Joke:
Ja. Vooropgesteld natuurlijk dat iedere vrouw zelf
moet weten wat ze doet. En verder kan het een
leerschool zijn, uiteraard. Maar voor mij is het een
soort vluchtreactie; ik vind het zonde dat er zoveel
vrouwelijke energie in gaat zitten. Wat ik erover
denk is precies hetzelfde als wat Aletta Jacobs en
Virginia Woolf daarover gezegd hebben toen het ging
om vrouwen die zich sterk maakten voor de vrede:
zolang je niets aan je eigen positie hebt veranderd,
zolang vrouwen geen echte macht hebben, is dat
allemaal verspilde energie. Het geldt zelfs binnen
politieke partijen. Het is zo frappant wat er dit
voorjaar met de Rooie Vrouwen gebeurde op het
PvdA-congres*, dat is
precies hetzelfde als wat er tijdens de Eerste
Wereldoorlog gebeurde met de SDAP-vrouwen. Zij waren
ertegen dat de partij vóór de mobilisatiecredieten
zou stemmen. Uit protest weigerden ze met de mannen
te eten of gingen 's nachts in het jassenhok slapen.
De socialistische vrouwen zijn dus met hun
bezorgdheid voor de vrede in zo'n zesenzestig jaar
geen steek opgeschoten. Als ze van toen af alle
energie van de Vrouwenbond gebruikt hadden voor
vrouwenzaken, dan waren we nu in de gelegenheid
geweest ècht iets voor de vrede te doen. In de
partij, in de Kamer, in het kabinet.
Hedy:
Je vindt dat de Rooie Vrouwen geen
gezamenlijke standpunten over vrede en veiligheid of
over kernenergie moeten zoeken?
Joke:
Precies. Een vrouwenorganisatie binnen een politieke
partij moet je alleen gebruiken om de positie van
vrouwen te verbeteren. Actie tegen kernwapens moet je
voeren in partijverband, op afdelings- en
gewestvergaderingen. Er zijn immers ook mannen die
daarmee bezig zijn.
Hedy:
Je zegt dus: vrouwen moeten politieke macht
verwerven, anders zal er nooit iets veranderen in de
verhouding tussen mannen en vrouwen; zal er dus nooit
echte maatschappelijke verandering optreden. Maar het
is natuurlijk ook wel belangrijk via welke politieke
ideologie je als vrouw aan machtsvorming gaat doen.
Ik bedoel eigenlijk: is het feminisme niet
onlosmakelijk aan het socialisme gekoppeld?
Joke:
Dat is een dogma waar ik de vrouwenbeweging graag van
verlost zou willen zien. Feminisme is bestrijding van
onrecht en dat is geen monopolie van socialisten. Het
is een zaak voor mensen uit alle democratische
partijen. Feminist is voor mij iedereen volgens wie
vrouwen op grond van hun sekse systematisch
onrechtvaardig behandeld worden en die daar iets
tegen wil doen. De linkse vrouwenbeweging reserveert
de term "feminist" voor eigen gebruik; daar
moet maar eens een einde aan komen. Ik geloof dat het
feminisme aan iedere politieke Ideologie of partij
gekoppeld kan worden, behalve bij uiterst rechts. En
bij de CPN kan het ook niet zolang ze
daar het "democratisch centralisme" niet
hebben afgeschaft. Ik droom er wel eens van dat ik
vier levens had en dat ik dan lid zou kunnen worden
van alle belangrijke politieke partijen in Nederland.
En dan vanuit hun eigen uitgangspunten bedenken, dat
en hoe de positie van vrouwen moet veranderen. Kijk
eens naar de trefwoorden in het beleid van de
verschillende politieke partijen. Bij de VVD is het
de vrijheid, bij D'66 de redelijkheid,
bij de PvdA de gelijkheid en
bij het CDA de gerechtigheid. Aan
de hand van die woorden kan ik het feminisme overal
inbrengen. Neem nu bijvoorbeeld de VVD, de meest
extreme wijze waarop je het liberalisme zou kunnen
omschrijven is dat het uitgaat van het individu -
terwijl het socialisme uitgaat van: hoe zit het
tussen groepen in de samenleving. Je zou dan een
pracht van een redenering kunnen opbouwen door te
zeggen: wat is er mis met de behandeling van vrouwen
als individu? Dat is, dat ze niet als individu
behandeld worden, maar als lid van de soort. Een
soort, dat huisvrouw en moeder moet worden. Vanuit
een liberaal standpunt is dat idioot. Dat is één
mogelijkheid om de VVD duidelijk te maken dat het mal
is geregeld.
Hedy:
Jawel, maar om vrouwen de kans te geven als
individu, zul je een flink stuk overheidsbemoeienis
moeten introduceren. Collectivisering van
huishoudelijke taken bijvoorbeeld of verplichte
herverdeling van het werk binnens- en buitenhuis. En
overheidsbemoeienis stuit liberalen toch tegen de
borst?
