| 3.8 Participatie in
internationale organisaties De verplichting om passende maatregelen te nemen teneinde te bewerkstelligen dat vrouwen, op gelijke voet met mannen, de mogelijkheid hebben hun regeringen op internationaal niveau te vertegenwoordigen en werkzaam te zijn bij internationale organisaties wordt behandeld in artikel 8. Artikel 8 van het VN-Handvest verplicht overigens ook tot de gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij deelname aan het werk van de organisatie. Daaronder moet ook een ambtelijke loopbaan bij de Verenigde Naties worden verstaan. In Algemene Aanbeveling 10 benadrukt het CEDAW opnieuw het belang van de implementatie van artikel 8 IVDV ten aanzien van de vertegenwoordiging van vrouwen op internationaal niveau.[82] In het bijzonder vraagt het CEDAW aandacht voor de deelname van vrouwen aan activiteiten binnen de Verenigde Naties. Hoewel de secretaris-generaal van de VN toegezegd heeft om een beleid gericht op positieve actie te voeren, zijn vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd in de hogere rangen. Voor wat Nederland betreft zijn vrouwen feitelijk ondervertegenwoordigd in de diplomatieke dienst, hoewel daarin langzaam verandering komt. Een met artikel 8 vergelijkbare bepaling is te vinden in het Verdrag over de Politieke Rechten van de Vrouw (artikel 3). Met betrekking tot artikel 8 Vrouwenverdrag raadt het CEDAW in Algemene Aanbeveling 8 aan om direct maatregelen te nemen in overeenstemming met artikel 4 (positieve actie) om vrouwen op gelijke voet met mannen kansen te geven op representatieve functies op internationaal niveau en op deelname aan het werk van internationale organisaties.[83] |