Vlijt en Zegen
De door drie generaties van de familie Habben Jansen
bewoonde boerderij Vlijt en Zegen was gelegen in de Noordense Buurt,
iets ten noordwesten van het huidige Noordse Dorp, binnen de grenzen van de
voormalige gemeente Zevenhoven (Zuid-Holland). De foto is vermoedelijk genomen
in de periode 1900-1910, nadat de door brand verwoeste boerderij was herbouwd
in 1898. Op deze plaats, tegenwoordig Hogedijk 2, bevindt zich nog altijd
een boerderij genaamd Vlijt en Zegen, waarvan het woonhuis gebouwd
is in 1948. Het op de foto afgebeelde woonhuis moest wegens verzakking ten
gevolge van polderbemaling worden gesloopt. Delen van de huidige stal stammen
nog wel uit de tijd dat de familie Habben Jansen er woonde.
Wie bewoonden Vlijt en Zegen?
Op 13 mei 1857 vestigde Willem Gommels Habben
zich er, komende vanuit Ter Aar met zijn echtgenote en vijf kinderen. Het
adres was "nummer 106". In de jaren zestig werd het nummer 121 NK. Weer later
was het achtereenvolgens huisnummer 192, 238 en 237. Tot 30 april 1857 had
op nummer 106 de familie Rodenburg gewoond. Gelijk met het gezin Habben Jansen
kwam ook dienstbode Maria Groenweg (geboren Mijdrecht 1831) op de boerderij
wonen; waarschijnlijk werkte ze ook in Ter Aar al bij de familie en is ze
meeverhuisd. Een tweede dienstbode, Jansje de Jong (geboren Boskoop 14 januari
1835), trok op 20 april 1858 bij de familie in. Onduidelijk is of Maria toen
vertrok.
Echtgenote Stijntje van Leeuwen overleed op de boerderij in 1861, zijn oudste
zoon in 1866. Willem zelf overleed op 20 februari 1868. Zijn kinderen Cornelius,
Aagje, Johannes en Gerritje erfden elk eenvierde van de boerderij. Dochter
Aagje was inmiddels getrouwd en vertrokken naar Rietveld. In het voorjaar
van 1869 trouwde ook Johannes, hij vertrok naar Nieuwkoop en later naar Wilnis.
Jongste dochter Gerritje ging in 1872 bij haar zuster wonen. Het bedrijf
werd voortgezet door de oudste nog levende zoon, Cornelius. In 1876 keerde
Johannes, inmiddels vader van vijf kinderen, echter terug naar Vlijt en
Zegen. Een jaar later vertrok Cornelius met vrouw en twee kinderen naar
een boerderij in Laagnieuwkoop, de voortzetting van de boerderij aan zijn
broer Johannes latend. Johannes woonde er tot zijn overlijden in 1908, zijn
vrouw Maartje van der Vlist overleed zeven jaar later.
Vijf nog thuis wonende kinderen zetten het bedrijf nog enige tijd voort,
maar verkochten boerderij Vlijt en Zegen in 1921, nadat die 64 jaar
in familiebezit was geweest. In dat jaar werden boerderij, in koopcontracten
aangeduid als "hofstede Vlijt en Zegen", en de bijbehorende 27 ha, 20 a,
60 ca land verkocht aan de heer A.P.J. van der Weijden voor een bedrag van
ƒ 90.000,-. Deze verkocht alles in 1936 door aan zijn zoon M.P. van der Weijden
voor slechts ƒ 46.000,-. De volgende bewoner was opnieuw een A.P.J. van der
Weijden, kleinzoon van de koper uit 1921. Zijn vader M.P. van der Weijden
verliet de boerderij in 1947, omdat hij burgemeester van Zevenhoven werd.
Bovendien was hij, al sinds 1934, lid van de Eerste Kamer en sinds 1935 lid
van Provinciale Staten van Zuid-Holland. Hij trad in al deze functies op
namens de Rooms Katholieke Staatspartij. Ook zijn zoon, de huidige bewoner
van de boerderij was politiek actief en van 1960 tot 1986 lid van Provinciale
Staten, achtereenvolgens voor KVP en CDA. Sinds 1973 kan overigens niet meer
van een heuse boerderij gesproken worden; in dat jaar werd 24 van de 28 ha
het land verkocht. Vlak naast Vlijt en Zegen ligt tegenwoordig een dierenbegraafplaats.
Tweemaal herbouwd
Hoe het woonhuis er in de negentiende eeuw uit heeft gezien is niet bekend.
Op de ochtend van maandag 19 juli 1897 werd het pand door brand verwoest,
waarna nieuwbouw noodzakelijk werd. De brand ontstond in een hooiberg, maar
greep zo sterk om zich heen dat 'weldra (...) de geheele woning een prooi
der vlammen
werd,' aldus het verslag in de Rijnbode. 'De bewoners werden door het blaffen
van den hond gewekt, toen de vlammen zich reeds dicht nabij de slaapstede
der kinderen vertoonden.' Het blussen van de brand verliep niet zonder problemen.
