Het Vrouwenverdrag in de Nederlandse rechtsorde


7.3 Veranderende doctrine en rechtspraak

7.3.1 Dynamische interpretatie van verdragen

De praktische betekenis van het Vrouwenverdrag is niet goed te beoordelen zonder ook kennis te nemen van de veranderde doctrine en rechtspraak op het terrein van de mensenrechten in de laatste decennia. De opvattingen over inhoud en reikwijdte van verdragsrechtelijke verplichtingen hebben zich verdiept, er worden dwarsverbanden tussen de verschillende verdragen gelegd, en het toezicht op de verdragen is versterkt. Door deze ontwikkelingen worden verdragsrechtelijke normstellingen geconcretiseerd en verfijnd en wordt de naleving bevorderd.

Een verdrag is een "living instrument", zo stelt het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Verdragen moeten dynamisch geïnterpreteerd worden, dat wil zeggen: niet alleen op grond van de geschiedenis van totstandkoming, maar vooral naar de eisen van de tijd. Dit geldt eens te meer als het verdrag door de opstellers in algemene termen geformuleerd is. Dan is het de taak van de rechter om de begrippen nader in te vullen, zo, dat de resultaten bruikbaar zijn in deze samenleving. Deze visie op de interpretatie van verdragen biedt bij uitstek de mogelijkheid met het verstrijken van de tijd aan maatschappelijke ontwikkelingen recht te doen.

Dit geldt voor het EVRM, maar ook voor andere verdragen. Normstellingen dienen door de rechter nader uitgelegd en ingevuld te worden, verdragsverplichtingen verder geïmplementeerd. Zo sprak men zich in de Tweede Kamer indertijd ook uit voor een "dynamische interpretatie" van het Vrouwenverdrag, waardoor het Vrouwenverdrag nader zou worden uitgewerkt en doorgevoerd met het verstrijken van de tijd. De Kalsbeek-rapportage en de vervolgrapportages aan het CEDAW zijn punten op deze lijn van de dynamische interpretatie; de uitwerking en de verdere doorvoering van het Vrouwenverdrag zijn een voortgaand proces.