Meer dan een eeuw oud

Gerritje Lekkerkerker - Habben Jansen (1853-1955)

door Eddy M. Habben Jansen, reacties: ( )

Op vrijdag 29 juli 1853 onderbrak de bouwman Willem Habben, die woonde in de gemeente Ter Aar en Vrijhoeven, de drukke werkzaamheden op zijn boerenbedrijf. Want ondanks dat hij een zwaar bestaan had, met veel tegenslag in zijn gezin – de afgelopen twee jaar had hij twee kinderen verloren-, was deze 29e juli een vreugdevolle dag. Vergezeld door de bouwman Jan Langeslag en de smid Jan Pieterse ging hij naar het gemeentehuis van Ter Aar, om aan te geven dat die morgen om 7 uur in zijn huis no C22, zijn vrouw Stijntje van Leeuwen, het leven had geschonken aan een dochter. Op het eerste gezicht niets bijzonders, want tussen de miljoenen Nederlanders was Gerritje Habben gewoon de laatste van de zeven kinderen die in dit boerengezin werden geboren. Toch gebeurde er iets in het leven van deze nieuwe wereldburger wat de aandacht trok, zelfs de verslaggevers van de kranten kwamen haar interviewen . Op 29 juli 1953, een eeuw later, gingen de locoburgemeester van Zoeterwoude de heer G. P. van Leeuwen met de wethouder Kraan en de gemeentesecretaris Friebel, in het pension-rusthuis Ruimzicht, Grenshoek Hoge Rijndijk te Zoeterwoude, deze Gerritje Habben feliciteren met haar honderdste verjaardag,

Het gezelschap uit het gemeentehuis constateerde toen dat Gerritje Habben alles goed kon horen en dat ze een kerngezonde indruk maakte. Na dit bezoek verlieten ze dit rusthuis met het gevoel even in een andere eeuw te hebben geleefd. De persoon die ze hadden bezocht had de volle kracht van haar leven al achter de rug toen de twintigste eeuw nog moest beginnen. Aanvankelijk zag het daar niet naar uit, want van de zeven kinderen, die in dit gezin Habben-van Leeuwen waren geboren, zijn er drie op jeugdige leeftijd overleden. Ook Gerritje had als kind een wankele gezondheid. Volgens de toenmalige plattelandsarts had dit kleine popje weinig kans om oud te worden, zoals later in een tijdschrift te lezen was .

Haar vader was vanuit het noorden van Duitsland naar Nederland uitgeweken en had hier in Ter Aar een bestaan opgebouwd. De ouders van Willem Habben -de grootouders van Gerritje Habben, genaamd Habbe Janssen en Aafke Wilms- waren beiden al op 22 januari 1811 in Norden in het Duitse Oost-Friesland overleden. Zij verloren het leven doordat hun arreslee in deze wintermaand door te zwak ijs was gegaan, waardoor ze beiden verdronken. Oost-Friesland kende in die tijd nog geen familienamen, in plaats daarvan werden zogenaamde patroniemen gebruikt, vernoemingen naar de vader. De achternaam van Gerritje’s vader was zodoende Habben, wat zoon van Habbe betekent. Uiteindelijk heeft dit verschil in naamgeving ertoe geleid dat de Nederlandse Burgerlijke Stand de achternaam Jansen aan de naam Habben heeft toegevoegd, waardoor de dubbele naam Habben Jansen ontstond. Halverwege de negentiende eeuw stond het gezin echter bekend onder de achternaam Habben en officieel heeft Gerritje ook altijd alleen die achternaam gehad. In het dagelijks verkeer echter voerde ook zij de naam Habben Jansen. Eén van haar kleinkinderen toonde mij ooit een kerkboekje van Gerritje Habben, dat stamt uit 1865. Het draagt in het koperen slotje de initialen G H zonder de J van Jansen.