Joke:
Dat is een bekend misverstand, want het stikt nu toch
ook van die overheidsbemoeienis? De wijze waarop de
belasting is ingericht, de sociale zekerheid, de
arbeidswetgeving die uitgaat van een acht-urige
werkdag: allemaal anti-vrouw en allemaal bemoeienis
van bovenaf - of het nu van een coalitie tussen CDA en VVD of van de
coalitie tussen CDA en PvdA
komt. Daarom interesseert het me niet zo uit welke
partij een vrouw afkomstig is. Waar het om gaat is of
zij feministisch is. Je kunt socialistisch feministen
hebben en liberaal feministen; we zouden elkaar
moeten vinden in het feminisme - daar gaat het
uiteindelijk om.
Hedy:
Ik begrijp uit dit alles dat je in dit
opzicht geen bijzondere verwachtingen hebt van de
partij waarvan wij beiden lid zijn, de PvdA.
Joke:
Ik ben solidair met het socialisme, niet per se met
de PvdA. Het hangt er van af wat de PvdA van het
socialisme terecht brengt en dat is door verandering
van maatschappelijke structuren opkomen voor wie in
het verdomhoekje zitten.
Je moet voortdurend opnieuw analyseren wie dat zijn.
Dat is de laatste vijfentwintig jaar niet gebeurd. De
mannenbond van de PvdA wordt tegenwoordig bevolkt
niet door socialisten maar door klassenstrijders, en
dat zijn hoge mannen, die om hun eigen machtspositie
veilig te stellen, zorgelijk doen over lage mannen.
Dus je hebt daar Ollie B. van Kemenade, Ollie B. van
Dam, Ollie B. van der Doef, ga zo maar door. Jongeren
in mijn buurt, ik krijg ze niet naar de PvdA toe:
allemaal egotrippers, zeggen ze.
Hedy: Denk je dat
PvdA-mannen zoveel slechter zijn dan mannen in andere
partijen?
Joke:
Nee, maar ik ben zo fel omdat PvdA-mannen (en je mag
de mannen in "klein links" erbij nemen) de
pretentie hebben dat ze socialistisch zijn, dat wil
zeggen vóór eerlijk delen op alle terreinen des
levens. Goed, als ze aan die maatstaf gemeten willen
worden... Vrouwen in andere partijen moeten ook maar
eens kijken in hoeverre de mannen dáár aan hun
eigen pretenties voldoen.
Ik
denk dat wat ik het oud-socialisme noem,
klassenstrijderij, dat alleen maar waarnemen van
sociaal-economische ongelijkheid, dat dat geen
inspiratie meer biedt. Ik ben er een stuk over aan
het schrijven. In de eerste socialistische analyses
halverwege de vorige eeuw, ging het om twee groepen:
arbeiders en vrouwen. Beide zaten opgesloten in
vicieuze cirkels. De oud-socialistische beweging
tussen 1870 en 1970 heeft zich op één groep
geconcentreerd: mannelijke arbeiders. Voor die groep
is verhoudingsgewijs ongelofelijk veel gebeurd. Voor
vrouwen bestaat de vicieuze cirkel echter nog steeds:
doordat de zorg voor het grootbrengen van de komende
generatie bij hen is ondergebracht, hebben zij als
groep te lijden onder een grote maatschappelijke
machteloosheid: geen tijd, geen kennis, geen geld,
geen maatschappelijke ervaring.
Rond
1970, met de opkomst van het feminisme, ligt voor mij
het beginpunt van wat ik het nieuw-socialisme noem.
Maar dat nieuw-socialisme stijgt boven het feminisme
uit: het is een nieuw model van eerlijk delen. Ik kan
maar een paar punten ervan aanstippen; maar wat ik
niet wil overslaan is dat het goede van het
oud-socialisme niet wordt weggegooid, maar ingebouwd.
Dus eerst moeten alle andere groepen inkomen
inleveren vóór de minima aan de beurt zijn. Dat
blijft in het nieuw-socialisme.
Verschil
is, dat het nieuw-socialisme veel nauwkeuriger
omspringt met rechtvaardigheid. De oud-socialistische
leus "spreiding van kennis, inkomen en
macht" is een mooie toetssteen voor mannen, maar
laat veel te veel onrecht onder de tafel, want de
privésfeer blijft buiten beschouwing. Vrouwen
krijgen immers alle lasten van de privésfeer op hun
nek, niet alleen het onbetaalde werk, maar ook de
aandacht en de zorgzaamheid. Als je over een eerlijke
inrichting van het menselijk bestel spreekt moet je
niet alleen een analyse maken van voorrechten, maar
ook van handicaps, waar groepen mensen mee zitten.
Het grote verschil tussen vrouwen en mannen is dat de
meeste vrouwen dienstbode zijn (dat
wil zeggen voor anderen zorgen) terwijl mannen een
dienstbode hebben. Hoge mannen
hebben zelfs twee dienstbodes, één voor thuis,
één voor het werk; de nederige klusjes zijn
ondergebracht bij vrouwen. Die hebben dus geen
bewegingsvrijheid en geen vrije tijd.
