Het Vrouwenverdrag in de Nederlandse rechtsorde


1.2 Doel en functie van het onderzoek

Het doel van dit onderzoek was in de eerste plaats een evenwichtig(er) beeld te krijgen van het belang van het Vrouwenverdrag en de betekenis daarvan voor de Nederlandse rechtsorde, omdat het vermoeden bestond dat het Vrouwenverdrag binnen de Nederlandse rechtsorde tot nu toe niet volledig tot zijn recht was gekomen. Een andere, hiermee nauw verbonden doelstelling, was het verhelderen van de verplichtingen van de Nederlandse overheid bij de verdere implementatie van het Verdrag. Gezien het kader van dit onderzoek, de "Kalsbeekrapportage", was het nodig de juridische relevantie én de beleidsrelevantie van het Vrouwenverdrag concreter aan te geven.

De praktische betekenis van het Vrouwenverdrag bij de beleidsvoorbereiding en rechtsontwikkeling moest vergroot worden om, zo wilde ook de opdrachtgever, het Verdrag op deze wijze hanteerbaar te maken voor de verschillende doelgroepen, en in het bijzonder voor wetgever, bestuur en rechtspraktijk. Vanwege de "alomvattendheid" van het Verdrag was het tegelijkertijd nodig een bijdrage te leveren aan de toegankelijkheid van het Vrouwenverdrag voor de verschillende doelgroepen, en aanknopingspunten te bieden voor de (rechts)praktijk.

Dit onderzoeksverslag is een inventarisatie en een eerste analyse. Het is bedoeld om de discussie over het Vrouwenverdrag te stimuleren, en om bouwstenen aan te dragen voor de maatschappelijke en politieke discussie. Het wil aanknopingspunten bieden voor een betere afstemming van het beleid op de verschillende terreinen vanuit de optiek van het Vrouwenverdrag en meer inzicht geven in de gevolgen van de verschillende vormen van overheidsbeleid voor vrouwen. In zijn totaliteit zal het onderzoeksverslag gebruikt kunnen worden om de bekendheid met het Vrouwenverdrag te vergroten en daarmee de bruikbaarheid.

1.3 Probleemstelling

De onderzoeksopzet leidde tot de volgende probleemstelling:

  • wat is naar de huidige inzichten het belang ofwel de meerwaarde van het Vrouwenverdrag voor de Nederlandse rechtsorde?
  • in hoeverre kan het Vrouwenverdrag een functie vervullen bij de ontwikkeling van het (bestaande) recht ter wille van de verbetering van de (rechts)positie van vrouwen?

Dit leidde tot een aantal deelvragen, zoals:

  • hoe hebben de inzichten over de betekenis van het Vrouwenverdrag zich sinds de aanname van het Vrouwenverdrag ontwikkeld?
  • hoe kan het overheidsbeleid beoordeeld worden in het licht van het Vrouwenverdrag?
  • welke implicaties hebben de normstellingen en begrippen van het Vrouwenverdrag voor de Nederlandse rechtsorde?
  • biedt het Vrouwenverdrag aanknopingspunten voor de concretisering van de verplichtingen van de overheid op grond van het Vrouwenverdrag?
  • in hoeverre kunnen individuele rechtzoekenden een beroep doen op het Vrouwenverdrag?

De probleemstelling en de deelvragen sloten aan bij de discussie die in de wetenschappelijke literatuur gevoerd was over de betekenis van het Vrouwenverdrag en tevens op de meer beleidsgerichte vragen, zoals die tijdens de parlementaire behandeling van de Goedkeuringswet aan de orde gekomen waren.