Beginpagina

Overzicht site

 
 

Hanneke de Wit

JOKE SMIT

In: Het Parool, 24 februari 1999, in de rubriek Stadsgezichten, de grote Amsterdammers van deze eeuw

foto José Melo

  Pittig, dat was ze. Politiek, zei ze toen ze eruit stapte, was alleen maar een krachtmeting 'met als inzet de vraag wie de grootste pik kan opzetten'. Joke Kool-Smit had er, na een jaar in Amsterdam raadslid te zijn geweest voor de PvdA, genoeg van. Het was 1971: burgemeester Samkalden vroeg zich bezorgd af hoe 'deze afscheidsrede' in het Gemeenteblad moest worden afgedrukt. Feministe Joke Kool-Smit -later alleen 'Smit'- was over van alles verontwaardigd. Ze had 'per week minstens één grote woede', zei ze in '72 in Vrij Nederland.

Joke Smit werd in 1933 in Utrecht geboren in een streng calvinistisch gezin. Haar ouders waren actief in jeugdbeweging en drankbestrijding. Ze studeerde Frans, werd lerares en wetenschappelijk medewerkster aan het Instituut voor Vertaalkunde. Ze trouwde Constant Kool en kreeg twee kinderen, Lieuwe en Elisabeth. Met haar zus en Lieuwe zat ze in '61-'62 een jaar in Parijs, waar ze 'meer leven in de brouwerij' trof dan in Nederland. "Hier stikte je," zei ze later.

Ze was één van de eersten die, in 1966 al, bepleitten dat de vrouw zelf beslist over abortus. Een jaar later schreef ze in het 'onbehagennummer' van het literaire maandblad
De Gids het artikel Onbehagen bij de vrouw. Onbehagen had vooral betrekking op gehuwde vrouwen die op allerlei problemen stuitten als ze een betaalde baan hadden of buitenshuis wilden gaan werken. Joke Kool-Smit had zelf ondervonden hoe moeilijk het was met twee kleine kinderen weer te gaan lesgeven.

Ze had ook een oplossing. Als mannen én vrouwen dertig uur per week de kost zouden verdienen, konden thuis de taken eerlijk worden verdeeld. Dat aantal van dertig uur had haar man, van beroep statisticus/wiskundige, berekend.

Op Wouwermanstraat 25, waar Smit woonde, regende het brieven en telefoontjes met reacties op haar 'onbehagenstuk'. "Het was de spreekwoordelijke lont in het kruitvat," schrijft Anneke Ribberink in
Leidsvrouwen en zaakwaarneemsters, een onderzoek naar de eerste vijf jaar van MVM (Man Vrouw Maatschappij). Kool-Smit was een van de wegbereiders voor de oprichting, in 1968, van MVM.

"Die klub moest er komen," schreef ze later. De begintijd was leuk, ze leefde in een gouden glans. "Ik had mijn stommiteiten nog niet uitgehaald: kliché's, schijnheiligheid en nieuwe taboes moesten nog komen." Al snel kwamen de problemen, in de vorm van vrouwelijke agressie tegen 'onderdrukkende' mannen en tegenstellingen tussen radicale en minder radicale feministes. Rustig nou maar, adviseerde Smit: "Laat alles wat binnen MVM leeft, groeit of bloeit, in ere... In het huis van onze moeder zijn vele woningen." De PvdA nam een aantal eisen van MVM over - kinderopvangcentra, werken in deeltijd, leerlingenstelsels voor meisjes en hulp bij ongewenste zwangerschap. Ook D -toen nog met een '- 66 legde zijn oor te luisteren bij MVM.

Over alles wat vrouwen in haar ogen discrimineerde, viel Joke Kool-Smit. Zelfs De Fabeltjeskrant maakte haar boos, omdat daarin de vrouwelijke dieren domme snaters waren. Een uitnodiging van burgemeester en wethouders aan een aantal Amsterdammers op nieuwjaarsdag 1971 een show bij te wonen van Jasperina de Jong, viel verkeerd. Dames moesten 'mooi', heren konden 'gewoon' gekleed verschijnen, stond op de uitnodiging. Foei, reageerde Kool-Smit: "Zelfs tegenover Jasperina gezeten, mogen die stakkers van heren alleen maar gewóón zijn."

Mooi eruit zien -zelf wilde ze dat graag. Als ze werd geïnterviewd, vroeg ze of er een fotograaf kwam -dan kon ze haar maatregelen nemen. Het denkbeeld dat strijdsters voor vrouwenemancipatie grijze zonderlingen waren met verwilderd haar, mocht niet worden gevoed!

In de zomer van 1971 -ze had toen zelf een lesbische relatie- pleitte Smit voor samenwerking van MVM met het COC. Het taboe op homoseks moest worden doorbroken, vond ze: lesbische vrouwen waren tot dan in de vrouwenbeweging niet goed uit de verf gekomen. Ze werkte mee aan het 'radikaal-feministische' maandblad Opzij, waarvan het eerste nummer in november 1972 verscheen.

"Is het feminisme ten dode opgeschreven?" vroeg Smit zich af in 1978, toen MVM tien jaar bestond. Ze was er bang voor, omdat vrouwen te zeer schroomden om leiding te geven, de macht in handen te nemen. Vrouwen moesten 'twee goede dingen uit mannenland' overnemen: strategisch denken en doeltreffend organiseren, schreef ze in
Vrij Nederland.

Praatgroepen, vrouwenhuis, vrouwencafé, al die verworvenheden van de jaren zestig -dat was in het begin allemaal mooi geweest, maar uiteindelijk schoot je er weinig mee op. Politiek en maatschappij: daar moesten vrouwen zich mee bezighouden.

In de tweede helft van de jaren zeventig werd Joke Smit ziek. Volgens medestrijdster Paula van Schaveren isoleerde ze zich, al dan niet als gevolg van haar ziekte. "In ieder geval was ze teleurgesteld over het leven en over wat er allemaal terechtkwam van waar ze zich sterk voor had gemaakt."

Kort voor haar dood, in september 1981, bepleitte Smit de oprichting van een vrouwenpartij. "Ze bleef tot het laatste, droevige ogenblik, actief," schreef deze krant. De laatste maanden woonde ze, omdat ze de trappen naar haar etage niet meer op kon, in een tuinhuisje van vrienden.

  Colofon

Dit artikel, van de hand van Hanneke de Wit, verscheen op 24 februari 1999 in Het Parool, in de rubriek Stadsgezichten - de belangrijkste Amsterdammers van deze eeuw.

Het staat online op de site van Het Parool, als onderdeel van de rubriek Stadsgezichten.