| 3.2.3 Specifiek gericht op
vrouwen Een tweede argument voor de ruime strekking van het discriminatiebegrip betreft het feit dat het discriminatieverbod in artikel 1 zich richt op de bestrijding van vrouwendiscriminatie en niet op discriminatie op grond van geslacht. Dit is een principieel punt van discussie geweest bij de voorbereiding van het Vrouwenverdrag. [54] Er is dus bewust voor de formulering "discriminatie van de vrouw" gekozen. Deze formulering brengt in beginsel mee dat alleen een inperking van rechten die nadelig is voor vrouwen onder de werkingssfeer van het verdrag valt, een benadeling van mannen niet. Dit argument ondersteunt tevens de opvatting dat in het verdrag sprake is van een materiële gelijkheidsbenadering. Gezien doel en strekking van het verdrag kunnen vormen van gelijke behandeling die in de praktijk de positie van vrouwen verslechteren in strijd geacht worden met het Vrouwenverdrag. Het bevorderen van gelijkheid door vrouwen even slecht te behandelen als mannen (levelling down) is daarom in strijd met het Vrouwenverdrag. 3.2.4 Ook de privé-sfeer Een derde argument voor de ruime strekking is het feit dat het discriminatieverbod uit het Vrouwenverdrag zich niet beperkt tot het genot of de uitoefening van rechten en vrijheden in de openbare sfeer, maar zich ook uitstrekt tot de privé-sfeer. Dit wordt afgeleid uit de zinsnede in de bepaling: op welk terrein dan ook. Dit is van groot belang, aangezien de inbreuken die vrouwen op hun rechten ondervinden zich vaak juist ook in de privé-sfeer voordoen, men denke bijvoorbeeld aan het wereldwijde probleem van geweld tegen vrouwen binnen het gezin. Dat het verdrag inderdaad zover gaat is bevestigd door Algemene Aanbeveling 19 van het CEDAW. In deze Aanbeveling stelt het comité dat de definitie van discriminatie in artikel 1 ook "gender-based violence" omvat, dat wil zeggen: "violence that is directed against a woman because she is a woman or that affects women disproportionately. It includes acts that inflict physical, mental or sexual harm or suffering, threats of such acts, coercion and other deprivations of liberty".[55] Geweld tegen vrouwen kan dus een inbreuk opleveren van specifieke bepalingen van het Vrouwenverdrag "regardless whether those provisions expressly mention violence". [56] Afgezien van de concrete inhoud van de Aanbeveling wordt het belang van deze Aanbeveling verderstrekkend geacht. Zij suggereert dat de bepalingen van het Verdrag geen limitatieve opsomming geven van terreinen waar discriminatie zich kan voordoen, maar daar slechts voorbeelden van geven en dat "other, unforeseen, examples, might be included in the general statement of principle adopted in the first article".[57] |