| 2.1.3 De visie van de CSW op
het te voeren beleid Naast het ontwerpen van juridische instrumenten is de CSW in eerste instantie actief geweest met betrekking tot het formuleren van beleid rond het thema Vrouwen en Ontwikkeling. Tijdens de Wereldconferentie voor de Rechten van de Mens in Teheran in 1968 werd besloten dat de CSW prioriteit zou geven aan de opleiding van vrouwen en de bijdrage van vrouwen aan de economische en sociale ontwikkeling om recht te doen aan de behoeften van vrouwen in de huidige wereld. [21] Daarop startte de CSW met activiteiten rond de samenhang tussen gelijkheid en ontwikkeling, waarin de nadruk lag op het feit dat vrouwen niet slechts begunstigden van het ontwikkelingsproces zijn, maar ook deelnemers. Centrale thema's waren het waarborgen van de deelname van vrouwen aan het ontwikkelingsproces, en het integreren van de samenhang tussen gelijkheid en ontwikkeling in ontwikkelingsprogramma's. Deze aanpak werd voortgezet in het Internationale Jaar van de Vrouw (1975), en het daarop volgende Decennium van de Vrouw. In 1972 werd besloten tot een Jaar van de Vrouw [22], dat in 1975 plaatsvond, en in samenhang daarmee tot een drietal wereldconferenties. De wereldconferenties waren een aanzet tot een veelomvattender aanpak van de bemoeienis van de Verenigde Naties met de positie van vrouwen. Een aantal programma's en verklaringen kwam tot stand waaruit de politieke betrokkenheid van deze organisatie bij de positie van vrouwen spreekt. Uit deze documenten blijkt een bredere aanpak van de thema's gelijkheid, ontwikkeling en vrede; het zijn blauwdrukken voor toekomstige actie door de Verenigde Naties, door de staten en door niet-gouver-nementele organisaties (NGO's). Gevolg van deze aanzet was ook dat de CSW een duidelijker taak kreeg in het ontwikkelingsproces, en de rol van vrouwen daarin. Ook in het vervolgtraject speelde de CSW een rol, namelijk bij het bewaken van de voortgang met betrekking tot de implementatie van de "Forward-looking strategies", het tijdens de Conferentie in Nairobi (1985) tot stand gekomen beleidsdocument. Anderzijds was de CSW zeker niet de enige actor van belang tijdens het Decennium van de Vrouw. Zo speelde de CSW bijvoorbeeld geen rol in de voorbereiding van de Wereldconferenties in Mexico en in Kopenhagen. Verder waren belangrijke initiatieven voor verbetering van de aandacht voor de positie van vrouwen binnen de Verenigde Naties afkomstig van de Algemene Vergadering en de ECOSOC zonder dat de CSW daar veel aan bijgedragen heeft. Een punt van zorg was dat de aandacht van de CSW voor de ontwikkelingsproblematiek de aandacht afleidde van de andere twee hoofdthema's van het Decennium: vrede en gelijkheid. Daarnaast was er bezorgdheid over de positie van de CSW als de coördinator van acties met betrekking tot vrouwen binnen de VN-organisatie zelf. Halverwege de jaren zeventig werd steeds vaker gesuggereerd dat de CSW opgeheven kon worden. Uiteindelijk werd echter in 1980 een voorstel hiertoe verworpen. De CSW werd expliciet belast met het coördineren en volgen van de implementatie van het inmiddels geformuleerde beleid met betrekking tot vrouwen binnen de Verenigde Naties. Na de periode waarin de aandacht vooral was uitgegaan naar de rol van vrouwen in het ontwikkelingsproces (tot 1975) en na het Decennium van de Vrouw (1975-1985) brak een periode aan waarin de plaats van vrouwen in het algemene discours over mensenrechten, economie en maatschappelijke ontwikkelingen ("mainstreaming") centraal kwam te staan. Met name ging de aandacht in de jaren tachtig uit naar het revitaliseren van de rol van de CSW en het optimaliseren van haar werkwijze. Ook waren er initiatieven om de drie thema's van het Decennium, vrede, gelijkheid en ontwikkeling, beter te integreren. Na een periode van speciaal op vrouwen gerichte activiteiten werd in de jaren tachtig de koers verlegd naar een strategie gericht op het incorporeren van de belangen van vrouwen in een integrale aanpak. Daarnaast werd vastgesteld dat de verbetering van de positie van vrouwen samen zou moeten hangen met vergroting van invloed in besluitvorming op alle niveaus ("empowerment"). Tevens werd gewerkt aan het incorporeren van de resultaten van de wereldconferentie in Nairobi in alle activiteiten van de Verenigde Naties op het gebied van vrouwenrechten. In 1987 was de stemming zo zeer veranderd dat in een speciale zitting van de CSW gesproken werd over het verder verstevigen van de positie van de CSW. Er kwam een betere coördinatie van het werk, onder andere een middellange-termijn-plan waarin een evaluatie van de drie centrale doelen aan de orde kwam. Deze veranderingen in de werkwijze van de CSW hebben de instemming gekregen van zowel de ECOSOC als de Algemene Vergadering. Daaruit mag een ondersteuning voor het werk van de CSW door de staten blijken. Ook de rol van de CSW met betrekking tot de Wereldvrouwenconferentie in Beijing in 1995 getuigt van een hernieuwde vitaliteit van deze CSW. |