Beginpagina

Overzicht site

Pim van Oostrum
Tekening: Marijke Groeneveld
  Steeds een stapje verder gaan dan je eigenlijk durft
25 jaar na dato: zijn de wensen van Joke Smit uitgekomen?
  In: Opzij, december 1992, pp. 100-102
  Twintig jaar geleden ontmoette Pim van Oostrum Joke Smit: "Dat heb ik geweten: eenmaal aan de praat geraakt, liet ze niet meer los". Want Joke was een terriër. Vasthoudend (doordrammerig noemden haar tegenstanders dat) in haar niet aflatende strijd medestanders te winnen voor "de zaak": het aantonen van en einde maken aan een structurele discriminatie van vrouwen. Hardnekkig in wat volgens haar de beste weg was om de principiële gelijkwaardigheid van vrouwen en mannen te realiseren. Een gevecht dat voor Joke zelf in 1981 stopte toen zij stierf. Wat was de kern van wat zij wilde? En zijn we in 1992 al zo ver?
  Ergens in 1972, op een algemene ledenvergadering van de Aktiegroep Man Vrouw Maatschappij (MVM 1968-88), werd mijn aandacht getrokken door een vrouw die tien, twaalf rijen links voor mij met haar rug tegen de muur zat, haaks op de vergaderorde. Lange lichte haren verborgen haar gezicht. Haar aarzelende stem, een filtersigaret tussen nerveuze vingers, versterkten het beeld van teruggetrokkenheid. Uit wat ze zei, bleek dat ze voor honderd procent aanwezig was, haar woorden woog. "Wie is dat", vroeg ik de vrouw vlak voor mij. Die draaide zich helemaal om en zei op bestraffende toon: 'Dàt is Joke".

De naam kende ik. Haar befaamde Gids-artikel [1] had ik doorgebladerd. Wat het met mij en mijn toekomst te maken had, was mij toen niet echt duidelijk. "Ga jij maar eens met Joke praten", had ik het afgelopen jaar regelmatig als advies gekregen wanneer ik op regio- of werkgroepvergaderingen verschillen tussen getrouwde en anderslevende vrouwen zoals ikzelf te berde bracht. Nu ik haar had gezien, waagde ik de stap. Dat heb ik geweten: eenmaal aan de praat geraakt liet ze niet meer los.

Want Joke was een terriër. Vasthoudend (doordrammerig noemden haar tegenstanders dat) in haar niet aflatende strijd medestanders te winnen voor "de zaak": het aantonen van een diepgewortelde, structurele discriminatie van vrouwen en het bestaan van seksevooroordelen op alle gebieden in de samenleving, en haar ijver een einde te maken aan seksediscriminatie. Hardnekkig in wat volgens haar de beste weg was om de principiële gelijkwaardigheid van vrouwen en mannen (níet van vrouwen aan mannen) te realiseren. Een gevecht dat voor Joke zelf 19 september 1981 stopte toen zij stierf.

Wat was de kern van wat zij wilde? Dat mensen, met name vrouwen, het recht hebben hun eigen levensvorm te kiezen. Dat vrouwen zelf bepalen wat ze met hun leven willen op grond van persoonlijke capaciteiten en (seksuele) voorkeur, zelf zeggenschap hebben over wat er met hun lijf en leven gebeurt, en niet veroordeeld zijn tot uitsluitend (baar)moederlijke of daaraan gekoppelde bezigheden. Een samenleving waarin alle maatschappelijke taken en posities, binnens- en buitenshuis, betaald en onbetaald, in gelijke mate zouden zijn verdeeld over beide seksen, met een gelijke vertegenwoordiging van vrouwen en mannen op al die plaatsen waar de beslissingen worden genomen. Een zelfstandig bestaan : financieel, verzorgend en emotioneel - wat uiteraard niet inhoudt dat je in je eentje zou moeten leven. Uitgangspunt was de mens als individu, niet de ene mens als de vooronderstelde "natuurlijke helft" van een ander.

