Het Vrouwenverdrag in de Nederlandse rechtsorde


8.3 Verplichtingen voor de staat

Het beginsel "pacta sunt servanda" impliceert, zoals gezegd, de verplichting tot loyale verdragsuitvoering, en tevens, dat de uitvoering zal gebeuren met de "verschuldigde ijver" ("due diligence") bij de verwezenlijking van de verplichtingen uit het verdrag. Wat houdt dat in?

De regering heeft indertijd gemeend dat het Vrouwenverdrag slechts een inspanningsverplichting was, een richtsnoer voor het overheidshandelen, die, omdat deze voortvloeit uit de sociale, economische en culturele rechten, de staat veel vrije beleidsruimte zou bieden en dus in de praktijk weinig concrete verplichtingen oplegt. Maar in het Vrouwenverdrag lopen burgerlijke en politieke rechten en sociale, economische en culturele rechten door elkaar. Zij zijn onderling sterk verweven en vullen elkaar aan. Te spreken van een, verder ongedif-ferentieerde, inspanningsverplichting is dus niet op zijn plaats.

Op basis van de ontwikkelingen in het internationale recht (hoofdstuk 7) moet de visie van de regering dan ook worden bijgesteld. Het verdrag als geheel is te beschouwen als een resultaatsverplichting; de afzonderlijke verplichtingen uit het verdrag bevatten een breed scala van meer en minder concrete verplichtingen die apart geïnterpreteerd moeten worden, maar wel in samenhang met de andere bepalingen. Hoe concreter de bepaling, of een onderdeel daarvan, hoe minder beleidsvrijheid er voor de betrokken staat bestaat bij de implementatie.