Volgens de Rijnbode had de brandweer zich 'schandelijk aangesteld door afwezigheid',
slechts vier brandweermannen rukten uit. Enkele maanden later diende de weduwe
Mouris bij de gemeenteraad een nota in voor 'het gebruik van gereedschappen
enz. bij gelegenheid van de bij den landbouwer Habben Jansen gewoed hebbende
brand.' De gemeenteraad besloot de nota -'na toelichting door den voorzitter'-
overigens niet te voldoen.
Van het nieuwe huis dat na de brand gebouwd werd is meer bekend, er zijn
ook foto's van bewaard gebleven. De benedenverdieping van het in 1898 gebouwde
woonhuis bestond uit vier grote kamers; vanaf de voorzijde gezien linksvoor
de grote zijkamer (waar in de winter veel gezeten werd), rechtsvoor de opkamer
(met daaronder een kelder), linksachter de woonkamer en rechtsachter de zomerkamer,
door de latere bewoners Van der Weijden 'kaaskamer' genoemd. Tussen de kamers
aan linker- en rechterzijde liep, recht achter de voordeur, de gang. De zolder
boven het woonhuis diende als slaapvertrek voor de ouders, het achterste
deel van de zolder was bestemd voor de kinderen. Achter het benedenhuis bevond
zich eerst het wringhuis, waar de kaas gemaakt werd, met daarachter de keuken
en de stal. Een foto toont ons links van het woonhuis een klein wit gebouw
(het koetshuis) en achter de grote stal een hooiberg. Rechts van het woonhuis
en de stal bevond zich de varkensstal. Op de boerderij werkten, volgens de
overlevering, een "bouwmeid", een "stoepmeid" en vier landarbeiders. De overlevering
spreekt ook van een veestapel van 130 varkens en 80 koeien.
Het voorhuis is 1948 gesloopt en vervangen door nieuwbouw van veel kleinere
omvang. Ook de omgeving is sterk veranderd. Al lang bestonden plannen om
de Noordsche Buurt in te polderen. In 1938 werd besloten het werk te laten
verrichten door tewerkgestelde werklozen. Door de oorlog werd de Noordsche
Buurt uiteindelijk pas tussen 1949 en 1953 drooggelegd. Nieuwe bebouwing
in de Noordense Buurt verrees na de inpoldering ten oosten van de oude. In
het gebied zijn met name glastuinbouwbedrijven gevestigd. De sloop van het
voorhuis van Vlijt & Zegen hield rechtstreeks verband met deze inpoldering.
Door de bemaling verzakte de fundering, met uitzondering van de kelder onder
de opkamer. Het scheefgezakte en ontzette gebouw werd in 1948 gesloopt en
vervangen door nieuwbouw van veel kleinere omvang.
Vlijt en Zegen op kaarten
Op het onderstaande fragment van de in 1866 gemaakte kaart van de gemeente
Zevenhoven uit de Gemeente-atlas van de provincie Zuid-Holland van J. Kuyper
is de ligging van 'Vlijt en Zegen'
aangegeven. Het huidige Noordse Dorp is hier nog aangeduid als Noorden. De
dijk waaraan 'Vlijt en Zegen' ligt - op de kaart Ringdijk genaamd - heet
tegenwoordig Hogendijk. De kaart laat de situatie zien in de tijd dat Willem
Gommels Habben er woonde. Na diens overlijden in 1868 werd het onroerend
goed binnen de gemeente Zevenhoven dat zijn kinderen erfden in de Memorie
van Successie omschreven als 'een bouwmanswoning verder getimmerten en
een tuin benevens eenige percelen wei, hooi, bouw, riet en
boschland kade en water staande en gelegen onder Zevenhoven, op de perceelsgewijzen
legger van het kadaster bekend onder sectie A nommers 606 tot en met 610,
612 tot en met 624, 628 tot en met 636, 640, 646, 677 tot en met 679, 681,
682, 1541, 1612 tot en met 1616, 404 tot en met 406 en 940 te zamen ter grootte
van 45 Bunders 70 Roeden 22 Ellen.' Deze nummers zijn te vinden op het
zogenaamde minuutplan, een gedetailleerde kaart van het kadaster. Hier rechts
is een fragment van het minuutplan uit 1832 te zien. Op het min of meer driehoekige
stuk land dat op de kaart uit 1866 één kavel lijkt te zijn,
bevonden zich in 1832 twee boerderijen. Beide boerderijen waren toen eigendom
van Jan Hendrik Horstman, een koopman uit Amsterdam. Onbekend is vooralsnog
wanneer beide boerderijen verdwenen zijn en plaats hebben gemaakt voor één
grotere boerderij. De linker boerderij, met kadastraal nummer 680, behoorde
niet tot het onroerendgoedbezit van Willem Gommels Habben, tenzij deze al
voor 1868 gesloopt was en kavel 680 met andere kavels was samengevoegd (en
omgenummerd). Wanneer de twee boerderijen
gebouwd zijn is evenmin bekend. Wel is de bebouwing al te vinden op een door
landmeter A. Verdam vervaardigde kaart van het gebied uit 1808 (onderste
afbeelding links).