Amstelhoeve Amstelhoeve

Op 4 februari 1921 vestigden Willem Habben Jansen , zijn broer Johannes (Jo) en hun zuster Agatha Margaretha (Aagje) zich op de boerderij Amstelhoeve in Amstelhoek in de gemeente Mijdrecht. Komend vanuit het dorp Mijdrecht lag de boerderij aan de Mijdrechtsche Zuwe, de weg naar Uithoorn, net voor de brug over de Amstel aan de rechterkant. Op de foto hier links is het het vierkante gebouw tussen de bomen, midden onderin de foto. In 1921 is het adres van de boerderij wijk III nr. 98.
De familie Habben Jansen verhuisde naar de Amstelhoeve vanuit de ouderlijke boerderij Vlijt en Zegen, in het nabijgelegen Noorden. De drie kinderen woonden nog thuis toen hun moeder in 1915 overleed. Vader Habben Jansen was reeds in 1908 overleden. Hoe de afwikkeling van de erfenis vervolgens precies is verlopen is vooralsnog onduidelijk. Vast staat evenwel dat veel van de andere leden van het gezin de thuiswonende kinderen er jarenlang van hebben beschuldigd zichzelf daarbij te hebben bevoordeeld. Mogelijk door het afsluiten van een  pachtcontract met hun moeder zouden ze aan de verkoop en boedelverdeling meer hebben overgehouden dan de andere erfgenamen. Vast staat ook dat de broers Willem en Johannes in 1921 in staat waren de Amstelhoeve samen te kopen.
Naast het drietal woonde op de boerderij ook Willem Carel van der Grient, in het bevolkingsregister geregistreerd als 'koopman in motoren'. Bovendien kende het huishouden ook een dienstbode. Aanvankelijk was dit de uit Noorden meeverhuisde Cornelia Schellingerhout. In 1922 werd zij opgevolgd door de in Zevenhoven geboren en uit Utrecht afkomstige Dirkje Immerzeel, die slechts enkele maanden bleef. In juli 1922 kwam vervolgens de in Aalsmeer geboren Anna Clasina van Elswijk, zij zou meerdere jaren blijven.
In 1924 veranderde de samenstelling van het huishouden ingrijpend. Kort na elkaar traden Jo en Aagje in het huwelijk. Aagje trouwde op 1 mei met motorhandelaar Van der Grient en beiden vestigden zich in Utrecht. Jo trouwde zes dagen later met de weduwe Dirkje de Jong-Visser. Zij gingen in Alphen aan den Rijn wonen. Willem bleef dus aanvankelijk alleen achter, maar ook hij trad een jaar later in het huwelijk. Op 8 oktober 1925 trouwde hij met de Haarlemse Anna Christina Daudeij.

Herbouw na brand



Tussen de huwelijken door werd Amstelhoeve op 5 november 1924 getroffen door een brand. Volgens een bericht in de Telegraaf was de oorzaak onbekend, maar dekte de verzekering de schade. Op 28 maart 1925 dient aannemer-timmerman C. Rijneveld namens Willem Habben Jansen dan ook een aanvraag in voor herbouw en vraagt een bouwvergunning aan voor 'een woonhuis te Mijdrecht aan de Amstel bij den Uithoornsche brug op het terrein het van ouds bekende Amstelhoeve.' De vergunning wordt door burgemeester en wethouders op 7 april reeds verleend. Blijkens de bouwtekeningen betreft het volledige nieuwbouw op bestaande fundamenten. De restanten van de oorspronkelijke Amstelhoeve werden gesloopt na de brand. Over de brand hoorde ik in de familie Habben Jansen het verhaal dat het om brandstichting omwille van verzekeringsgeld zou gaan. Willem zou met behulp van een wekker en een kaarsje de brand in zijn eigen afwezigheid hebben veroorzaakt. Uiteraard werd dit verhaal verteld door nazaten van de kinderen die zich bij de eerder genoemde erfeniskwestie benadeeld voelden. De ware toedracht blijft evenwel, zoals de Telegraaf dus terecht meldde, onduidelijk.
Uit de bouwtekeningen valt op te maken dat bij de verbouwing de oorspronkelijke plattegrond nagenoeg gehandhaafd blijft. We zien dat door de 'bestaande voet' met de tekening voor de begane grond te vergelijken. Ook de nieuwe voorgevel vertoont sterke gelijkenis met de oude, maar er zijn kleine verschillen zichtbaar. Hier rechts is een foto van de oude voorgevel te zien met daaronder de nieuwe bouwtekening. Het dichtgemetselde raam midden boven is vervangen door een iets groter raam in vier delen. Bovendien zijn twee dakkapellen toegevoegd, die op oude foto's van Amstelhoeve nog niet te zien zijn.
Na de brand moest Willem elders onderdak vinden. In de aanvraag voor de bouwvergunning staat vermeld dat hij 'inwonend te Haarlem' was. Er zal een verband zijn met zijn toekomstige echtgenote Anna Christina Daudeij. Ook zij woonde in die stad; van andere (familie)relaties van Willem met de stad Haarlem is geen sprake. Na hun huwelijk op 5 oktober 1925 vestigt zij zich op 5 november 1925 - samen met haar moeder  Anna Christina Daudeij-Lijbrink - in de gemeente Mijdrecht. We mogen daarom aannemen dat de nieuwbouw van Amstelhoeve voor die datum was voltooid.
Met zijn echtegenote bleef Willem Habben Jansen in de Amstelhoeve wonen tot zijn overlijden op 8 maart 1937. Op zijn rouwkaart staat als adres "Amstelhoeve, Uithoorn". Zijn weduwe verliet de boerderij nog datzelfde jaar en ging terug naar haar geboortestreek. Als haar laatste adres in de gemeente Mijdrecht staat Wijk E nr. 111 geregistreerd. Tot haar overlijden in 1961 woonde ze afwisselend in Bloemendaal en Haarlem.