Het
socialisme zou zich moeten afvragen: wie zitten er
opgesloten in vicieuze cirkels; waar gaat het onrecht
dóór, van de ene generatie op de andere ? Voor het
oud-socialisme waren dat arbeiders, bij hen blééf
de armoede. Nu zijn het vrouwen, de maatschappelijke
machteloosheid zet zich voort: van moeder op dochter.
Een ander verschil is, dat er opnieuw over gelijkheid
wordt nagedacht; dat er onderscheid wordt gemaakt
tussen sociaal-economische ongelijkheid en
minderheidsgroep-ongelijkheid. Ze moeten namelijk
niet op dezelfde manier bestreden worden. Wanneer Jan
uit de Jordaan chirurg wordt is voor niemand meer te
zien dat hij uit de arbeidersklasse afkomstig is, hij
hoort er niet meer bij. De arbeidersklasse heeft er
dus niets aan wanneer Jan uit de Jordaan op een hoge
post komt: fijn voor Jan, meer niet. Wanneer een
vrouw of een zwarte chirurg wordt, blijft dat
zichtbaar. Voor vrouwen of zwarten is het dus wèl
belangrijk dat individuen uit de groep op hoge posten
komen, dat het er véél zijn, want:
minderheidsgroepen hebben een negatief etiket: in het
geval van vrouwen en zwarten is het dat ze niet zo
bekwaam zijn, een beetje dommig soort mensen, en dat
krijg je pas uit de wereld wanneer veel vrouwen en
veel zwarten op hoge posten, op prestigeposten komen.
Dat is het type gelijkheidsbeleid dat je voor
minderheidsgroepen moet voeren.
Het
nieuw-socialisme is dus niet een zaak van vrouwen
alleen. Voor mannen is het ook broodnodig, want de
mannenbond van de PvdA is verziekt: de onderlinge
omgang wordt er bepaald door het recht van de
sterkste. Ik denk dus dat het nieuw-socialisme vooral
door vrouwen als groep zal worden gedragen, want
vrouwen zijn er steeds op uit het recht van de
sterkste in te dammen.
Waar
feministen erg mee bezig zijn is modellen ontwikkelen
voor de menselijke omgang, waarbij de betrekkingen
steeds worden schoongemaakt. En dat kan het
socialisme de nieuwe morele impuls geven, die het zo
dringend nodig heeft en waardoor mensen zeggen: daar
kan ik in geloven. Het feminisme gaat uiteindelijk
over herverdeling van macht, niet omdat macht lekker
is, maar omdat die macht heeft bepaald hoe de
werkelijkheid wordt waargenomen, niet alleen door de
machthebbers zelf, maar ook door de slachtoffers. Je
moet dus twee dingen doen als feministe:
1 het werkelijheidsbeeld van het patriarchaat
aanvechten;
2 aan politieke machtsvorming doen.
Het eerste heeft de eerste feministische golf ook wel
gedaan, maar omdat ze het tweede hebben nagelaten is
alle inzicht weggespoeld en moest alles opnieuw
uitgedacht worden, heel moeizaam, met veel
inspanning. Wat vanzelfsprekend had kunnen zijn,
moesten allerlei vrouwen nu weer door jarenlang
nadenken, met veel schade en schande, opnieuw
gewaarworden. Maar ja, de geschriften van de eerste
golf zijn niet eens in de universiteitsbibliotheek
aanwezig, niemand vond het de moeite ze te bewaren,
van het oud-socialisme wel hoor, maar die hebben dan
ook machtsinstituties opgebouwd.
Ik
zal nu eerst een voorbeeld geven van het
werkelijkheidsbeeld. Hoe dat mechanisme werkt. Als je
nu, dus omstreeks 1980, wetenschappelijke studies
leest over emancipatiezaken, dan worden de ideeën
die daarin voorkomen, zelden of nooit toegeschreven
aan de vrouwen die ze bedacht hebben, maar òf ze
worden anoniem gemaakt en komen dan dus uit "de
beweging" voort, òf ze worden toegeschreven aan
mannen. Hoe komt dat? Omdat feministen die iets
wilden op hun vakgebied geen feministen durfden te
citeren uit angst voor onwetenschappelijk te worden
aangezien, dan was het van één van die malle wijven
afkomstig. Dus citeerden ze uitspraken van een man
uit het vakgebied, die iets van de feministen had
overgenomen. Dan kon je ermee voor de dag komen, dan
was het van een zinnig mens afkomstig. De feministen
die dat in eerste instantie doen, weten nog wel dat
die ideeën helemaal niet van die mannen afkomstig
zijn maar van andere vrouwen, maar aangezien die
vrouwen niet in de voetnoten worden genoemd, is dat
bij een volgende generatie weg. Dat heeft weer tot
resultaat dat vrouwen onzichtbaar blijven en dat de
domheidsreputatie van vrouwen bestendigd wordt: zelfs
als het over emanicpatie gaat, moeten mannen nog het
hersenwerk doen. En dat heeft dan weer tot gevolg dat
het vanzelfsprekend blijft dat mannen op de hoge
posten terechtkomen.