Zijn we in 1992 al zo ver? Als ik lees wat zo'n mijnheer B. de Vries daarover te zeggen heeft in Opzij van oktober jl. denk ik: nog lange niet. Zijn afhoudende opstelling tegenover het recht van vrouwen op een onafhankelijk bestaan is nog even patriarchaal en geborneerd als opvattingen hierover van 25 jaar geleden. Maar uit zijn interpretatie van economische zelfstandigheid blijkt dat iets van de feministische boodschap wèl is doorgekomen. In 1979 verzette Joke Smit zich fel tegen een soort "nieuwe vrouwelijkheid" die meende dat het feminisme als dogma voorschrijft dat vrouwen èn een relatie èn kinderen èn een betaalde baan moesten hebben en deze drie met succes dienden te combineren. Een gedachtenreeks die onderdeel was van de (nog steeds bestaande) mythe dat onze feministische golf tot doel zou hebben voor alle vrouwen economische zelfstandigheid te bereiken en dat dat hetzelfde zou zijn als het hebben van een betaalde baan. Als er al een nieuwe norm moet komen, zei Joke toen, dàn de vijfurige werkdag, voor iedereen! Voordat deze ingevoerd kon worden, moest wel aan een lange reeks voorwaarden zijn voldaan. Joke benadrukte dat een geëmancipeerde vrouw zich niets laat opdringen. Ga na wat binnen je grenzen ligt, zei ze, en kijk of je die iets kunt opschuiven. Feminisme is ook "steeds een stapje verder gaan dan je eigenlijk durft" (Teksten p. 229).

Het kan in dit verband geen kwaad de maatschappelijke situatie terug te halen waarin Joke haar ideeën in 1967 naar voren bracht. De heteroseksuele relatie gold als absolute norm, vastgelegd in een huwelijk met als doel gezin worden. Anders leven was inferieur. Mannen verdienden de kost, echtgenotes bereidden deze en regelden de opvang voor het "gezond weer op". Zijn carrière en interesse lagen buitenshuis, de hare binnen vier muren. De sociale status en identiteit van de man werden bepaald door zijn betaalde baan. De status van de vrouw bestond uit twee delen: het feit dat ze was getrouwd en het moederschap had bereikt, en de maatschappelijke positie van haar kostwinner. Zij werd consequent behandeld als het aanhangsel van: zij was de echtgenote van mijnheer Hoek, de moeder van Piet, Marie (die wijzer zou worden) en kleine Uk, de dochter van mijnheer Steen. Zelf was ze niemand. Als de relatie stukliep, veranderde het traditionele huwelijksmodel psychisch en economisch in een valkuil: zij had haar energie en capaciteiten geïnvesteerd in het gezin, haar opleiding was onvoldoende of verouderd; haar financiële afhankelijkheid werd tegen haar gebruikt. Het was ook de tijd dat steeds meer vrouwen een betere opleiding kregen en daar ook iets mee wilden doen. Dankzij "de pil" begin jaren zestig (abortus was nog verboden) werden gezinnnen kleiner, en daarmee de periode dat kinderen directe verzorging nodig hadden korter. Hierdoor veranderde het huisvrouwenbestaan, kreeg het een ander perspectief. Moederschap bleek in de praktijk niet alleenzaligmakend, thuiszitten met het aanrecht als horizon maakte de wereld wel erg klein.

