Minister Colijn, de minister van financiŽn, zei deze stap te betreuren, maar dat het noodzakelijk was op grond van de treurige staat van de schatkist. Het plaatje moest duidelijk zichtbaar aan of bij het stuur bevestigd worden; men kon deze plaatjes voor 3 gulden op het postkantoor kopen. Meteen na de invoering was de diefstal van fietsen en fietsplaatjes aan de orde van de dag. Men schatte dat ongeveer de helft van de fietsplaatjes per jaar van "eigenaar" verwisselde. Nadat in verband met de diefstallen er jarenlang op was aangedrongen, mocht men tenslotte vanaf oktober 1934 het plaatje op de kleding dragen en wel op de "linker borsthelft". Het aantal diefstallen nam vanaf dat moment zienderogen af. In de crisisjaren werd besloten om de werklozen een gratis fietsplaatje te verstrekken. In zo'n plaatje was een gat aangebracht. Dit was een bron van veel kritiek: alsof werkloos zijn niet erg genoeg was, moest men er ook nog mee te koop lopen door middel van een plaatje met een gat. Op 1 mei 1941 werd het fietsplaatje door de Duitse bezetters opgeheven.