Correspondence
between Dirk Ravestein, Sr. (1866-1945) and the London-based solicitor’s office Church Rackham & Co, 1924-1925

Verbatim text, based on the original letters (in English) by Church Rackham & Co and handwritten drafts (in Dutch) of the letters by Dirk Ravestein. The Dutch letters probably were translated into English before they were sent, the translation in this verbatim was made in 2002, bases on the drafts. These translations are followed by the original Dutch text. Some of the drafts got lost, so the Dutch part of the correspondence is incomplete.

Eddy M. HABBEN JANSEN
Reactions ( )


Advertisement
The correspondence started in reaction to an advertisement in the Utrechtsch Nieuwsblad on November 25th 1924:

A 50 Pound Sterling reward shall be paid for witnesses or inquiries concerning the marriage of an Englishwoman named ROSINA (or ROSA) ELISABETH SWAN in the year 1866 and to which one of the witnesses probably was a man named Ravesteyn. The Englishwoman was seventeen years old at the time and she married an Englishman. [The names of] witnesses or any other inquiries concerning this marriage must be sent to the gentlemen CHURCH BACHHAM & co 46 Lincoln’s Inn Fields, London W.C. 2. England.

Original Dutch text
50 POND STERLING BELOONING zal worden betaald voor getuigen of inlichtingen omtrent het huwelijk van een Engelsche dame genaamd ROSINA (of ROSA) ELISABETH SWAN in het jaar 1866 en ten aanzien waarvan een der getuigen vermoedelijk is een man genaamd RAVESTEYN. De leeftijd van de dame was zeventien jaar en het huwelijk had plaats met een Engelschman. De getuigen of andere inlichtingen omtrent dit huwelijk moeten worden gezonden aan de Heeren CHURCH BACHHAM & Co 46 Lincoln’s Inn Fields, London W.C. 2. England.


Letter #1
(November 25, 1924)

Dear Sirs,

In reply to your advertisement in the Utr. Nieuwsblad of November 25th 1924, in which inquiries are being asked concerning a man named Ravestein, living in England, who was present at a certain wedding a witness, I take the liberty of bringing to your attention that: Jacob Ravestein, a hotelkeeper who has lived in Torquay and has died a few years ago, leaving behind (a daughter?) [...]. Of this Ravestein, a cousin of mine, very probably some handwritten documents and letters are still existing, into which an investigation can be started easily. Hoping this will all lead to finding the Ravesteyn you are referring to, I sign, yours sincerely,

your servant
D. Ravestein
Groenekan near Utrecht

Original Dutch text

Weledele Heeren

Groenekan Utrecht (Holland)

Naar aanleiding der advertentie voorkomende in het Utr. Nieuwsblad van 25 November 1924, waarin inlichtingen worden gevraagd omtrent eenen Ravestein, in Engeland woonachtig. welke bij een zekere huwelijksplechtigheid als getuige tegenwoordig is geweest, ben ik zoo vrij onder Uwe aandacht te brengen dat: Jacob Ravestein, hotelhouder van beroep, gewoond hebbende te Torquay, voor eenige jaren geleden overleden, nalatende (een(dochter?). Van deze Ravestein, een bloedeigen neef van mij. zijn hoogst waarschijnlijk nog eenige handschriften en brieven aanwezig waarnaar licht een onderzoek in te stellen is. Hopende dat dit alles moge lijden tot het vinden, van de bedoelde Ravesteyn waarnaar gevraagd wordt, teeken ik met de meeste hoogachting

uw dienaar
D. Ravestein
Groenekan bij Utrecht


Reply #1
(November 28, 1924)

Dear Sir

We are much obliged for your letter of the 25th inst. The Jacob Ravestein whom you mention is the same person that we understand was a witness to the marriage of Rosina or Rosa Elizabeth Swan. We shall be obliged if you will make enquiry of his relations to know whether or not they have any documents in their possession relating to the Earl of St.Maur in whose service Jacob Ravestein was in the years 1864 to (we think) 1869.

