| 7 DE INTERNATIONALE
CONTEXT 7.1
Inleiding
Het Vrouwenverdrag hoort op grond
van de historie van de totstandkoming - van het
initiatief van de Commission on the Status of Women tot
aan de aanvaarding van het Verdrag op de
Vrouwenconferentie in 1979 in Kopenhagen - thuis in een
ontwikkeling die ten doel heeft de positie van vrouwen te
verbeteren door het ontwikkelen van passend beleid en het
scheppen van een betere (rechts)positie voor vrouwen. Het
Vrouwenverdrag levert aldus een bijdrage aan het
zichtbaar maken van de realiteit van vrouwen en geeft
instrumenten voor de verbetering van de positie van
vrouwen.
Maar het Vrouwenverdrag heeft
gezien zijn ontstaansgeschiedenis binnen het VN-milieu
van de burgerlijke en politieke rechten en de
economische, sociale en culturele rechten ook een plaats
in de traditie van de mensenrechten. Het Vrouwenverdrag
moet dan ook gelezen worden in samenhang met de
verdragsregels inzake mensenrechten.
Dat heeft consequenties. In de
jaren tachtig heeft de internationale doctrine op het
gebied van de mensenrechten zich sterk ontwikkeld, zowel
wat de inhoud betreft als naar supervisiemogelijkheden.
Daarmee is het belang van het Vrouwenverdrag als
onderdeel van het mensenrechtensysteem toegenomen.
Tegelijkertijd is een ontwikkeling gaande waarbij
vrouwenkwesties meer aandacht krijgen binnen de
"mainstream" van de mensenrechten. Ook daardoor
groeit de invloed van het Vrouwenverdrag.
Deze ontwikkelingen doen zich sinds
de aanname van het Vrouwenverdrag in 1979 voor en
speelden zich dus af gelijktijdig met, en parallel aan de
nationale discussie over de Goedkeuringswet. Omdat zij in
de parlementaire behandeling onvoldoende aan bod gekomen
zijn, worden deze internationale ontwikkelingen in dit
hoofdstuk nader besproken. Het hoofdstuk begint met een
bespreking van het denken over vrouwenrechten en de
theoretische achtergronden daarvan, en beschrijft de
evolutie naar het denken over vrouwenrechten in termen
van mensenrechten van vrouwen. Daarna wordt de
veranderende internationale doctrine en rechtspraak
inzake de mensenrechten behandeld, de groeiende samenhang
en verwevenheid van het mensenrechtenysteem en de
versterking en uitbouw van de supervisie.
Het hoofdstuk wordt afgesloten met
enige conclusies die de dynamische interpretatie van het
Vrouwenverdrag raken.
|