Wat
je nu moet doen, denk ik, als feministen, is dat
mechanisme blootleggen en dat kun je door voetnoten
te maken bij je tekst en te zeggen: dit idee werd
voor het eerst geopperd door mevrouw X in het jaar
1969 bijvoorbeeld en het kwam in het officiële
wetenschapscircuit via de heer Y die in 1974 deze
gedachte overschreef. Het lijkt me belangrijk dat er
in vrouwenstudies nu mee begonnen wordt, want op het
ogenblik is nog te achterhalen, welke vrouwen welke
dingen bedacht hebben. Over tien jaar is het allemaal
weg. Stambomen maken, kun je dat noemen, en als je
het een beetje ironisch doet, drijf je meteen de spot
met het patriarchaat.
Het
tweede voorbeeld, dat van de politieke machtsvorming,
heeft ook met de waarneming van de werkelijkheid te
maken. We weten dat het patriarchaat er belang bij
heeft verdeel-en-heers te spelen tussen vrouwen. En
op het privéniveau is dat wel enigszins
doorgedrongen. Vroeger had je de strijd tussen de
echtgenote en de vriendin, die elkaar zaten te haten,
nu zijn er steeds meer vrouwen die zien dat zijzelf
van dat soort concurrentie de dupe worden. Maar er is
een ander terrein, waar het verdeel-en-heers
ongehinderd doorgaat, daar wordt door vrouwen niet
waargenomen dat het patriarchaat een spel zit te
spelen en dat is het terrein van de politiek. Mannen
in de politiek zijn doodsbang voor één ding, dat is
solidariteit van vrouwen onder elkaar, dus stappen ze
naar individuele vrouwen toe en zeggen: jij bent
tenminste niet zo'n trut, of: jij bent tenminste
slim, of: jij kunt er tenminste wat van, of: jij
beheerst de materie tenminste en dat betekent
allemaal: jij deugt wel, die andere vrouwen deugen
niet, blijf bij ons. Dat doen ze naar individuele
vrouwen in de politiek toe, maar ook naar vrouwen als
groep. Er is een soort cliché in omloop dat een
intelligente en zelfstandig denkende vrouw in de
eerste plaats de liberale beginselen is toegedaan, of
de socialistische, of de christelijke, en dan zijn er
nog wat vrouwenwensjes. In werkelijkheid is het net
andersom. De grote verschillen in belangen en in de
gedachten over de toekomst van de samenleving, die
zitten tussen vrouwen en mannen, dáár ligt de grote
scheidslijn.
Wat
nu tussen vrouwen en mannen speelt, is precies
hetzelfde als wat een eeuw geleden speelde tussen de
bourgeoisie en het proletariaat. De bourgeoisie moest
macht inleveren, en de arbeiders moesten meer hebben,
want de macht was onrechtvaardig verdeeld. Daar
hebben de arbeiders voor geknokt door aan
machtsvorming te doen: ze hebben de vakbeweging
gesticht, ze hebben de SDAP gesticht. De bourgeoisie
had natuurlijk geen zin om privileges in te leveren,
mannen hebben dat ook niet. Linkse mannen bestaan dan
ook vrijwel niet. Toetssteen voor links zijn is
immers of je óók tot eerlijk delen bereid bent als
je er zelf iets voor moet inleveren. Er zijn genoeg
mannen die voor rechtvaardigheid in de verte zijn -
in de Derde Wereld - maar misschien een half procent
is voor rechtvaardigheid in huis en dichtbij huis:
daar moeten ze namelijk voorrechten voor opgeven. Met
andere woorden: een CDA-feministe is linkser dan
negenennegentig procent van de mannen bij de PvdA of
de PSP: zij is niet alleen voor eerlijk delen in de
wereldeconomie, maar ook voor eerlijk delen thuis.
Sinds het feminisme is herleefd, is er nog nooit
één hoge linkse man geweest die beleidsplannen
heeft gemaakt om de emancipatie van vrouwen te
bevorderen. Integendeel, "linkse" mannen
hebben - op een enkele uitzondering na - zo'n beetje
alles gedaan om die te boycotten. Kijk naar de PvdA:
de mannelijke economen daar wilden niet meewerken aan
de plannen voor een vijf-urige werkdag, ze sputteren
alleen maar tegen. Wat wij nu moeten doen als vrouwen
is inzien dat er een immense herverdeling van macht,
geld, soorten kennis, betaald en onbetaald werk,
vrije tijd, soorten verantwoordelijkheidsgevoel, hoge
posten, zorgzaamheid en ga zo maar door, moet
plaatsvinden ten gunste van vrouwen.
Hedy:
Hoe pak je dat aan?
Joke:
Door je te concentreren op wat ik de Grote Drie noem:
1 herverdeling van betaald en onbetaald werk;
2 herverdeling van macht;
3 evenveel vrouwen als mannen in alle beroepen, dus
de opheffing van apartheid op de arbeidsmarkt.
Als je dat doet leg je andere fundamenten onder de
samenleving, je zorgt voor een eerlijker verdeling
van vrijheid en gelijkheid. Mannen nemen dan
eindelijk hun verantwoordelijkheden in de privésfeer
op zich, vrouwen worden economisch zelfstandig en
kunnen het zich eindelijk permitteren
medeverantwoordelijk te zijn voor de publieke zaak.