Yours faithfully,


Reply #2
(December 1, 1924)

Dear Sir

With further reference to your letter of us of the 25th November. Will you please endeavour to ascertain and let us know where Mr.Jacob Ravestein's daughter is now living. Can you tell us when he first went to live at Torquay, and whether or not after he went to Torquay he returned to Holland either alone or with anyone else. We are, as you will see will see from our Advertisement in The Utrechtsch Niewsblad endeavouring to find evidence of the Marriage of Rosina (or Rosa) Elizabeth Swan. The gentleman whom she married was Edward Adolphus Ferdinand St.Maur, commonly called Earl St.Maur. The late Mr.Jacob Ravestein was in the service of Earl St.Maur and repeatedly stated to his second wife (who is still living) that he was present at the marriage. Mrs.Ravestein cannot remember where it took place. We know that about the time 1864-1868 the parties were travelling in Holland. The reward we are offering will be paid for Evidence of the Marriage. If such evidence is sufficient to establish the legality of the marriage in an English Court such reward will be much increased. We must ask you please to treat this letter in a confidential manner and not to disclose any of the contents of it to the Press. Your reasonable expenses we will pay. Will you please get into touch with Mr. Jacob Ravestein's relations and obtain all the particulars you can, and let us hear from you as soon as possible. If you can obtain from them any documents bearing on the matter please to do and let us have them.

Yours faithfully,


Letter #2
(December 2, 1924)

Groenekan near Utrecht (Holland) 2 dec 1924

Dear Sirs,

In reply to your letter of 28 November 1924, in which you ask for some inquiries concerning Jacob Ravestein, we hereby send you the most extensive inquiries that we have at this moment. To start with some details from his life. After having had a number of jobs, he took up work as a waiter in an hotel on the Boompjes in Rotterdam. There he met an Englishman, who was very wealthy, in whose service he started to travel; after visiting several countries, this man set him up with a position in an hotel in Torquay. From Torquay we were sent a few postcards which are still in our posession. We also have a portrait of this Jacob Ravestein, on which he wrote his address at the time, which is:

J. Ravesteyn Esqr.
Castle Mount
Castle Road
Torquay England

And we also still have a card of the hotel in Torquay, which literally says:

The Union Commercial and Family Hotel Torquay etc.

We take the liberty of keeping the original pieces. We also suppose to find out more details concerning this Jacob Ravestein with other relatives, the time was however too short to make further inquiries.

Original Dutch text

Groenekan bij Utrecht (Holland) 2 december 1924

Weledele Heeren

Naar aanleiding van Uw schrijven van l.l. 28 November 1924, waarin U vraagt om eenige inlichtingen betreffende de bewuste Jacob Ravestein, doen we bij dezen U de uitgebreidste inlichtingen toekomen, die we bezitten op heden bezitten. Om te beginnen eenige bijzonderheden uit zijn leven. Na eenige ambachten gehad te hebben, kwam hij als kelner in een hotel aan de boompjes te Rotterdam. Daar ontmoette hij een zekere Engelschman, welke zeer rijk was in dienst van deze heer is hij toen medegegaan en na verschillende landen bezocht te hebben is hij door deze heer in een hotel gezet te Torquay. Van uit Torquay hebben we eenige aanzichten toegestuurd gekregen die nog in ons bezit zijn. Ook is in ons bezit het portret van deze Jacob Ravestein, waarop hij met eigen hand het toenmalig adres geschreven heeft , hetwelke luidt:

J. Ravesteyn Esqr.
Castle Mount
Castle Road
Torquay England

Dan is nog in ons bezit een kaartje uit het hotel te Torquay het welk woordelijk luidt

The Union Commercial and Family Hotel Torquay etc.

De originele stukken zijn wij zoo vrij in ons bezit te houden. Ook vermoeden wij bij andere familieleden nog eenige bijzonderheden te vinden welke op deze Jacob Ravesteyn betrekking hebben, de tijd was echter te kort om nadere inlichtingen in te winnen


Letter #3
(December 6, 1924)

Groenekan December 6th 1924

Dear Sirs,

We received your letter shortly after our letter was sent. We have been making inquiries first to Utrecht Kockengen and then to Bussum. Now we can state for certain that Jacob Ravestein married twice while from the first marriage three children were born, namely two boys and a girl. Of the sons fell in the Transvaal Boer War, also the other died young. The girl died in 1899 of whom an obituary notice is still in our posession, saying: ..... We haven’t been able to find any information concerning the wedding, and it is very doubtful if any information is available. However, we will continue with our investigation. Jacob Ravestein and his wife visited Holland several times, most of the time his wife stayed in The Hague, while he visited relatives. With his second wife he visited Bussum. Now we also have in our posession a portrait of his first wife and daughter . We hope these inquiries have been valuable for you. Awaiting your reply, we sign

