Notenapparaat
van
"Het
Vrouwenverdrag in de Nederlandse rechtsorde"
Noot
1 - 100
- Geïnteresseerden kunnen deze
werkdocumenten kosteloos opvragen bij de directie
Coördinatie Emancipatiebeleid van het ministerie
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, postbus
90801, 2509 LV Den Haag, onder vermelding
"Werkdocument A en/of B bij rapport
IVDV/rechtsorde".
- Verdrag inzake de uitbanning
van alle vormen van discriminatie jegens de
vrouw, New York/18 december 1979. Trb. 1980,
146.
- Rijkswet van 3 juli 1991,
Goedkeuring van het Verdrag inzake de uitbanning
van alle vormen van discriminatie van vrouwen,
Staatsblad 1991, 335.
- TK 1988-1989, 18 950 (R 1281),
nr. 9, p. 4.
- Handelingen II, 26 juni 1990,
TK 82, p. 4622.
- TK 1993-1994, 18 950 (R 1281),
nr. 14.
- A.W. Heringa, J. Hes, L.
Lijnzaad (red.), "Het Vrouwenverdrag, een
beeld van een verdrag...",
Antwerpen-Apeldoorn/1994.
- Vergelijk artikel 1 lid 3 en
55 Handvest.
- ESC Res. 1/5 (1946); ESC Res.
2/11 (1946); ESC Res. 48(IV) 1947; ESC Res.
1987/22.
- In de artt. 1 derde lid, 13
eerste lid, en 76 sub c is een verbod van
onderscheid naar geslacht opgenomen met
betrekking tot mensenrechten en fundamentele
vrijheden, art. 8 betreft de gelijke
verkiesbaarheid voor en deelname in de organen
van de VN voor mannen en vrouwen.
- New York/20 februari 1957,
Trb. 1965, 218, vertaling Trb. 1966, 213. Dit
verdrag is door Nederland in 1992, bij de
ratificatie van het Vrouwenverdrag, opgezegd in
verband met de strijd tussen artikel 9
Vrouwenverdrag en het verdrag uit 1957.
- New York/10 december 1962,
Trb.1965, 150. Door Nederland geratificeerd in
1965.
- ILO-verdrag 100 betreffende de
gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke
arbeidskrachten voor arbeid van gelijke waarde
(1951), Trb. 1971, 134, door Nederland
geratificeerd in 1971.
- 15 december 1960, Trb.1966,
205-206. Door Nederland geratificeerd in 1966.
- AVVN Res. 2263 (XXII) 1967.
- New York/18 december 1979,
Trb. 1980, 146. Door Nederland geratificeerd in
1991.
- AVVN Res. 3318 (XXIX) (1974),
Declaration on the Protection of Women and
Children in Emergency and Armed Conflict.
- AVVN Res. 63/37 (1982),
Declaration on the Participation of Women in
Promoting International Peace and Co-operation.
- ESC Res. 1681 (LII) en AVVN
Res. 3010 (XXVII).
- ESC Res. 76 (V), 5 augustus
1947; Res. 301 (XI) 1, 14-17 juli 1950; Res.
1983/27, 26 mei 1983.
- AVVN Res. 2442 (XXII).
- ESC Res. 1681 (LII) en AVVN
Res. 3010 (XXVII).
- Res. 5 (XXIV), 1972.
- Het navolgende is gebaseerd op
Laetitia van den Assum, "Ontwerpverdrag
inzake de uitbanning van discriminatie jegens de
vrouw", NJCM-bulletin 4 (1979) 20, 2-7.
- AVVN Res. 32/136 (1977).
- L.A. Rehof, "Guide to the
Travaux Préparatoires of the UN Convention on
the Elimination of All Forms of Discrimination
against Women", Dordrecht, Boston,
Londen/1993, p. 11.
- Internationaal Verdrag inzake
de uitbanning van alle vormen van
rassendiscriminatie, 21 december 1965, Trb. 1966,
146.
- AVVN Res. 34/180; Open gesteld
voor 1/3/1980, inwerkingtreding 3 september 1981.
- TK 1984-1985, 18 950 (R 1281),
nrs. 1-3, p. 6.
