Het Vrouwenverdrag in de Nederlandse rechtsorde


7.3.3 Positieve en negatieve verplichtingen

Tegelijkertijd is een ontwikkeling gaande, waarbij de grenzen tussen klassieke en sociale (mensen)rechten vervagen.[331] Bij de klassieke rechten ging het traditioneel om verplichtingen van de staat tot onthouding, ook wel negatieve verplichtingen genoemd, terwijl het bij de sociale rechten traditioneel ging om de noodzaak van inmenging door de staat, de zogeheten positieve verplichtingen.[332]

Positieve en negatieve verplichtingen, die aanvankelijk correspondeerden met economische, sociale en culturele rechten, respectievelijk burgerlijke en politieke rechten, worden tegenwoordig niet langer gezien als tegenpolen, maar meer als parallelle, complementaire en elkaar soms overlappende categorieën. Soms moet de staat waarborgen scheppen, een actief beleid ontwikkelen om de burgers ook daadwerkelijk in het genot van hun burgerlijke en politieke rechten te kunnen stellen ("enjoyment of rights"). Zo'n voorwaardenscheppend beleid verschilt niet wezenlijk van het actieve beleid dat een staat moet voeren om de sociale grondrechten te waarborgen. Positieve en negatieve verplichtingen, zo is de huidige opvatting, verschillen meer in gradatie dan in soort[333], en het is moeilijk een onderscheid te maken tussen de verplichtingen van de staat tot het een en tot het ander.

In de literatuur inzake mensenrechten vindt men dan ook terug dat alle mensenrechten, of ze nu positieve of negatieve verplichtingen behelzen, van de staten eisen dat deze de noodzakelijke maatregelen nemen om te verzekeren dat individuen hun mensenrechten ook kunnen uitoefenen.[334] Om die reden moeten de positieve verplichtingen, zoveel als mogelijk is, naar analogie en in samenhang met de negatieve worden ontwikkeld.[335] Ook in de meer recente rechtsliteratuur zet men zich af tegen de opvatting dat sociale, culturele en economische rechten geen harde, juridisch afdwingbare rechten zouden zijn.[336] De staat draagt verantwoordelijkheid, is aanspreekbaar op ("accountable for") de mensenrechtensituatie en de positie van vrouwen in zijn land. De staat kan verantwoordelijk gesteld worden voor situaties waarbij door de staat niet de juiste voorwaarden geschapen zijn of bepaalde preventieve maatregelen niet genomen zijn, waarin kortom de staat een systeem laat voortbestaan waarin de mensenrechten van vrouwen niet gewaarborgd zijn.[337]

De internationale rechter gaat bij de interpretatie van de verplichtingen uit het EVRM en de introductie van hieraan gekoppelde (nieuwe) positieve verplichtingen ook uit van een verwevenheid van de klassieke en de sociale grondrechten, en de samenhang van positieve en negatieve verplichtingen. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de internationaal ontwikkelde standaards en de feitelijke situatie in andere landen. Zo blijkt dat het Europese Hof in Straatsburg, bij een beslissing over de vraag of een nieuwe positieve verplichting wordt erkend, veel gewicht hecht "aan het feit dat de meeste andere Europese landen gehoor geven aan de eis van appellante, alsmede aan het bestaan van verdrags- of andere maatstafbiedende verplichtingen."[338] Ook positieve verplichtingen uit het Vrouwenverdrag, zoals die van artikel 3, kunnen in die zin als maatstafbiedende verplichtingen worden opgevat.