| 3.3.2 Actief en dynamisch
overheidsbeleid Artikel
3 is complementair aan artikel 2 Vrouwenverdrag, in de
zin dat het een positieve verplichting inhoudt tot het
nemen van maatregelen. Dat wil zeggen dat naast een
beleid gericht op de uitbanning van discriminatie, er ook
actief beleid dient te komen gericht op de ontplooiing en
ontwikkeling van vrouwen, opdat zij daadwerkelijk van hun
rechten gebruik kunnen maken. Een positieve verplichting
is meer dan alleen het bevorderen van een formele
gelijkheid zoals geformuleerd in artikel 2. Artikel 3
geeft opdracht aan de verdragspartijen om, op bepaalde
terreinen, alle passende maatregelen te nemen ter
bevordering van de emancipatie van vrouwen. In die zin
onderstreept dit artikel dat de formele gelijkheid
waartoe artikel 2 dwingt, een noodzakelijke maar niet een
voldoende voorwaarde is om het verdragsdoel te bereiken.
Daarnaast strekt artikel 3 de "guarantee of basic
human rights and fundamental freedoms" uit tot alle
maatschappelijke sectoren. Een bepaling als artikel 3, de
positieve verplichting, is een opvallend verschijnsel in
het verdragsrecht. Een dergelijke bepaling is niet als
zodanig in andere relevante verdragen terug te vinden.
Het is een van de bepalingen die aan het Vrouwenverdrag
een bijzonder en dynamisch karakter verlenen.
|