- Staatsblad 1991, 355.
- J.H.J. de Wildt, "Het
Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van
alle vormen van Discriminatie van Vrouwen
(IVDV)", Ars Aequi 41 (1992) 5, 259-266.
- Aldus artikel 17 lid 1.
- Aanbeveling 7, zevende
zitting, 1988.
- Aldus artikel 18 lid 1.
- UN doc. CEDAW/C/7; zie ook
Aanbeveling 2, zesde zitting 1987.
- Er is betrekkelijk veel
geschreven over het Comité, niet in de laatste
plaats door leden van het Comité zelf. Zie onder
andere: A.C. Byrnes, "The "Other"
Human Rights Treaty Body: The Work of the
Committee on the Elimination of Discrimination
against Women", in: 14 Yale Journal of
International Law 1989, 1-67, E. Oeser,
"Legal questions in the Committee on the
Elimination of Discrimination Against
Women", in 14 GDR Committee for Human Rights
Bulletin 1988, 86-99; en idem, "Neue Etappe
im Kampf für Gleichberechtigung und Forderung
der Frauen, Schriften und Informationen des
DDR-Komitees für Menschenrechte", 1982,
43-57; en M. Wadstein, "Implementation of
the UN Convention on the Elimination of All forms
of Discrimination Against Women",
Netherlands Quarterly of Human Rights 1988, nr.
4.
- Elfde zitting, 1992.
- Vijfde zitting, 1986.
- Zesde zitting, 1987.
- UN doc. CEDAW/C/7.
- Achtste zitting, 1989.
- Achtste zitting, 1989.
- Achtste zitting, 1989.
- C. Flinterman, "Het recht
tot klagen", in: Nemesis 1995, p. 5-7.
- Voor de inhoud van dit
Protocol zie Flinterman, "Het recht tot
klagen", a.w. p. 8-11.
- U.N. Fourth World Conf A/Conf.
117/120, Platform for Action, Human Rights of
Women, 92-100.
- Zie onder andere MvT, TK
1984-85, 18 950 (R 1281) nr. 3, p. 5 en 10; VV,
TK 1984-85, 18 950 (R 1281) nr. 4, p. 9-10
en MvA, TK 1986-87, 18 950 (R 1281) nr. 6, p.
18-19.
- Internationaal verdrag inzake
de uitbanning van alle vormen van
rassendiscriminatie, New York/7 maart 1966,
Trb. 1966, 237.
- S. McLean en N. Burrows (ed.),
"The legal relevance of gender; some aspects
of sex-based discrimination", 1988, p.
424-426 en H. van Maarseveen, "Verdrag tegen
vrouwendiscriminatie", NJB 1985, p.
1023.
- Tiende sessie, 1991.
- Algemene Aanbeveling 19,
paragraaf 6 CEDAW.
- Deze paragraaf is voor een
groot deel ontleend aan T. Loenen, "Het
discriminatiebegrip", in A.W. Heringa
e.a. (red.), "Het vrouwenverdrag: een beeld
van een verdrag...", Antwerpen-Apeldoorn/
1994, p. 1.
- Zie McKean, Warwick,
"Equality and discrimination under
international law", Oxford/1983, p. 182 e.v.
- Zie voor een overzicht van de
discussies Rehof, "Guide to the Travaux
Préparatoires", p. 42-49.
- Algemene Aanbeveling 19, par.
6. Zie ook het einde van deze paragraaf onder 17
"Geweld tegen vrouwen".
- Idem.
- N. Burrows en E. Ocürü,
"The international approach to
discrimination", in: McLean en Burrows
(ed.), "The legal relevance of gender; some
aspects of sex-based discrimination", a.w.,
p. 267-275.
- HvJEG 13 mei 1986, Jur. 1986,
p. 1620 (Bilka-Kaufhaus).
- Wet van 1 maart 1980, Stb. 86.
- Wet van 2 maart 1994, Stb.
230.
- Zie Wadstein, a.w., p. 9; Van
Maarseveen, a.w., p. 1023; L. Lijnzaad, "Het
kussen van een kikker, de werkelijke betekenis
van het Vrouwenverdag", Nemesis 1991, p. 13.