D. Ravestein

Original Dutch text

Groenekan 6 December 1924

Weledele Heeren

Uw brief hebben we ontvangen even nadat de onze was afgestuurd. We zijn nu op onderzoek uitgeweest eerst naar Utrecht Kockengen en toen naar Bussum. Thans kunnen we met zekerheid mededeelen dat Jacob Ravestein tweemaal is getrouwd geweest terwijl uit het eerste huwelijk drie kinderen geboren zijn, t.w. 2 jongens en een meisje. een der zoons is in de Transvaalsche Boerenoorlog gesneuveld, ook de andere is jong gestorven. Het meisje is in 1899 overleden waarvan de rouwkaart nog in ons bezit is, welke luidt: ..... Over gegevens omtrent het bedoelde huwelijk hebben we nog niets kunnen vinden, en het is ook zeer twijfelachtig dat er eenige gegevens dien aangaande zijn. Echter zal het onderzoek nog voortgezet worden. Jacob Ravestein is meermalen met zijn vrouw in Holland geweest, meestal bleef zijn vrouw in Den Haag, terwijl hijzelf de familie bezocht, ook is hij met zijn tweede vrouw weleens in Bussum geweest. Thans hebben we ook in ons bezit het portret van zijn eerste vrouw en dochter . We hopen dat deze inlichtingen waardevol voor U zijn. In afwachting teekenen wij

D. Ravestein


Reply #3
(December 8, 1924)

Dear Sir,

We are obliged for your letter, and shall be glad if you will please make enquiry of the late Mr.J. Ravestein’s relations to know whether or not they can give us information with reference to the marriage of Earl St. Maur with Miss Swan, Mrs. Ravestein informs us that her late husband on many occasions told her that he was present at the marriage. It is most important to our Client to obtain evidence and we trust that you will do your utmost to help us in the matter. As we have already informed you we will pay your reasonable expenses.

Yours faithfully,


Reply #4
(December 12, 1924)

Dear Sirs

We are much obliged for the information contained in your letter of the 6th inst. Will you please let us know the year in which Jacob Ravestein first met Earl St. Maur in Rotterdam.

Yours faithfully


Letter to the city of Rotterdam #1
(December 16, 1924)

To the Right Honourable Sir, the Registrar at the City Hall of Rotterdam

Groenekan near Utrecht December 16th 1924

Your Honour,

Hereby I, the undersigned, politely and urgently request you to be so kind, to give from public records information concerning the departure of a certain Jacob Ravestein, a waiter in one of the hotels on the Boompjes in Rotterdam. This Jacob Ravestein has probably left Rotterdam between 1860 and 1870 (possibly a little earlier) in the service of an Englishman Earl St. Maur. For us it is very important to know the exact year or date of departure. We would like to receive answer by return concerning the costs of this inquiry and sign, yours sincerely,

D. Ravestein
Groenekan near Utrecht

Original Dutch text

Aan de Edelachtbare Heer Ambtenaar van den Burgerlijken Stand, Stadhuis te Rotterdam

Groenekan bij Utrecht 16 December 1924

Edelachtbare Heer

Bij deze verzoekt ondergetekende U beleefd en dringend of U zoo goed zou willen zijn, uit de Burgerlijke Stand inlichtingen te willen geven omtrent het vertrek van zekere Jacob Ravestein, van beroep kelner in een der hotels aan de boompjes te Rotterdam. Deze Jacob Ravestein is in de jaren 1860 tot 1870 (het kon wezen nog iets eerder) uit Rotterdam vertrokken in dienst van een Engelschman Graaf St. Maur. Het is er ons zeer veel aan gelegen het juiste jaar of datum van vertrek te weten. Gaarne zien we per omgaande tegemoet, welke de kosten van dat onderzoek zullen zijn en teekenen met de meeste hoogachting

Uw D. Ravestein Groenekan bij Utrecht


Reply by the City of Rotterdam #1
(December 18, 1924)

Not traceable without further information.

Original Dutch text

Zonder nadere gegevens niet op te sporen.