Dan wordt de mannendemocratie een mensendemocratie.
Hedy:
Kan dat binnen de bestaande
partijen?
Joke:
We moeten oppassen dat we niet dezelfde fouten maken
als de confessionele arbeiders van honderd jaar
geleden, die dachten dat ze samen met de
confessionele patroons iets konden. Die dachten dat
godsdienst belangrijker was dan machtsverschuiving
ten gunste van arbeiders. Het heeft ontzettend lang
geduurd voor ze daar overheen waren.
Bij vrouwen zal het ook wel even duren, maar we
kunnen er langzaam naar toewerken, dat vrouwen in de
politiek gaan beseffen dat ze veel meer met elkaar
gemeen hebben dan met de mannen van hun partij. En
dat gaat via verschillende stappen. De eerste is dat
je innerlijk afstand neemt van je eigen partij en
feministen uit andere partijen als psychisch dichtbij
ervaart. Als dat bestaan had, als er vriendschap was
geweest tussen feministisch denkende vrouwen in de
Tweede Kamer, als daar hard voor gewerkt was door de
vrouwenbeweging, dan was het met de abortuswet niet
zo slecht afgelopen. Als ze de links-
en-rechts-etiketten naast zich hadden neergelegd. Wat
ik denk is dat je die herverdeling van macht ten
gunste van vrouwen alleen kan bereiken, als je naast
de bestaande partijen ook een vrouwenpartij hebt. Dat
is helemaal geen leuke gedachte: het betekent dat je
een moeilijker weg inslaat dan tot nu toe.
Hedy:
Hoe ben je tot die overtuiging
gekomen?
Joke:
Toen we dertien jaar geleden begonnen vonden we de
emancipatie-eisen goed passen bij de ideologie van de
Nederlandse samenleving; we dachten dat de
verschillende politieke partijen ze met wat duwen en
trekken wel zouden overnemen. Geleidelijk aan is ons
duidelijk geworden dat het bij die eisen om de
grondslagen van de samenleving gaat, maar anderen in
de politiek willen daar niet aan. Als je de balans
opmaakt zie je dat alleen de kreten zijn overgenomen,
en niet de analyse. Door meteen binnen de bestaande
partijen te gaan werken zijn we kennelijk te
optimistisch geweest; we hebben het stadium van de
eigen partij overgeslagen. Kijk, toen de SDAP werd
opgericht waren er ook binnen andere partijen wel
mensen die vonden dat er arbeidswetgeving moest komen
en een acht-urige werkdag. Maar wat Troelstra en de
zijnen goed hadden begrepen was dat er geen beweging
in de zaak zou komen als niet één partij het
voortouw nam, dat de andere geleidelijk zou
meetrekken. De conclusie dat het niet kan zonder een
vrouwenpartij heb ik niet zo maar bereikt: wat voor
mij de doorslag geeft is dat zelfs de meest
intelligente mannen in de PVDA na al die jaren nog
steeds niet willen zien dat het feminisme geen
belangenbehartiging is, maar strijd tegen onrecht.
Hedy:
Den Uyl heeft in zijn Paradiso-rede toch duidelijke
uitspraken gedaan: "De vrouwenbeweging is de
meest duurzame uitdrukking van
veranderingsgezindheid, (...) de meest duurzame
democratiserende kracht."
Joke:
Wat een schijnheilige praat: zelfs de eigen norm van
vijfentwintig procent vrouwen in de Tweede Kamer,
daar houdt de PvdA zich niet aan. Zeven vrouwen op
vierenveertig Kamerzetels. Den Uyl had tijdig kunnen
zeggen: zo wil ik geen lijsttrekker zijn. Wat me
altijd opvalt aan dit soort uitspraken is dat het
blijft bij hoed af, diepe zucht en vrome wensen.
Verder moeten wij het maar zien te regelen. De
verantwoordelijkheid wordt altijd bij ons
gedeponeerd. jegens vrouwen hebben socialistische
mannen schijnbaar geen plichten.
Maar goed, we moeten dus naar een vrouwenpartij, die
niet alleen getuigt, maar ook naar macht durft te
streven. Het kan dus niet meteen, want dan krijg je
weer zo'n slecht voorbereid en geïsoleerd initiatief
zonder voedingsbodem in de politieke realiteit. Je
moet er langzaam naar toe werken. In Nederland zijn
de omstandigheden technisch gesproken gunstig: er is
een veelpartijenstelsel en er zijn geen kiesdrempels.
Als je nu begint heb je nog tien á vijftien jaar
nodig, denk ik, want als je de zaak niet stevig opzet
krijg je geen twintig Kamerzetels en zo moet het.
Hedy:
Hoe zie je zo'n ontwikkeling dan
voor je?