- Vgl. Loenen, "Het
discriminatiebegrip", a.w. en idem,
"Rethinking Sex Equality as a Human
Right", Netherlands Quarterly of Human
Rights, 1994, nr. 3.
- Dit wordt in artikel 24 in
algemene termen herhaald.
- Advies van de Raad van State,
TK 1984-85, 18 950 (R 1281) B, p. 14; Nader
Rapport, TK 1984-85, 18 950 (R 1281) C, p. 18;
MvT, TK 1984-85, 18 950 (R 1281) nr. 3 p. 11; VV,
TK 1984-85, 18 950 (R 1281) nr. 4, p. 11-12;
MvA, TK 1986-87, 18 950 (R 1281) nr. 6, p. 22-24.
- Zie respectievelijk de
artikelen 25, 26, 32 en 53 EVRM.
- Achtste sessie, 1989. Zie ook
het einde van deze paragraaf "Geweld tegen
vrouwen".
- E.A. Alkema en B. Zaaijer,
"Artikelen 2, 3, en 24: De reikwijdte van
het Vrouwenverdrag" in: A.W. Heringa,
e.a. (red.) "Het Vrouwenverdrag: een beeld
van een verdrag...", a.w., p. 17.
- HvJEG 25 oktober 1988, zaak
312/96, Jur. 6315.
- Zevende sessie, 1988.
- Wadstein, a.w., p 16. Vgl. N.
Kaufman Hevener, "An Analysis of Gender
Based Treaty Law: Contemporary Developments in
Historical Perspective", in: Human Rights
Quarterly 1986, nr. 8, p. 73 en 82-86; Th. Meron,
"Human Rights Law-making in the United
Nations", Oxford 1986, Ch. II "The
Convention on the Elimination of All Forms of
Discrimination Against Women", 53-82, op
73-77; en "Note on the Question of
Compatibility between the UN Convention on the
Elimination of All Forms of Discrimination
against Women and Certain ILO Conventions on the
Protection of Women" in: 68 ILO Official
Bulletin 1985, Ser. A, no. 1, 40-42.
- Vgl. W.C. Monster,
"Bescherming van het moederschap, onderzoek
naar de regelgeving inzake zwangerschap,
bevalling en arbeid", Nijmegen/1995, p.
15-50 en 281-305.
- A.W. Heringa,
"Voorkeursbehandeling en moederschap",
in: "Het Vrouwenverdrag: een beeld van een
verdrag...", a.w., p. 33.
- E. Lijnzaad, "Over
rollenpatronen en de rol van het Verdrag",
in: "Het Vrouwenverdrag: een beeld van een
verdrag...", a.w., p. 44.
- E. Lijnzaad, in: "Het
Vrouwenverdrag: een beeld van een
verdrag...", p. 46.
- Algemene Aanbeveling 3, Zesde
zitting, 1987.
- E. Lijnzaad, a.w., in:
"Het Vrouwenverdrag: een beeld van een
verdrag...", p. 51.
- Burrows, a.w. p. 430-431.
- R. Haverman en J.C. Hes,
"Vrouwenhandel en exploitatie van
prostitutie", in: "Het Vrouwenverdrag:
een beeld van een verdrag...", a.w., p. 60.
- Dit zijn de Internationale
Overeenkomst tot Bestrijding van de Handel in
Vrouwen en Meisjes (1904; Stb. 1906, 369, 5-9 en
Stb. 1907, 79, 12-16); het Verdrag tot
Bestrijding van de Handel in Vrouwen en Meisjes
(1910, Stb. 1912, 133, 3-11 en Stb. 1922, 355,
13-22); beide gewijzigd in het Internationaal
Verdrag nopens de bestrijding van de handel in
meerderjarige vrouwen (1933, Stb. 1935, 598);
Convention for the suppression of the traffic in
persons and of the exploitation of prostitution
of others, 1949 (Nederland is hier geen partij
bij).
- Trb. 1968, 92, 2-7 en 17-19.
- J.E. Goldschmidt en B.