Letter to the City of Rotterdam #2
(December 26, 1924)

Your Honour,

In reaction to your reply of last [...] December in which you asked us for further information, we have been investigating and have found some additional information. Jacob Ravestein, born in Harmelen on June 14th 1844, left from Woerden to Utrecht on July 25th 1863, and left from Utrecht to Rotterdam on January 23 1866. We hope with this lead, you can now state on which date Jacob Ravestein left Rotterdam.
Yours sincerely,
your servant
D. Ravestein

Original Dutch text

Edelachtbare Heer

Naar aanleiding van Uw antwoord op ons schrijven van l.l. Dec. waarin U vroeg om nadere inlichtingen zijn wij er op uit geweest en hebben nog eenige gegevens kunnen verkrijgen. Jacob Ravestein, geboren te Harmelen den 14 Juni 1844, is vertrokken den 25 Juli 1863 uit Woerden naar Utrecht, wederom vertrokken uit Utrecht den 23 Januari 1866 naar Rotterdam. We hopen dat U met deze draad in handen, thans kunt aanwijzen op welke datum Jacob Ravestein uit Rotterdam is vertrokken
Met de meeste hoogachting
Uw dienaar
D. Ravestein

Groenekan bij Utrecht


Letter to the City of Rotterdam #3
(January 3, 1925)

To The registry office City Hall Rotterdam

Groenekan near Utrecht

3 jan 1925

Your Honour,

Because we are still awaiting your reply to our recent letter we take the liberty of asking why we haven’t received a reply. Is it because the amount of money we sent was too small? Therefore we hereby send you another 40 cents in postage stamps, so the total amount we have sent is now 70 cents. If the amount is still too small, we will send you the missing amount afterwards. As you know our question was on what date, Jacob Ravestein, coming from Utrecht January 23rd 1866, left the city of Rotterdam. We repeat our question because it is possible our previous letter got lost. We politely request to receive a reply as soon as possible, because the matter is very urgent. We therefore hope you will find this person in your register and sign, yours sincerely,

your servant,
D. Ravestein
Groenekan near Utrecht

Original Dutch text

Aan het Bevolkings Bureau Stadhuis te Rotterdam

Groenekan bij Utrecht

3 jan 1925

Edelachtbare Heer

Daar wij nog steeds antwoord wachtende zijn op ons schrijven van laatsleden zijn wij zoo vrij thans nog eens te vragen om welke reden soms antwoord wegbleef. Is het soms omdat er te klein bedrag is ingezonden, zoo zenden wij U hierbij nog 40 cents aan postzegels, wat met de vorige maal mee, thans 70 cents bedraagt. Is het bedrag echter nog te klein, zoo zullen wij U naderhand het ontbrekende wel toezenden. Zooals U weet was onze vraag de vorige maal, de datum van vertrek uit Rotterdam van Jacob Ravestein, gekomen van Utrecht den 23 Januari 1866, dit herhalen wij hier even, daar 't kon gebeuren dat de vorige brief verloren was gegaan. Wij verzoeken U beleefd, zoo spoedig mogelijk antwoord te zenden, daar de zaak zeer dringend is. Wij hopen dat U bedoelde persoon in Uwe registers vinden kunt en tekenen met de meeste hoogachting

Uw dienaar
D. Ravestein
Groenekan bij Utrecht


Reply by the City of Rotterdam #2
(No date)

Is not known in the registers of this municipality. Dfl. 0,50 in postage stamps returned.

Original Dutch text

Komt in het bevolkingsregister dezer gemeente niet voor. fl 0.50 aan postz. retour.


Reply #5
(December 31, 1924)

Dear Sir,

Will you please let us have an early reply to our letter of the 12th inst.

Yours faithfully


Reply #6
(January 7, 1925)

Dear Sir

We are much obliged for the information contained in your letter of the 3rd inst. and await to hear further from you.

