Het Vrouwenverdrag in de Nederlandse rechtsorde


3.10 Onderwijs, vorming en scholing

Het derde deel van het Vrouwenverdrag bevat bepalingen over sociale en economische rechten. Artikel 10 gaat over het onderwijs. Ten aanzien van loopbaan en beroepskeuze moeten gelijke rechten worden gewaarborgd, evenals gelijkheid bij de toelating tot het onderwijs, terwijl datzelfde onderwijs met gelijke examens en gelijkelijk gekwalificeerde docenten beschikbaar behoort te zijn. Er moet gelijkheid zijn ten aanzien van het verkrijgen van studietoelagen en toegang tot volwasseneneducatie.[88] Daarnaast worden beleidsdoelen gesteld als het uitbannen van stereotiepe opvattingen over de rol van mannen en vrouwen door middel van onderwijs. Dit laatste doel kan onder meer bereikt worden door aanpassing van onderwijsmethodes en het aanmoedigen van gemengd onderwijs.[89] De verdrags-partijen streven ook naar vermindering van het aantal meisjes dat voortijdig hun opleiding staakt.

Artikel 10 bevat rechten die ten dele ook elders zijn vastgelegd, onder andere in het UNESCO-verdrag. Er is echter een duidelijk verschil tussen de in het UNESCO-verdrag toegestane instandhouding van gescheiden onderwijs (artikel 2 sub a) en het in het Vrouwenverdrag bepleite gemengde onderwijs. In het UNESCO-verdrag worden afzonderlijke onderwijsstelsels voor jongens en meisjes niet verboden, zolang ze maar op gelijke wijze toegang geven tot het onderwijs. Het artikel belet staten niet verschillende vormen van onderwijs aan te bieden, zolang ze maar gelijkwaardig zijn.

Ingevolge deze bepalingen kan een staat bijvoorbeeld technische opleidingen alleen toegankelijk maken voor jongens en opleidingen in de verzorgende sector alleen voor meisjes, zolang ze maar recht geven op een gelijkwaardig diploma.[90] In het Vrouwenverdrag is echter steeds sprake van dezelfde mogelijkheden inzake toegang tot onderwijs. De term "op gelijke wijze" is rekbaarder dan de term "dezelfde", derhalve is het Vrouwenverdrag op dit punt strenger dan het UNESCO-verdrag. Het Vrouwenverdrag laat overigens ook gescheiden onderwijs toe, getuige artikel 10 sub c.

Verder zijn er nog de ILO-verdragen 111 en 140. Artikel 10 sub a Vrouwenverdrag is breder van opzet dan het bepaalde in ILO-verdrag 111 ten aanzien van beroepsonderwijs. Onder "arbeid en beroep" moet in artikel 1 lid 3 ILO-verdrag 111 worden begrepen de toegang tot beroepsopleidingen en arbeidsvoorwaarden. Artikel 10 sub d Vrouwenverdrag schrijft voor dat vrouwen op gelijke voet met mannen gebruik moeten kunnen maken van beurzen en andere studietoelagen. Eenzelfde recht gericht op werknemers is te vinden in artikel 8 ILO-verdrag 140.[91] Op grond van deze bepaling mag scholings- en vormingsverlof niet worden geweigerd vanwege het geslacht van de werknemers.