Het Vrouwenverdrag in de Nederlandse rechtsorde


"Het Vrouwenverdrag in de Nederlandse rechtsorde"

J.C. Hes & C.E. van Vleuten

INDEX

Inhoudsopgave

VOORWOORD

DEEL I HET VROUWENVERDRAG OP HET EERSTE GEZICHT

1 INLEIDING

1.1 Aanleiding onderzoek

1.2 Doel en functie van het onderzoek

1.3 Probleemstelling

1.4 De onderzoeksopzet en het verloop van het onderzoek

1.5 Opbouw van het rapport

1.6 Leeswijzer van het rapport

2 DE TOTSTANDKOMING VAN HET VROUWENVERDRAG EN HET SUPERVISIESYSTEEM

2.1 De voorgeschiedenis

2.1.2 Het werk van de Commissie voor de Status van de Vrouw

2.1.3 De visie van de CSW op het te voeren beleid

2.1.4 De totstandkoming van het Vrouwenverdrag

2.2 Het supervisiesysteem van het Vrouwenverdrag

2.2.1 Het toezichthoudende Comité (CEDAW)

2.2.2 De rapportages

2.2.3 De Algemene Aanbevelingen van het CEDAW met betrekking tot de rapportageprocedure

2.2.4 Individueel klachtrecht

2.3 Samenvattend

3 SCHETS VAN HET VROUWENVERDRAG

3.1 Algemene kenschets

3.2 Het discriminatiebegrip van het Vrouwenverdrag

3.2.1 Inhoud en reikwijdte

3.2.2 Materiële rechtsgelijkheid

3.2.3 Specifiek gericht op vrouwen

3.2.4 Ook de privé-sfeer

3.2.5 Rechtvaardigingsgronden

3.3 Verplichtingen van de overheid: passend, actief en dynamisch

3.3.1 Passende maatregelen

3.3.2 Actief en dynamisch overheidsbeleid

3.4 Positieve actie en moederschapsbescherming

3.5 Rolpatronen en stereotypen

3.6 Vrouwenhandel en exploitatie van prostitutie

3.7 Politieke en maatschappelijke participatie

3.8 Participatie in internationale organisaties

3.9 Nationaliteit

3.10 Onderwijs, vorming en scholing

3.11 Arbeid

3.12 Gezondheid

3.13 Sociale, culturele en economische rechten

3.14 Plattelandsvrouwen

3.15 Overige rechten

3.16 Personen- en familierecht

3.17 Aanbeveling nr. 19 inzake de bestrijding van het geweld tegen vrouwen

3.18 Internationale en nationale rechtsorde, slotbepalingen

4 DE DISCUSSIE OP NATIONAAL NIVEAU

4.1 Inleiding

4.2 De parlementaire behandeling

4.2.1 Tussen ondertekening en start goedkeuringsprocedure

4.2.2 De periode van de goedkeuringsprocedure

4.2.3 Goedkeuring, ratificatie en inwerkingtreding

4.3 De belangrijkste thema's in de parlementaire behandeling

4.3.1 Het discriminatiebegrip in de parlementaire behandeling

4.3.2 Horizontale werking en botsing van grondrechten

4.3.3 Geleidelijke verwezenlijking

4.3.4 Rechtstreekse werking volgens de regering

4.3.5 Verplichtingen voor lagere overheden

4.4 Door regering en parlement verwachte effecten

4.5 Slotsom

5 DE INVLOED VAN HET VROUWENVERDRAG TOT NU TOE

5.1 Inleiding

5.2 De juridische discussie over het Vrouwenverdrag

5.3 De invloed op het beleid

5.3.1 Passende maatregelen

5.3.2 De ontwikkeling van het emancipatiebeleid

5.3.3 Institutioneel kader emancipatiebeleid

5.3.4 Invloed op het terrein van de arbeid

5.4 Wetgeving

5.4.1 Toetsing van wetgeving aan het Vrouwenverdrag

5.4.2 Algemene wetgevingsprojecten

5.4.3 Andere relevante wetgeving

5.4.4 Enkele conclusies

5.5 Invloed op de rechtspraak

TUSSENBALANS

6 TUSSENBALANS

6.1 Het traditionele beeld van een verdrag: terugblik

6.2 Het Vrouwenverdrag op het tweede gezicht: een blik vooruit

DEEL II HET VROUWENVERDRAG OP HET TWEEDE GEZICHT

7 DE INTERNATIONALE CONTEXT

7.1 Inleiding

7.2 Vrouwenrechten en mensenrechten

7.2.1 Marge en mainstream

7.2.2 Kritiek op de "mainstream" van de mensenrechten

7.2.3 Een nieuw perspectief

7.2.4 Strategische dilemma's

7.2.5 Van vrouwenrechten naar mensenrechten van vrouwen

7.3 Veranderende doctrine en rechtspraak

7.3.1 Dynamische interpretatie van verdragen

7.3.2 Samenhang en verwevenheid van verdragsverplichtingen

7.3.3 Positieve en negatieve verplichtingen

7.3.4 Uitbouw en versterking supervisie

7.4 Het Vrouwenverdrag in de internationale context

8 DE BETEKENIS VAN HET VROUWENVERDRAG

8.1 Inleiding

8.2 De inhoudelijke implicaties

8.2.1 Begrippen en normstellingen

8.2.2 Implicaties van het discriminatieconcept

8.3 Verplichtingen voor de staat

8.3.1 Typologie van de verplichtingen

8.3.2 De beleidsruimte voor de verdragsstaat

8.3.3 Geleidelijke verwezenlijking

8.3.4 Minimum- en maximumverplichtingen

8.4 Controle en toetsing van het Vrouwenverdrag

8.4.1 Controle op implementatie en naleving

8.4.2 Rechtstreekse werking

CONCLUSIES

9 Conclusies

VERDRAGSTEKST

Notenapparaat

Noot 1 - 100

Noot 101 - 200

Noot 201 - 300

Noot 301 - 400

Noot 401 - 419

ACHTERFLAP