| 8.2 De
inhoudelijke implicaties 8.2.1 Begrippen en normstellingen Ondertekening en goedkeuring van een verdrag betekenen in ons rechtssysteem dat de normstellingen van het desbetreffende verdrag door de Nederlandse wetgever aanvaard worden en dat zij betrokken dienen te worden bij de interpretatie van rechtsregels. Dit algemene uitgangspunt - dat overigens geen uitspraak doet over de afdwingbaarheid of de toepasbaarheid van afzonderlijke verdragsnormen - is van groot belang voor de doorwerking van het Vrouwenverdrag in de Nederlandse rechtsorde. Vooral kan gedacht worden aan de vele open normen en open begrippen die onze rechtsorde kent en die afhankelijk van de context nader geïnterpreteerd worden.[362] Het Vrouwenverdrag kan bij de interpretatie van deze normen en begrippen een rol spelen. Een loyale verdragsuitvoering vraagt dat deze verdragsconform worden uitgelegd; de rechter dient op de hoogte te zijn - of door de rechtshulpverlener op de hoogte gebracht te worden - van het begrippenkader en de normstellingen uit het Vrouwenverdrag om tot een voor de Nederlandse rechtsorde bevredigende interpretatie te komen. Zo is het mogelijk dat de normen uit het Vrouwenverdrag een handvat bieden voor de interpretatie van begrippen als onrechtmatige daad, redelijkheid en billijkheid, en in gevallen van gelijke behandeling bij begrippen als objectieve rechtvaardiging en voorkeursbeleid.[363] Meer concreet kunnen ook de normstellingen en definities van het Vrouwenverdrag worden "ingelezen" in bepalingen uit een ander verdrag of in reeds bestaande wetgeving. Deze vorm van verdragssystematische interpretatie kan tot gevolg hebben dat een norm uit het Vrouwenverdrag een invulling geeft aan een andere verdragsnorm en via deze weg tot gelding wordt gebracht. Heringa wijst in dit verband op een uitspraak van de Hoge Raad[364] waarin art. 7 IVESCR werd "ingelezen" in 26 IVBPR, en noemt in dit verband ook de Straatsburgse jurisprudentie over het EVRM. De inhoud van de bepalingen van het Vrouwenverdrag is dus ook zonder daadwerkelijke implementatie via wetgeving en beleid van belang voor ons rechtssysteem. Het gaat daarbij vooral om de implicaties van het discriminatieconcept, maar ook om de uitwerking daarvan in de daarop volgende bepalingen van het Verdrag, zoals in moederschapsbescherming, arbeid en zorg, sociale zekerheid, gezondheid en onderwijs. |