Verhage, "Participatie in binnen- en
buitenlands beleid", in: "Het
Vrouwenverdrag: een beeld van een
verdrag...", a.w., p. 84.
- Achtste zitting, 1989.
- Zevende zitting, 1988.
- Hierover onder andere: G.R. de
Groot, "Gelijkheid van man en vrouw in het
nationaliteitsrecht", Preadvies Nederlandse
Vereniging voor Rechtsvergelijking, no. 25,
Deventer/1977, 67-94; en H.U. Jessurun
d'Oliveira, "Nationaliteit", in:
"Internationaal Recht en Vrouwen, de
betekenis van het internationale recht voor
Vrouwen in Nederland", Deventer/1987,
279-291.
- Verdrag tot beperking van
Staatloosheid (1961, Trb. 1967, 124), Verdrag
betreffende beperking van gevallen van
meervoudige nationaliteit en betreffende
militaire verplichtingen in geval van meervoudige
nationaliteit (1963, Trb. 1964, 4) en bijbehorend
Protocol houdende wijzigingen en Aanvullend
protocol (1977, resp. Trb. 1981, 45 en Trb. 1985,
76; en Trb. 1981, 46 en Trb. 1985, 77).
- Nederland heeft het Verdrag
inzake de nationaliteit van de gehuwde vrouw (New
York/20 februari 1957, Trb. 1965, 218) opgezegd,
zie Goedkeuringswet van het Vrouwenverdrag EK
1989-1990, 18 950 (R 1281), nr. 258.
- Wadstein, a.w., p. 9.
- In dat verband kan opgemerkt
worden dat de leeftijdsgrens in de
studiefinanciering wellicht tot indirecte
discriminatie leidt, evenals de leeftijdsgrenzen
bij de NWO-financiering. Over
tweede-kansonderwijs en studiefinanciering: VV,
TK 1984-1985, 18 950 (R 1281) nr. 4, p. 16; MvA,
TK 1986-1987, 18 950 (R 1281) nr. 6, p.
32-33; EV, TK 1986-87, 18 950 (R 1281) nr. 8, p.
9; NnavEV, TK 1988-1989, 18 950 (R 1281) nr. 9,
p. 16.
- Er is veel gesproken over de
relatie tussen het uitbannen van stereotypen en
grondrechten. Onder andere: VV, TK 1984-1985, 18
950 (R 1281) nr. 4, p. 9 en 16; MvA, TK
1986-1987, 18 950 (R 1281) nr. 6, p. 16-17, 29,
33-34; en Handelingen II, 26 juni 1990, TK 82, p.
4615 en 4623; Handelingen II, 3 juli 1990,
TK 85, p. 4849 en Handelingen II, 4 juli 1990, TK
86, p. 4872.
- F. Coomans, "Artikel 10:
Emancipatie en onderwijs: over inhoud en
betekenis van artikel 10 IDVD", in:
"Het Vrouwenverdrag: een beeld van een
verdrag...", a.w., p. 111 .
- ILO-verdrag 140 betreffende
betaald scholings- en vormingsverlof, 1977.
- ILO-verdrag 111 betreffende
discriminatie in arbeid en beroep (1958), Trb.
1962, 41, vertaling Trb. 1972, 70.
- Richtlijn 75/11/EEG, Pb. 1975,
L 45.
- Zie voor het loonbegrip:
Defrenne I. HvJ EG 25 mei 1971, Jur. 1971, p. 445
en Bilka Kaufhaus GmbH HvJ EG 170/84 en
werkingssfeer: Barber HvJ EG 29 oktober 1988,
262/88.
- Achtste zitting, 1989.
- Achtste zitting, 1989.
- ILO-verdrag nr. 100
betreffende de gelijke beloning van mannen en
vrouwen voor werk van gelijke waarde (1951), Trb.
1952, 45 en Trb. 1971, 134.
- Tiende sessie 1991.
- Burrows, a.w., p. 443-444;
Wadstein, a.w. p. 16.
- ILO-verdrag 103 betreffende de
bescherming van het moederschap (1952).
Inwerkingtreding voor Nederland 18 september
1982; Trb. 1953, 129 en Trb. 1981, 230.
|