| 2.2.3 De Algemene
Aanbevelingen van het CEDAW met betrekking tot de
rapportageprocedure In het perspectief van de bescherming van de rechten van de mens is het toezichtsmechanisme van het Vrouwenverdrag, met slechts een rapportageprocedure, betrekkelijk zwak. Dat het supervisiemechanisme van het Vrouwenverdrag en de deelname van de verdragspartijen daaraan niet naar tevredenheid functioneren mag blijken uit de vele Algemene Aanbevelingen die het CEDAW inmiddels met betrekking tot de rapportageprocedure heeft gemaakt. De eerste Aanbeveling betreft een uitwerking van artikel 18 Vrouwenverdrag. [38] Dit artikel verplicht verdragspartijen om binnen een jaar na ondertekening van het Verdrag en vervolgens om de vier jaar een rapport op te stellen met daarin opgenomen de wetgevende, rechterlijke, bestuurlijke en andere maatregelen genomen ter uitvoering van het Verdrag. De Aanbeveling schrijft voor dat in het rapport eventuele obstakels bij de implementatie van het Verdrag worden vermeld en de maatregelen die zijn genomen om deze obstakels te overwinnen. Bovendien moet het rapport actueel zijn. Ook in de tweede Aanbeveling gaat het over de rapporten van verdragspartijen. [39] Aanbevolen wordt om de Algemene Richtlijnen, aangenomen in augustus 1983 [40], te gebruiken bij het opstellen van de rapporten. Indien de Richtlijnen gevolgd worden, zijn de rapporten gestandaardiseerd voor wat betreft vorm en inhoud. Bovendien moet het rapport op tijd worden ingediend, en wel vier jaren na de indiening van het eerste rapport en drie maanden voordat de zitting van het Comité aanvangt. In de zevende zitting in 1988 beveelt het CEDAW in Aanbeveling 6 de verdragspartijen aan om nationale instrumenten, instituties en procedures ("the machinery") op hoog niveau bij de overheid te versterken. Aanbevolen wordt een voortdurende controle op de situatie van vrouwen. Adviezen van hoge kwaliteit moeten worden opgesteld over de doorwerking van het overheidsbeleid op vrouwen. Daaronder valt het identificeren van alle oorzaken van discriminatie waarna een nieuw beleid geformuleerd kan worden dat daadwerkelijk en effectief discriminatie elimineert. De verdragspartijen dienen in hun volgende rapportage de acties ondernomen op grond van deze Aanbeveling op te nemen. In Aanbeveling 9 bepaalt het CEDAW dat statistische informatie onontbeerlijk is om de werkelijke situatie van vrouwen in een bepaald land te kunnen begrijpen. [41] Daartoe raadt ze aan om bij de landenrapporten statistische gegevens bij te sluiten, zodat de geďnteresseerde gebruiker gemakkelijk de gewenste informatie kan krijgen. In Aanbeveling 10 raadt het CEDAW de verdragspartijen aan om op de tiende verjaardag van het Verdrag seminars en conferenties te organiseren om publiciteit te geven aan het Verdrag. Daartoe zouden vrouwenorganisaties uitgenodigd kunnen worden om deel te nemen aan de publiciteit rondom het Vrouwenverdrag. [42] Aanbeveling 11 betreft de nakoming van de rapportageverplichting. [43] Aanbevolen wordt om verdragspartijen die problemen hebben met de rapportage, aan te moedigen deel te nemen aan trainingen die het opstellen van rapporten begeleiden. Andere verdragspartijen kunnen meewerken aan die trainingen en aan diensten die adviezen geven. |