| 3.15 Overige rechten Artikel 15 regelt in het eerste lid de gelijkheid voor de wet. Het tweede lid handelt over de handelingsbekwaamheid van de gehuwde vrouw en noemt uitdrukkelijk de bevoegdheid van de gehuwde vrouw om overeenkomsten te sluiten en in rechte op te treden. Lid 3 sluit hierop aan met een verbod van overeenkomsten die de handelingsbekwaamheid van de vrouw beperken en verklaart deze nietig.[108] Verder is een lid toegevoegd over bewegingsvrijheid en de vrijheid om een woon- of verblijfplaats te kiezen.[109] Het Vrouwenverdrag erkent in artikel 15 lid 2 gelijke rechtsbevoegdheid en het recht op gelijke behandeling van vrouwen in gerechtelijke procedures. De regel van gelijkheid voor het recht is eveneens terug te vinden in de artikelen 14 lid 1 en 16 van het IVBPR. In artikel 14 IVBPR wordt de gelijkheid van mannen en vrouwen voor het recht en de rechterlijke instantie bevestigd. Artikel 1 Eerste Protocol EVRM kent het recht op genot van zijn eigendom aan ieder natuurlijk of rechtspersoon toe. De wetgeving van de verdragspartijen dient gelijke rechten aan mannen en vrouwen te verlenen met betrekking tot de bewegingsvrijheid en de vrijheid woon- en verblijfplaats te kiezen, aldus artikel 15 lid 4 Vrouwenverdrag. Artikel 12 IVBPR garandeert vrije verplaatsing van een ieder, met inbegrip van het recht het land te verlaten. Dit recht kan worden beperkt op grond van een gelimiteerd aantal omstandigheden, zoals de bescherming van de nationale veiligheid, de openbare orde en de volksgezondheid. |