Gerritje Habben Jansen -zoals ze zichzelf dus noemde- kwam in haar leven al gauw alleen te staan. Op 18 april 1861, toen ze nogmaar acht jaar was, kwam haar moeder Stijntje van Leeuwen te overlijden. Zeven jaar later overleed ook haar vader, zodat ze op vijftienjarige leeftijd wees was. Ze groeide op in Ter Aar en later in Zevenhoven in het gezin van haar oudere broer Cornelius (Cor), waar ook haar vader de laatste jaren van zijn leven inwoonde. Gerritje had nog twee oudere broers en een zuster, Christiaan, Johannes en Aagje. Aagje trouwde op 14 juli 1867 met Poncio de Jong, die een bedrijf had in Rietveld. Op 19-jarige leeftijd verliet Gerritje Habben het voormalige ouderlijk huis –nu van haar broer- en ging inwonen bij deze zwager en zuster. Dit veranderde haar leven, want in die jaren leerde ze een neef van Poncio de Jong kennen, die in Zoeterwoude al een boerenbedrijf had. Deze neef Wouter Lekkerkerker was op 30 april 1848 in Linschoten geboren. Wouter Lekkerkerker was één van de vijf zonen van Teunis Lekkerkerker en Jannetje Hoogendoorn, die oorspronkelijk uit Linschoten kwamen en hier in Zoeterwoude een bestaansmogelijkheid hadden gevonden. Hij woonde met z'n vijf zonen en een dochter in diverse panden aan de Miening. Teunis Lekkerkerker had ook in die jaren het uit 1825 daterende landhuis aangekocht van de vorige eigenaar Kneppelhout van Sterkenborgh, om het koetshuis als veestal te gebruiken. Dit landhuis, dat later de toepasselijke naam „Oud Raadwijk" is gaan dragen werd gehuurd door de gemeente Zoeterwoude, die dit pand vanaf 1856 tot 1869 als Raadhuis gebruikte. Het huis werd tevens bewoond door de gemeentesecretaris en de veldwachter. De aankoop van dit landhuis door Teunis Lekkerkerker was voor de gemeente Zoeterwoude aanleiding om dit pand te verlaten en zelf een nieuw gemeentehuis te bouwen aan de Noordbuurtseweg.

Voor de (nog minderjarige) 22-jarige Gerritje Habben Jansen was 6 april 1876 de grote dag. Ze trouwde toen in het nieuwe Raadhuis aan de Noordbuurtseweg te Zoeterwoude met de 27-jarige Wouter Lekkerkerker, met als getuigen haar zwagers Poncio de Jong en Teunis Lekkerkerker (jr) en de ‘bouwmannen’ Abraham Dijkman en Arie Los. Haar oom aan moeders kant, Johannes van Leeuwen uit Utrecht, had als toeziend voogd al zijn toestemming gegeven. Niets stond het huwelijk in de weg, de bruidegom had ook al voldaan aan de wet op de Nationale Militie. Gerritje Lekkerkerker-Habben Jansen woonde de eerste vier jaar met Wouter aan de Miening E53 in Zoeterwoude. Hier werd ook in 1877 hun eerste dochter Jannetje Christina geboren en later in 1879 hun zoon Willem Teunis. Voor Wouter Lekkerkerker en Gerritje kwam op 23 april 1880 één van de belangrijkste momenten in hun leven, want zij hadden de mogelijkheid om de reeds uit de zestiende eeuw daterende boerderij te pachten die was gelegen in de onmiddelijke omgeving van het kasteel Duivenvoorde in Voorschoten. Deze nog steeds bestaande boerderij Kasteelhoeve, nu aan de Veurseweg 348 te Voorschoten, werd in die jaren gepacht van Jhr. Hendricus Adolphus Steengracht. Er bevond zich nog een andere boerderij op het landgoed, met de naam Grenshoeve, waar de familie Van der Marel woonde. Op de kaart van Duivenvoorde uit 1703 hier links ( 1 ) zien we beide boerderijen onderaan. Kasteelhoeve is de rechter boerderij, Grenshoeve de linker. In de 'Orde der Feestviering' bij het 25-jarig jubileum van Steengracht als ambachtsheer in 1892 ( 2 ) zien we dat de buurmannen Lekkerkerker en Van der Marel fungeren als 'Leden der Eerewacht', bestaande uit alle pachters van de ambachtsheer en van zijn broer. In 1912 ging het landgoed Duivenvoorde over in het bezit van Willem A.A.J. Schimmelpenninck van der Oye, een achterneef van de vorige eigenaar. De kleine Schimmelpennickje Freule Mimi speelde op de boerderij Kasteelhoeve zo nu en dan met de kleine Lekkerkerkertjes. Op deze boerderij Kasteelhoeve, waar de familie Lekkerkerker 40 jaar woonde, werden ook hun andere kinderen geboren namelijk: Teunis Johannes in 1882, Johannes in 1885 en Christiaan in 1889. Allemaal voornamen die we in de vorige generatie in Ter Aar en Zoeterwoude al tegengekomen zijn.