Joke:
Eerste voorwaarde is dat politieke
vrouwenorganisaties doorgaan met hun moeizame werk om
zoveel mogelijk feministen in politieke lichamen te
krijgen. Zodra er een paar in raad, Staten of Kamer
bij elkaar zitten moet je proberen een vrouwenfractie
te vormen. Die gaat dan onderscheid maken tussen
vrouwenzaken en de rest. Over de vrouwenpunten die
aan de orde zijn of die ze aan de orde willen stellen
proberen ze eensgezindheid te bereiken; dat is wel
vaker gebeurd, er zijn dus precedenten. Als lichtend
voorbeeld uit een tijd van diepe duisternis is er de
motie-Tendeloo over het niet-ontslaan van de huwende
ambtenares. Dat was in de jaren vijftig en de vrouwen
uit alle partijen hebben daar toen één lijn
getrokken.
Punten
die niet als vrouwenzaak worden aangemerkt moet je
emotioneel neutraliseren. Daarvan wordt afgesproken:
daarover hebben wij verschillende opinies want jij
bent op een PvdA-programma gekozen en ik op een VVD-
programma. Als we in de vergadering van mening
verschillen doen we dat met wederzijdse hoogachting;
niet het schimpmodel van mannenland. Als overleg over
vrouwenpunten vastloopt is dat jammer, maar ook dan
is er geen vrouw overboord. In elk geval kennen ze
elkaars motieven beter en verder handelen ze naar
bevind van zaken. En als er wèl overeenstemming
wordt bereikt over een vrouwenpunt (en dat zal veel
vaker gebeuren dan je denkt), dan gaan ze terug naar
hun eigen fracties en zeggen: dit is het standpunt
van de vrouwenfractie, wij achten het in
overeenstemming met ons partij- en
verkiezingsprogramma, dus we gaan zó stemmen. Doen
jullie mee, jongens? In het begin zal dat zelfs nog
wel gaan ook, maar als mannen merken dat vrouwen op
die manier dingen gedaan krijgen die anders niet
gelukt waren, breekt de terreur van mannenland los.
Goed, dat drijft die vrouwen juist naar elkaar toe.
Eén van de technieken die mannenland gaat toepassen
is: niet-feministische vrouwen binnenhalen die
zichzelf zo geëmancipeerd vinden, want ze verdienen
hun eigen brood of zo.
Hedy:
Hoe moet je je daar dan
tegenover opstellen?
Joke:
Je moet niet vergeten dat de situatie sinds tien jaar
geleden veranderd is. Toen werd ik met mijn ideeën
over de noodzaak van een emancipatiebeleid als een
gestoorde gek beschouwd (op het moment dat ik iets
verkondig vinden mensen mij altijd een gek, ik word
pas ongerust als ik drie jaar later nog geen
medestanders heb). Dus konden vrouwen in het
vergaderwezen in die tijd applaus van mannenland
binnenhalen door te roepen dat het allemaal flauwekul
was. Dat is nu niet meer zo sterk. Die vrouwen houden
nu eerder hun mond en als je ze niet aanvalt kun je
ze zelfs wel zoetjes aan meekrijgen. Wat je als
vrouwenorganisatie van een politieke partij kunt doen
is wat de Rooie Vrouwen nu al doen: een
vrouwenprogramma maken dat iets verder gaat dan het
verkiezingsprogramma van je eigen partij (dus het
blijft heel gematigd), daarmee naar de kandidaten op
de groslijst stappen en vragen: wil je je hiervoor
inspannen? En: doe je mee met de vrouwenfractie? En
als zo'n vrouw dan ja zegt span je je extra voor haar
in. In géén geval concurrentie laten ontstaan
tussen "de feministen" en de andere
vrouwelijke kandidaten. Op de vergadering zeggen: ze
moeten beiden op verkiesbare plaatsen, alleen moeten
"de feministen" wat ons betreft nòg hoger
op de lijst. Behendig laveren dus.
Waar je mee moet oppassen is dat zo'n vrouwenfractie
niet steeds op de lijn van één partij gaat zitten,
of door vrouwen uit één partij gedomineerd wordt.
Je moet een analyse maken van: hoe spreiden we dat.
Dat kan ook wel, want pro-vrouw en anti-vrouw
standpunten vind je steeds bij andere partijen. Het
CDA is in principe de beste bondgenoot van vrouwen
inzake alimentatie, de VVD inzake het
individualiseren van belastingen en sociale
verzekeringen, de PvdA inzake arbeidstijdverkorting.
Dus wordt elke fractie op haar tijd geconfronteerd
met vrouwen die zeggen: sorry hoor, maar voor mij
liggen de prioriteiten anders: arbeidstijdverkorting
gaat voor, alimentatie gaat voor, gelijkheid bij de
werkloosheidsuitkeringen gaat voor. Het is toch pure
waanzin: jongeren die van school komen hebben wel
recht op geld, vrouwen die tweede kans-onderwijs
gevolgd hebben, niet.
Hedy:
Je wilt dat zo'n vrouwenfractie
ook zelf initiatieven neemt?
