Het Vrouwenverdrag in de Nederlandse rechtsorde


3.12 Gezondheid

Artikel 12 bepaalt dat discriminatie in de gezondheidszorg uitgebannen dient te worden, opdat vrouwen hier optimaal gebruik van kunnen maken, daaronder begrepen zorg in de sfeer van de geboorteregeling. Bovendien waarborgen de verdragspartijen de beschikbaarheid van passende en zo nodig kosteloze hulp bij zwangerschap, bevalling en de daarop volgende periode, inclusief passende voeding.

In het Vrouwenverdrag wordt het recht op abortus niet expliciet genoemd, het CEDAW heeft op dit punt altijd een wat pragmatische benadering voorgestaan. Aan de rapporterende verdragspartijen wordt wèl gevraagd naar de regelgeving ten aanzien van abortus en geboortebeperking. Hieruit vloeien dan vragen voort over de toegankelijkheid van geboortebeperkingsmethoden (als die rechtmatig zijn) of over de gevolgen van illegale abortussen. Met deze aanpak heeft het CEDAW een strategie weten te ontwikkelen, die inspeelt op de verschillende (religieuze, culturele en juridische) opvattingen ten aanzien van de positie van vrouwen met betrekking tot de voortplanting.

De heersende interpretatie van het reeds genoemde ILO-verdrag 103 is dat de medische zorg in verband met zwangerschap en bevalling kosteloos verstrekt dient te worden. Uitdrukkelijk wordt in artikel 4, achtste lid, bepaald dat de werkgever in geen geval persoonlijk aansprakelijk is voor de kosten van de verstrekte medische zorg. Verder kan nog genoemd worden in dit kader artikel 12 van het IVESCR dat eveneens het recht op gezondheid waarborgt voor een ieder.

Aanbeveling 14 gaat over het uitbannen van vrouwenbesnijdenis.[103] Ondanks activiteiten binnen de VN, door gespecialiseerde organisaties zoals de Wereld Gezondheidsorganisatie en UNICEF, van NGO's en van de vrouwen zelf, duren vrouwenbesnijdenis en andere traditionele praktijken voort. De oorzaak hiervan ligt in de culturele, traditionele en economische pressie. Verdragspartijen wordt aangeraden om passende en effectieve maatregelen te nemen, zodat praktijken als vrouwenbesnijdenis uitgebannen worden.

Aangeraden wordt om informatie over traditionele praktijken te verzamelen en te verspreiden, vrouwenorganisaties te steunen bij hun pogingen vrouwenbesnijdenis en andere schadelijke praktijken uit te bannen, en ten slotte politieke, religieuze en maatschappelijke leiders en de media aan te sporen samen te werken in de beïnvloeding van de houding ten aanzien van besnijdenis. Het uitbannen van vrouwenbesnijdenis kan ook bereikt worden door passende strategieën in de nationale gezondheidszorg door te voeren. Zo kan bijvoorbeeld aan gezond-heidswerkers opgedragen worden om de schadelijke effecten van vrouwenbesnijdenis aan vrouwen en mannen uit te leggen. Verdragspartijen kunnen altijd verzoeken om assistentie, informatie en advies bij VN-organisaties. Vrouwen en aids is het thema van Aanbeveling 15[104] uit 1990. Verdragspartijen wordt aangeraden hun pogingen te intensiveren om het publieke bewustzijn met betrekking tot aids te vergroten. In het bijzonder moeten vrouwen en kinderen bewuster worden gemaakt van het risico van een HIV-infectie en aids, en de gevolgen daarvan. Deze speciale aandacht voor vrouwen zou terug te vinden moeten zijn in programma's ter bestrijding van aids.

Gewezen wordt op de speciale rechten en behoeften van vrouwen in verband met hun voortplantingsfunctie en op het feit dat hun ondergeschikte rol in een groot aantal samenlevingen vrouwen kwetsbaar maakt. Verdragspartijen moeten een actieve participatie van vrouwen in de gezondheidszorg verzekeren. Op die manier kunnen vrouwen een grote bijdrage leveren in de strijd tegen aids. In de rapportages moet aandacht worden besteed aan de acties die verdragspartijen hebben ondernomen om geïnfecteerde vrouwen te ondersteunen en moet worden aangegeven hoe kan worden voorkomen dat deze vrouwen worden gediscrimineerd.

Ook over de positie van de gehandicapte vrouw moet worden gerapporteerd, stelt Aanbeveling 18.[105] Het CEDAW is bezorgd over deze groep vrouwen, omdat zij slachtoffer kunnen worden van dubbele discriminatie. Verdragspartijen dienen maatregelen te nemen op terreinen als onderwijs, arbeid, gezondheidszorg en sociale zekerheid, teneinde de deelname aan het maatschappelijk leven te verzekeren.