| 2.2 Het supervisiesysteem van
het Vrouwenverdrag Het vaststellen van de materiële inhoud van het Verdrag is een belangrijke stap in de richting van de internationale waarborging van de rechten van vrouwen, maar een supervisiemechanisme is het noodzakelijke complement van dergelijke regelgeving. Ofschoon mensenrechtenverdragen, als elk verdrag, nageleefd dienen te worden door verdragspartijen, is er gezien het specifieke karakter van mensen- rechtenverdragen niet direct een mechanisme voorhanden dat staten aanzet tot naleving. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het VN-Handvest dat in de hoofdstukken 6 en 7 een aantal instrumenten aanreikt om staten tot naleving van het Handvest te dwingen. Echter, mensenrechten richten zich in de eerste plaats op de relatie overheid-burgers en die relatie behoort traditioneel tot de interne aangelegenheden van staten. In sinds de jaren zestig tot stand gekomen verdragen binnen de VN op het terrein van de rechten van de mens is steeds voorzien in een comité van onafhankelijke experts, dat toezicht houdt op de naleving van de mensenrechtenverdragen. In de praktijk is de rol van deze toezichthoudende organen van buitengewoon grote betekenis geweest voor de ontwikkeling en versterking van de bescherming van de rechten van de mens op verdragsbasis. De toezichthoudende organen hebben niet slechts bijgedragen aan de interpretatie van bepalingen op het gebied van de mensenrechten, maar zij dragen ook in belangrijke mate bij aan de verdere ontwikkeling van diezelfde mensenrechten. Deze ontwikkeling bespreken wij nader in hoofdstuk 7 van dit rapport. Gezien deze praktijk ten aanzien van eerdere verdragen was het niet verbazingwekkend dat uiteindelijk ook het Vrouwenverdrag een supervisiesysteem kreeg dat vergelijkbaar is met die van eerdere verdragen op het gebied van de rechten van de mens. |