Joke:
Ja; wat een vrouwenfractie in de Tweede Kamer
bijvoorbeeld zou kunnen doen, dat is iets wat de PvdA
al lang had moeten doen (maar dat is weer zo'n bewijs
dat je aan mannen die zich links noemen, niks hebt),
dat is een wetsontwerp indienen, waarbij bepaald
wordt, dat de helft van een volksvertegenwoordiging
uit vrouwen dient te bestaan. Dan wordt voor vrouwen
eindelijk het passief kiesrecht ingevoerd. We hebben
het wel op papier, maar het moet nu eens feitelijk
gerealiseerd worden.
Hedy:
Op dit moment zou je grote
moeite hebben voldoende vrouwelijke kandidaten te
vinden.
Joke:
Dat weet ik, maar dat probleem is oplosbaar. Je kunt
in zo'n wet vastleggen dat je dat percentage van
vijftig in bijvoorbeeld twaalf jaar wilt bereiken.
Voor verkiezingen in de tussentijd hanteer je
tussenpercentages. Als een partij met een grote
Tweede-Kamerfractie weet dat over twaalf jaar de
helft van de fractie uit vrouwen moet bestaan, heeft
zij er alle belang bij hard te gaan werken aan het
opkweken van kader, in plaats van nieuwelingen gewoon
maar in het diepe te gooien. Er zijn vele honderden
vrouwen die over de capaciteiten beschikken, veel
meer dan de vijfenzeventig die je met zo'n wet zo
rond 1997 nodig zou hebben. Alleen: nù hebben
politieke partijen er geen belang bij die vrouwen op
te sporen en ze gereed te maken voor een
Kamerlidmaatschap.
Hedy:
Maar waarom zouden mannelijke
politici voor zo'n wetsontwerp stemmen?
Joke:
Ze zullen het voorlopig ook niet doen, al is het wel
een logisch uitvloeisel van hun verlichte ideeën
over democratisering en gelijk staatsburgerschap. Je
moet ze dwingen tot een standpunt. Progressieve
partijen en ook de VVD - ze kunnen het er ideologisch
aardig benauwd mee krijgen.
Hedy:
Er zitten toch ook haast geen
(ex-)arbeiders in de Tweede Kamer?
Joke:
Bij arbeiders is dat ook niet meer zo nodig, omdat
die indirecte macht hebben via de vakbeweging.
Vrouwen hebben die niet, want de vakbeweging is
gekoppeld aan de betaalde arbeid. Vrouwen moeten het
dus van directe macht hebben, dus van vrouwen in de
Tweede Kamer en in het kabinet.
Hedy:
Vrouwenfracties, een betere
Kieswet, dat is duidelijk. En dan?
Joke:
Een volgend stadium is dan dat je lang voor de
verkiezingen een vrouwenpartij opricht (waarvan
mannen lid mogen zij n wat mij betreft). Het zou nu
al mogelijk zijn om een uitgebreid, behoorlijk en
uitvoerbaar partijprogramma te schrijven, als je je
beperkt tot vrouwenzaken. Zo'n programma zou op zich
voor zo'n zestig á zeventig procent van de
vrouwelijke kiezers aanvaardbaar zijn: zoveel weten
we inmiddels wel over de opvattingen van vrouwen over
emancipatie. Het probleem is dus niet de
eensgezindheid over vrouweneisen, het gaat erom of je
bij andere politieke vraagstukken overeenstemming
kunt krijgen.
Nu leert de geschiedenis van de parlementaire
politieke democratie in Nederland dat als een groep
mensen op één belangrijk politiek terrein samen
iets wil bereiken, er redelijke kansen zijn dat ze
ten aanzien van de andere vraagstukken al pratend tot
compromissen kunnen komen.
Als het erg moeilijk blijkt benoem je een commissie
waarin je de voor- en tegenstanders bijeen zet en
anders is er altijd nog de uitweg van de vaagheid, of
van "vrije kwesties". Bij de SDAP is het
ook zo begonnen. Die hadden een programma over hoe
het met arbeiders moest, en verder niets. Er zijn wel
standpunten gekomen bij de SDAP, toen de partij geen
éénmansfractie meer was. De meeste waren van
Troelstra, die heeft ze erin gepompt, bijvoorbeeld
een achteraf bezien rampzalig standpunt over de
vrijheid van onderwijs.
Het meest recente voorbeeld is D'66, waar ze begonnen
zijn vanuit de wens ons staatsbestel te
democratiseren. Hun andere politieke opvattingen: die
zijn tot stand gekomen door interne discussies,
gewoon kijken hoe de meerderheid van de leden erover
denkt. Praten en neuzen tellen, dan een besluit nemen
waarbij je de minderheid zoveel mogelijk tegemoet
komt. Op die manier heeft D'66 zich een plaats in ons
politieke bestel veroverd.
Trouwens, al onze grote politieke partijen zijn in
feite samenwerkingsverbanden van mensen met
uiteenlopende politieke visies: kijk maar naar de
onderlinge verschillen in het CDA. De VVD herbergt
conservatieven en liberalen en de PvdA is al helemaal
een smeltkroes. Zij is de partij van "de
doorbraak"; in haar zijn indertijd de SDAP, de
Vrijzinnig-Democratische Bond, de
Christen-Democratische Unie, en allerlei mensen uit
de sfeer van de Nederlandse Volksbeweging
samengegaan.