Yours faithfully,


Letter #4
(February 21, 1925)

Dear Sirs,

Now that a few weeks have past, we take the liberty of asking politely what the results were of your investigations concerning the marriage of Earl St. Maur. You will understand that we are interested in the course of the investigation. We would be much obliged, when you could inform us what the fruits of your investigation have been, because we have been informing you on a regular basis, which has cost us a lot of time and money. Hoping you will inform us, we sign, yours sincerely,

your servant
D. Ravestein

Original Dutch text

Weledele Heeren

Thans na eenige weken, zijn wij zoo vrij, U beleefd te vragen hoe de uitslag is geweest van Uw onderzoekingen, betrekking hebbende op het huwelijk van Graaf St. Maur. Gij begrijpt dat wij met belangstelling het verdere verloop van dit onderzoek afwachten. U zoudt ons zeer verplichten. indien U ons per omgaande wilde mededeelen wat de vruchten zijn geweest van Uwe opsporingen daar wij U van onze inlichtingen steeds hebben voorzien en onzerzijds kosten noch moeite hebben gespaard. Hopende dat U ons van een en ander zult willen inlichten teekenen wij met de meeste hoogachting

Uw dienaar
D. Ravestein


Reply #7
(February 24, 1925)

Dear Sir,

re St. Maur

We are in receipt of your letter of the 24th inst, We have not yet been able to trace the place of marriage of Earl St. Maur or to obtain any direct evidence. If you can do anything further to assist us we shall be extremely obliged.

Yours faithfully


Reply #8
(March 3, 1925)

Dear Sir,

re St. Maur

We duly received your letter of the 24th January, since which we have been in communication with Mrs. Kentisbeer and Mr. Risdon. We regret to say that neither of them can give any information of value. We have been unable to trace Mr. Sampson. If you could let us have any further information we should be extremely grateful.

Yours faithfully,


Letter #5
(No date)

Dear Sirs,

It has been some weeks ago we received your last letter, so you will understand that we are interested in the course of the investigation, namely the investigation concerning the marriage of Earl St. Maur. When your research has resulted in the intended outcome, which we may expect now, we trust that the reward will be sent to us.

Yours sincerely,

D. Ravestein

Original Dutch text

Weledele Heeren

Het is reeds weer eenige tijd geleden dat wij van U het laatste bericht ontvingen, zoodat wel valt te begrijpen dat wij onzerzijds belangstellend zijn te weten in hoeverre de zaken nu gevorderd zijn, t.w. het onderzoek betrekking hebbende op het huwelijk van graaf St. Maur. Indien het onderzoek heeft moge leiden tot het bedoelde resultaat, wat wij thans mogen verwachten, vertrouwen wij dat ook de belooning ons toegezonden zal worden.

Met de meeste hoogachting

D. Ravestein


Reply #9
(May 5, 1925)

Dear Sir.

re Swan

We are in receipt of your letter of the 27th ulto. We have not yet been able to trace the marriage of Earl St. Maur. We shall be glad to receive any information you can give us to this end.

Yours faithfully,


Letter #6
(September 26, 1925)

Dear Sirs,

We are surprised that we haven’t heard from you recently on the investigation concerning the relations of Earl St. Maur. We assume, the lady will have been found by now and we expect nothing else than you will soon send us the reward of 50 pounds. Because our inquiries have been so important to you we expect nothing else than you will soon send us the 50 pound reward mentioned in the advertisement.

Original Dutch text

Weledele Heeren

Het verwondert ons ten zeerste dat wij nog niets nadere gehoord hebben aangaande het onderzoek betreffende de betrekkingen van Graaf St. Maur. Ons dunkt, thans zal de genoemde dame wel gevonden zijn en verwachten wij ook niet anders dan dat U ons binnenkort de belooning bedragende £ 50,= toestuurt. Daar onze inlichtingen van zoo groot belang zijn geweest verwachten wij ook niet anders dan dat U ons binnenkort de in de advertentie genoemde £ 50,= toestuurt
Hoogachtend
Uw dienaar
D. Ravestein


Reply #10
(September 29, 1925)

Dear Sir,

We are this morning in receipt of your letter of the 26th inst. Our advertisement was for proof of the marriage of Earl St. Maur. Any information you have given us has solely referred to Jacob Ravestein and has not complied with the advertisement. It is therefore absurd for you to ask us to remit you the award.

Yours faithfully,


Reply #11
(November 10, 1925)

Dear Sir,

re St. Maur

We are obliged for your letter of the 4th inst. We certainly think you should not be out of pocket in connection with the matter and have pleasure in enclosing you our cheque for £3. If you can supply us with any further information we shall be glad.

Your faithfully