Veel vrouwen begonnen zich maatschappelijk nutteloos te voelen, dolgedraaid in de cyclus van voedselaanvoer en de kringloop van afwas en schoonmaak. Zij wilden iets voor zichzelf. En dararmee zat iedere huisvrouw zich achter haar eigen deur schuldig te voelen: zij zou gelukkig moeten zijn maar ze was het niet; dat beschouwde ze als haar persoonlijk falen. Dat ze deze gevoelens deelde met veel vrouwen, wist ze niet.
De manier waarop Joke in haar
Gidsartikel haar persoonlijke ervaringen plaatste in de maatschappelijke context, geen klacht formuleerde maar een aanklacht, duidelijk maakte dat structuren veranderd konden worden en daarvoor een paar "ideetjes" aan de hand deed, was een schot in de roos. Joke: "Wie getaxeerd wordt op eigen merites in plaats van op de positie van een echtgenoot hoeft zich geen aanhangsel meer te voelen; de weg naar zelfrespect is niet langer geblokkeerd". Financiële onafhankelijkheid is een stap op weg naar geestelijke zelfontplooiing
[2].
De lawine van reacties was aanleiding om samen met Hedy d'Ancona MVM op te richten. Het beeld dat zich vervolgens in 1968 in
de publieke opinie vastzette, is dat het ging om een stelletjes getrouwde dames die er "een leuk baantje" bij wilden hebben. Een luxeprobleem. De woorden aanhangsel en zelfrespect waarin de ongelijke machtspositie tot uitdrukking kwam, waarbij de vrouw ondergeschikt is aan de man en zichzelf als een tweederangs burger is gaan beschouwen, werden genegeerd. Zo kreeg de mythevorming haar eerste kans.

 

  Joke voelde zich oververantwoordelijk voor de beweging die zij in gang had gezet. Dat zij door sommigen op een troon werd geplaatst, onderging ze met gemengde gevoelens. Enerzijds was ze terecht een "autoriteit". Anderzijds betekende het, omdàt haar woorden letterlijk werden genomen, dat er geen discussie meer mogelijk was en zij alleen-verantwoordelijk werd gehouden. En als er één ding was dat zij van je vroeg dan was het dat je zèlf nadacht, zèlf een besluit nam en daarop ook kon worden aangesproken. Niet voor niets stelde ze: "Wij zijn niet verantwoordelijk voor wat er vroeger met ons is gebeurd. Wij zijn wel verantwoordelijk voor wat er tijdens ons leven zou kunnen veranderen". [2]
Deze houding was een sterke drijfveer achter haar veelvuldige pleidooien voor "een tweede kans voor vrouwen": ook de Moeder van Marie kan méér. Daarvan was zij overtuigd, mits onderwijs en scholing op haar positie werden toegesneden. Het stormachtige succes van de moedermavo's in de jaren zeventig en het welslagen van de vrouwenvakscholen (initiatief in het bijzonder van de Vrouwenbond-FNV) nú hebben haar gelijk bewezen.

Joke had een groot talent je sterke kanten te ontdekken, snel te kunnen inschatten waar je goed in was. Meteen had ze een plannetje klaar waar je het best ingezet kon worden. Die herkenning van die klopjes op de schouder ("hulde" was haar woord) gaven een weldadige oppepper. Ze blééf je stimuleren maar ook achtervolgen met die met een rode ballpoint geschreven kattebelletjes in dat bijna onleesbare puntige handschrift. Met commentaar op een geleverde tekst, dwingende suggesties wat vooral ook aan de orde moest komen, met ideetjes wat hierna snel moest worden aangepakt. Ze hield haar klas goed in de gaten! Haar gevoel van bezorgde verantwoordelijkheid sloot aan bij wat ze van huis uit gewend was: de oudste zijn. Ook haar idee onmisbaar te zijn vond daar zijn oorsprong. Zij was ervan
overtuigd dat het aangeven van de samenhang, het ontwikkelen van een totaalvisie haar taak was, dat zij nieuwe inzichten en ervaringen uit de beweging moest samenbrengen. Haar soms erg nadrukkelijke bemoeienis stuitte zo nu en dan op weerstand en dwarsliggerij. Ook ik had het af en fors met haar aan de stok, maar uiteindelijk steeds sans rancune. Zo bleef er gelukkig ook tijd voor "even geen feminisme": een boswandeling waar ze iedere dwarsspriet en elk beest dat maar even het bekje opendeed, kon benoemen; na een vergadering, een glaasje wijn, grappen maken om dan dat wonderlijke proestlachje van haar te horen. Ook dat was Joke.