Onze grote partijen zijn dus veeleer
mentaliteitspartijen, de politieke filosofie wordt
gebruikt om lijn te brengen in het optreden van de
club, om een zekere continuïteit te krijgen,
éénheid van handelen. Een vrouwenpartij met een
feministisch programma zou in onze partijpolitieke
verhoudingen dus helemaal niet zo'n onmogelijk
element zijn, al zullen de mannelijke politici klaar
staan om je dat te laten geloven. Nationalisatie van
banken, een lage vennootschapsbelasting of de
Heidelbergse katechismus kunnen kennelijk wèl
politieke bindmiddelen zijn, maar recht voor vrouwen
niet? Kom nou, ik zie geen reden waarom vrouwen die
elkaar kunnen vinden op zoiets fundamenteels als de
herverdeling van betaald en onbetaald werk het niet
eens zouden kunnen worden over de Markerwaard of de
plaatsing van kernraketten.
Natuurlijk is er wel wat zelfbeheersing voor nodig.
Maar goed, tegenover onze kinderen brengen we die ook
op. We breiden ons verantwoordelijkheidsgevoel dan
uit van de privésfeer naar de politieke. Een
belangrijk punt is wel dat de vrouwenpartij wordt
opgezet door feministen met politieke ervaring; je
moet een hechte organisatie bouwen en een geoliede
machinerie; je moet ertegen kunnen dat compromissen
onvermijdelijk zijn. Ik denk overigens dat de
algemene politieke keuzes van een vrouwenpartij links
van het midden zullen vallen: dat is wat
politicologen het gat in de kiezersmarkt noemen. De
plek, waar bestaande partijen er het slechtst in
slagen kiezers aan zich te binden.
Hedy:
Als er een vrouwenpartij komt,
boe zie je dan de politieke vrouwenorganisaties?
Joke:
Als één van de drie pijlers voor machtsvorming in
de politiek. Op dit moment zelfs de enige pijler die
we hebben, maar ook als we de twee andere bouwen (de
vrouwenfracties en de vrouwenpartij) blijven ze
broodnodig. Zij moeten de werkplaatsen zijn voor
vrouwen die vanuit socialistische, democratische,
christen-democratische of liberale uitgangspunten
zich willen inspannen voor vrouwenzaken. Ik ben dan
ook zielsgelukkig dat ze vast met samenwerken
begonnen zijn: op de dag dat dit genoteerd wordt
staat in de krant dat de voorzitsters van de
politieke vrouwen- en emancipatie-organisaties van
CDA, D'66, PPR, PvdA en VVD samen bij de informateurs
op bezoek zijn geweest met een gemeenschappelijk
pakket aan verlangens. Voor mij is dat - 15 juni 1981
- een historisch ogenblik: het eerste stapje naar
doeltreffende saamhorigheid van vrouwen.
Tussen politieke vrouwenorganisaties, vrouwenfracties
en vrouwenpartij moet je een goed samenspel hebben,
dus voortdurend om de tafel zitten en je werk op
elkaar afstemmen: wat kan de ene club beter doen, wat
de andere? Wat in géén geval mag gebeuren is dat er
verdeeldheid komt. Stel er stappen een aantal vrouwen
uit de PvdA over naar de Vrouwenpartij, dan mag dat
niet met een scheuring gepaard gaan. Voor mijn part
is de PvdA boos, als de verhouding met de Rooie
Vrouwen er maar één van wederzijdse hoogachting en
solidariteit blijft.
Hedy:
Zit je nu met jouw afkeer van de
bestaande partijen niet in de buurt van De Bonte Was?
Joke:
Wel wat de analyse betreft - de onderdrukking van
vrouwen is tienmaal zo erg als wij nu denken - niet
wat de strategie betreft. Of liever gezegd: De Bonte
Was heeft geen strategie, geen oplossing, die zegt
alleen maar: doe niet langer mee, stap uit de PvdA.
Daarmee verspeel je de weinige macht die vrouwen op
het ogenblik nog hebben. je kunt dan zelfs niet meer
aan rampenbestrijding doen, dus bijvoorbeeld je
verzetten tegen de afschaffing van alimentatie of
tegen verslechtering in de sociale zekerheid. Een
vrouwenpartij daarentegen biedt een alternatief aan
vrouwen die het zat zijn dat met hun belangen steeds
weer wordt gesold. Bovendien worden
vrouwenorganisaties in politieke partijen er steviger
van: ze krijgen een onderhandelingspositie naar de
mannenclubs toe: als jullie dit niet overnemen raken
we weer zoveel leden / stemmen kwijt.
Je zou de verschillende partijreglementen eventueel
zo moeten veranderen dat dubbellidmaatschappen
mogelijk zijn. Moreel vind ik dat volstrekt
verantwoord. Een politieke partij is een middel, geen
doel. Als ik voor de vrouwenpartij werk is dat omdat
mijn PvdA het eerlijk delen niet serieus genoeg
neemt.