Eerdere bewoners

Willem en Johannes Habben Jansen kochten Amstelhoeve in 1921 van koopman Antonie Johan de Groot, die het huis in 1904 had gekocht. Vermoedelijk kocht De Groot het van de erven Berckenkamp, nazaten van de in 1887 overleden Jan Hendrik Berckenkamp. Als 'koopman uit Katwijk aan de Rijn' kocht hij het in 1873 van Johannes Franciscus Kiebert, een landbouwer die het pand overgenomen had van zijn vader Franciscus Heronimus Kiebert, ook al een 'koopman'. Kiebert kocht het in 1858 van boer Theunis Kamper, die de Amstelhoeve twee jaar daarvoor had gekocht van Jacobus Heemskerk. Hij was de tweede eigenaar en had het pand in 1845 gekocht van eerste eigenaar Christiaan van Beek. Metselaar Van Beek liet het 'huis met boomgaard' in 1840 bouwen.

Afbraak en verplaatsing

Ruim tien jaar na de nieuwbouw van de Amstelhoeve in 1925 wachtte het pand opnieuw de slopershamer. Het gebouw stond in de weg bij de aanleg van de nieuwe brug over de Amstel, die later Prinses Irenebrug zou gaan heten. De oprit voor de brug zou op de plaats van het huis moeten komen. Besloten werd de boerderij steen voor steen af te breken en elders weer op te bouwen. Op drie zolderschuiten werden de stenen naar de Ruigekade 24. In opdracht van de familie Rijlaarsdam bouwden de aannemers Rekelhof en Palenstein de Amstelhoeve opnieuw op. Overigens leverde dat geen exacte kopie van het huis op, zodat het niet als zodanig meer herkenbaar is. Wel is de originele gevelsteen erin opgenomen. Naar verluidt werden voor de buitenmuren nieuwe stenen gebruikt. Volgens verschillende publicaties, bijvoorbeeld het boek 'De Hoef - Amstelhoek, een wandeling langs "De Kromme Mijdrecht" II' van H.W. Rademaker, vond de verplaatsing van de boerderij plaats in 1936, een jaar voor het overlijden van Willem Habben Jansen dus. Gelet op het feit dat Willem volgens zijn rouwkaart tot zijn overlijden in de Amstelhoeve woonde laat dat twee mogelijkheden over: de familie Habben Jansen heeft sloop en wederopbouw meegemaakt, na het huis kennelijk al te hebben verkocht aan de familie Rijlaarsdam of de sloop vond niet plaats in 1936, maar in de loop van 1937, nadat de weduwe Habben Jansen Amstelhoeve had verlaten.

Eddy M. HABBEN JANSEN
Reacties ( )

Met dank aan Evert Poelwijk voor de door hem aangeleverde gegevens uit het gemeentearchief en het kadaster, aan Jan Verhoek voor het beschikbaar stellen van de foto's van de brand en aan Chris Woerden voor het vinden van het krantenbericht.

[Terug naar homepage]