Voor Joke Smit was het van kapitaal belang voor de ontwikkeling van het feministisch denken verband te leggen tussen persoonlijke en maatschappelijke onderdrukking en te achterhalen welke mechanismen daarbij aan het werk zijn. In te zien hoe wij, vrouwen, ook onszelf in het gareel hielden: door onze rol van aan- en afhankelijkheid, door een afwachtende houding, door angst voor kritiek die op ons héle persoonlijke functioneren werd betrokken. Die houding van "ik kan het toch niet, ik weet niet voldoende, ik heb niet het recht voor mijzelf op te komen want ook mannen hebben het moeilijk en er zijn belangrijker zaken in de wereld die eerst moeten worden opgelost". Joke: "Mannen nemen de wereld voor hun rekening, vrouwen het wereldleed" [2]. Daarom was het cruciaal niet alleen aan te geven waar de discriminerende angel stak, maar beleidsmakers een weldoordacht plan te leveren hoe het anders kon. Te weten hoe het politieke systeem functioneerde om de juiste wegen te kunnen vinden. Te weten hoe macht wordt uitgeoefend, hoe hiërarchieën worden gevormd en zichzelf in stand houden. Hoe je je hiertegen te weer kunt stellen, drogredenen en schijnargumenten kunt herkennen en pareren. Zodoende een vechtmentaliteit en incasseringsvermogen kan ontwikkelen. Ook daarover had Joke het regelmatig in haar vaak fabelachtig goed geschreven artikelen. Als zij vlak voor haar dood nog eens het belang van onderwijs benadrukt, mensen trainen in analytisch denken, logisch argumenteren en het doorprikken van versluierend taalgebruik, dan ligt dat binnen diezelfde context: mensen weerbaar en mondig willen maken. Het veranderen van je eigen leven ligt binnen je eigen bereik, maar de machtsongelijkheid tussen vrouwen en mannen moest op een breed maatschappelijk vlak worden aangepakt. Joke was ervan overtuigd dat dit via pressie op de politiek en vakbonden moest en kon worden "geregeld".

Nadat ze in 1967 haar Gids-artikel in de bus had gedaan, fietste ze door naar het bureau van de Partij van de Arbeid om zich als lid te melden. Al in 1971 beschreef ze het failliet van de politieke arena: het ging de haantjespolitici niet om belangenbehartiging van burgers, maar alleen om het eigen territorium en de eigen carrière veilig te stellen en om de tegenpartij te kleineren. "Het seksuele krachtsvertoon (van mannen ) in de politiek heeft dezelfde functie, het heeft tot doel ons weg te duwen, ons te laten voelen dat we ons bevinden op verboden terrein" [2]. Het betekende niet dat zij haar partijlidmaatschap opzei, de politiek de rug toekeerde. Vlak voor haar overlijden constateerde zij nog eens dat politici wèl onze kreten hadden overgenomen, níet de daarbij behorende analyse. En deed zij een laatste appèl op politieke vrouwen in Tweede en Eerste Kamer, de Staten en gemeenteraden om seksesolidariteit hoger te stellen dan partijsolidariteit, te onderzoeken of het structureel mogelijk is vrouwenfracties, netwerken te vormen. Nu, 25 jaar na haar eerste oproep, zijn veel vrouwen zelfbewuster dan voorheen, hebben talloze vrouwen een drastische wending aan hun eigen leven gegeven. Joke Smit zelf ging ervan uit dat voor het bereiken van de maatschappij die haar voor ogen stond, de culturele revolutie voor vrouwen als groep, vele generaties nodig zouden zijn. Houden we het daarop ?

  NOTEN

1. J.E. Kool-Smit, "Het onbehagen bij de vrouw" in De Gids, jrg 130 nr 9/10 (nov. 1967), p. 267-281; herdr. in Joke Smit, Er is een land waar vrouwen willen wonen. Teksten 1967-1981. (Amsterdam 1984).

2. Uit: Teksten.