| 2.3 Samenvattend Het Vrouwenverdrag is tot stand gekomen door
de inzet van de Commission on the Status of Women, een
functionele commissie van de VN-commissie ECOSOC,
opgericht in 1946. Deze Commissie heeft in de loop van de
tijd enkele voor de positie van de vrouw belangrijke
verdragen en verklaringen tot stand gebracht,
aanvankelijk op het terrein van de politieke participatie
van de vrouw, en over onderwerpen als nationaliteit,
huwelijkstoestemming, huwelijksleeftijd en registratie
van huwelijken, later over de Bescherming van Vrouwen en
Kinderen in Noodtoestand en Gewapend Conflict,
Internationale Vrede en Samenwerking, en de Uitbanning
van Geweld tegen Vrouwen. Ook nam deze Commissie het
initiatief tot de Verklaring tot Uitbanning van
Discriminatie jegens de Vrouw (DEDAW) van 1967.
In de jaren zestig hield de CSW
zich voornamelijk bezig met de positie van vrouwen in
ontwikkelingslanden, in de jaren zeventig en in het
decennium van de Vrouw (1975 tot 1985) met algemene
vrouwenproblematiek, terwijl zij zich daarna vooral is
gaan richten op de "mainstreaming": integratie
van de vrouwenproblematiek in het algemene discours over
de mensenrechten.
In 1972 nam de Commission on the
Status of Women het initiatief tot het Vrouwenverdrag,
mede uit ontevredenheid over het geringe effect van de
DEDAW. Dat leidde in 1979 tot aanvaarding van het
Vrouwenverdrag. Bij de uiteindelijke aanvaarding speelde
de Nederlandse delegatie een actieve rol.
Het toezicht op de implementatie
van het Verdrag is opgedragen aan een
deskundigencommissie, ingesteld bij het verdrag, het
CEDAW. Op statenpartijen rust een vierjaarlijkse
rapportageplicht. Het CEDAW heeft haar supervisietaken
inmiddels uitgebreid door aanbevelingen over de wijze van
rapportage en meer inhoudelijke onderwerpen als seksueel
geweld. NGO's worden bij deze landenrapportages
betrokken. Hoewel de toerusting van het CEDAW te wensen
overlaat, maakt het CEDAW een maximaal gebruik van zijn
supervisiebevoegdheden, dit naar het voorbeeld van andere
supervisieorganen op het gebied van de mensenrechten. Ter
discussie staat inmiddels een voorstel over een
individueel klachtrecht bij het CEDAW, ter versterking
van de supervisietaken.
|