Op de foto rechts, die jarenlang ingelijst in de huiskamer van de familie Lekkerkerker hing, zien we mevrouw Lekkerkerker-Habben Jansen zittend aan de zijkant van de Kasteelhoeve. De anderen die op deze foto staan zijn een daggelder met één van de koeien van het bedrijf. Achter de tafel staat Johan Lekkerkerker, en rechts Jannetje (tante Jans), die nog in het Westeinde in Zoeterwoude heeft gewoond. Op deze foto, waar mevrouw Lekkerkerker al niet zo jong meer was, missen we Wouter Lekkerker, hij was op 1 april 1894 op 46-jarige leeftijd overleden. Willem, de oudste zoon, was toen nog maar 16 jaar oud en de anderen 17, 12 en 9 jaar, terwijl Christiaantje 5 jaar was. Voor de tweede keer kwam Gerritje in haar leven alleen te staan, terwijl ze nog 61 jaar had te gaan. De 22-jarige Willem Habben Jansen, oudste zoon van haar al eerder genoemde broer Johannes, kwam naar Voorschoten om de familie Lekkerkerker bij te staan op de boerderij. Na enkele jaren is deze Willem weer teruggegaan naar het ouderlijk huis in Zevenhoven. Zijn rol werd overgenomen door mevrouw Lekkerkerker's oudste zoon Willem Teunis. In het voetspoor van zijn vader heeft hij de belangen van deze boerderij nog 26 jaren behartigd. Zoals we op de foto zien links, werd op de boerderij de melk tot kaas verwerkt. Als we alle details op deze historisch zo interessante foto nagaan, dan zijn er niet veel woorden meer nodig om haar levensloop te beschrijven. Terwijl ze toch niet zo jong meer was, zien we haar bezig met de voorbereiding van het kaasmaken. Ze staat hier, gewapend met een snijmes, om de wrongel in een van de kaaskuipen te snijden. Op de tafel staat nog een fles met stremsel om de melk te veredelen tot kaas. In een tijd waarin alles nog handmatig moest worden gedaan, elektriciteit en andere krachtbronnen waren nog onbekend.

In 1920 verliet de familie Lekkerkerker het landgoed Duivenvoorde, om in de Treubstraat op een andere boerderij verder te boeren. In 1922 gaat mevrouw Lekkerkerker inwonen bij haar zoon Christiaan, die arts was, aan de Laan van Langenhorst 2 te Voorschoten. Hier kwam haar Duitse nicht Antje eens op bezoek. Samen met haar kleindochter Gerra Los ging mevrouw Lekkerkerker in 1926 nog een keer naar Duitsland, voor een bezoek aan de familie. Pas in 1943 verliet de inmiddels 89-jarige Gerritje de Laan van Langenhorst. Nadat ze nog een tijd bij haar dochter inwoonde, kwam ze in 1953 voor de tweede maal wonen in Zoeterwoude, in kamer 7 van het rusthuis Ruimzicht aan de Hoge Rijndijk. In dit rusthuis, dat al eerder is genoemd, vierde oma Lekkerkerker op woensdag 29 juli 1953 haar eeuwfeest, tussen de 22 bewoners. Om 12.00 uur werd de hoogbejaarde per auto naar de Laan van Langenhorst in Voorschoten gebracht, om in bijzijn van haar 76-jarige dochter Jannetje en haar 64-jarige zoon, Christiaan Lekkerkerker, het eeuwfeest voort te zetten. Op deze, middag kwamen de burgemeester van Voorschoten Van der Hoeven met echtgenote en Gerritje’s tien klein- en dertien achterkleinkinderen haar feliciteren, terwijl de harmonie van de zilverfabriek Benvenuto haar een serenade bracht. De foto hier rechts is genomen op deze feestelijke dag.

De weduwe van Wouter Lekkerkerker, Gerritje Habben Jansen, vierde haar volgende en laatste verjaardag nog in Zoeterwoude. Zij overleed op 8 februari 1955, op de leeftijd van 101 jaar en 6 maanden. De begrafenis vond plaats op Rhijnhof bij Leiden, in het familiegraf van de familie Lekkerkerker, bij twee van haar zonen die haar in de leeftijd van 44 en 74 jaar waren voorgegaan.

Noten
1 Afgedrukt in: E.A. Canneman en L.J. van der Klooster, De geschiedenis van het kasteel Duivenvoorde en zijn bewoners, 's Gravenhage 1967.
2 Afgedrukt in: Theo Laurentius, Het vermakelijk Duivenvoorde, 's Gravenhage 1976.

Overige bronnen
-Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister van de gemeenten Voorschoten en Zoeterwoude.

-Gesprekken in 1985 en 1986 met kleindochters G.J. Pennekamp-Los te Delft en E. ‘t Hooft-Lekkerkerker te Noordwijk.
-H.A. van der Post, ‘Eeuwfeesten in Zoeterwoude’, in: Suetan, orgaan van de Stichting Oud Zoeterwoude, 1993. Voor dit artikel interviewde de auteur kleinzoon J. G. Lekkerkerker uit Voorschoten.
-Diverse krantenberichten over de honderdste verjaardag.