Colofon

Joke Kool-Smit

 

Een week als feministe
[Hollands Dagboek, NRC 23 februari 1974]*

 

woensdag 13 februari

De zon scheen en ik heb vandaag vergaderd. Als god bestond zou zij zich nu gelasterd weten. Sinds tweeŽneenhalf jaar ben ik geen volksvertegenwoordiger meer, desondanks blijft de ellende binnenstromen, en ik heb er geen aanleg voor. Wanneer krijgen we ellendologen die psychisch, politiek, juridisch, journalistiek, politioneel en instantioneel de weg weten, met een ingebouwde vasthoudendheid jegens gevallen tussen wal en schip ?

Bij de post een uitnodiging om samen met anderen wier naam verbonden is met 't een of 't ander door Amsterdam te wandelen. Op het lijstje staan twee vrouwen - ook in het alternatieve houden ze het op de symbolische vertegenwoordiging. De mijne staat onder het kopje: sex en emancipatie. Zelfs de schriftelijke versprekingen van de cultuur zijn aandoenlijk.

 

donderdag 14 februari

Alweer vergaderd, maar de zon scheen niet, dus vraag ik mij af welk soort vergaderingen het vervelendst zijn. Die van een politieke partij met elleboogmoties? Die van een universitair orgaan waar het fluweel van de handschoenen zo dik is, dat de studenten niets meer zeggen uit angst het niveau van understatement verkeerd te taxeren, of wie weet betekende 't latijn wat anders? De vergaderingen van het punt-en-komma-vlooien? Of de warboelvergaderingen waar iedereen wat anders bedoelt of misschien toch hetzelfde? De vergaderingen waar de verlichte kreten uitkomst moeten bieden - oppassen denk ik dan - of die waar de voorzitter uit zijn rijke ervaring put om andersdenkenden terug te krijgen in het gareel? Of het politieke hogeschoolwerk waar de routinier iedere spreker een compliment maakt maar ondertussen zijn eigen ideeŽn doordrukt ?
Aardig zijn de vergaderingen waar mensen nog niet vast in hun rol zitten of daar plotseling uitstappen, zoals de man die zich meestal beperkt tot summier sarcasme, maar onlangs met trillende handen een motie plus getikte toelichting ging voorlezen. Wat een schat, hij heeft het ook moeilijk met de spelregels van het formalisme.
Het zou leuk zijn een verhandeling te schrijven over het commissie-wezen, met als onderdeel welke rol je daar wacht als vrouw, al ben ik inmiddels zo berucht dat een man opspringt zodra er koffie moet worden ingeschonken. Een mooi idee voor als 't feminisme gelukt is, dus het zal er wel nooit van komen.

 

vrijdag 15 februari

Eindelijk het persbericht binnen met de plannen van de regering op emancipatiegebied. Het is rijkelijk vaag: een nationaal comitť voor het Jaar van de Vrouw, een adviescommissie om plannen te maken op lange termijn (welke status zou die commissie krijgen?) en het Sociaal en Cultureel Planbureau gaat aandacht besteden. Om meer te weten sla ik deze krant op, tenslotte is de emancipatie voorshands opgehangen aan de minister van CRM, en diens begroting werd deze week in de Kamer behandeld. Geen woord - merkwaardig dat de kranten van confessionele oorsprong veel alerter en uitvoeriger zijn in hun berichtgeving over emancipatie dan dit blad, dat op pagina 1 rechtsonder dagelijks opschept over eigen breed- en grondigheid.
Het Kamerdebat, zo verneem ik uit andere bron, heeft niet zoveel opgeleverd; in plaats van een stuurgroep of women's bureau van - om te beginnen - vijftien full-time personen krijgen we een clubje dat ŗ raison van dertig gulden per maand een beleid moet uitdenken. En een instituut voor emancipatievraagstukken wil men ook niet, want van dat soort instellingen zijn er al zoveel. De helft van de bevolking wordt weer eens met een fooi het bos ingestuurd, minister Vorrink
[1] zit er helaas op haar eentje.
Men schijnt trouwens niet goed te snappen wat zo'n instituut zou kunnen doen. Het Kamerlid Kosto wou er een ombudsgroep van maken, die de overheid als werkgever en wetgever op de nek zit; op zich een prima idee. Mij zweeft iets anders voor ogen: een instituut dat onderzoek doet met verbindingslijnen naar het beleid, anders krijgt je de situatie dat er op vrouwen gestudeerd wordt zonder dat er verder iets gebeurt. Op 't ogenblik zijn wij al scriptiemateriaal, binnenkort zullen we dus wel dissertatievee geworden zijn. En zoals de Amerikaanse negers zeggen: wanneer het proefschrift gepubliceerd is verandert er niets, behalve de maatschappelijke status van de onderzoeker.
Wat zou zo'n instituut kunnen doen? Zorgen voor cijfermateriaal, want zonder cijfers word je niet geloofd en met valt het te proberen. Verder: grensverleggend onderzoek doen, waartoe overigens alleen diegenen in staat zijn die de mythen al hebben doorzien en hun vraagstelling daarop afstemmen. C. noemt Kinsey, ik denk aan Adorno c.s. en het begin van de verkenning van de autoritaire persoonlijkheid, aan Sophie Meilof-Oonk, die de pseudo-verdraagzaamheid van het Nederlandse volk jegens homofilie blootlegde (laat ze, als wij er maar niets van merken), en wat vrouwen betreft aan professor In 't Veld-Langevelds analyse van de premaritale rol; aan het artikel van Naomi Weisstein Psychology Constructs the Female, aan al het oude onderzoek uit ScandinaviŽ, met als conclusie: hoe jonger kinderen zijn, hoe minder rolvast hun seksegedrag, en aan Matina Horners onderzoek onder meisjesstudenten: hun angst voor intellectueel succes is in feite een cultureel bepaalde angst om als vrouw te falen.

 

zaterdag 16 februari

E. wordt tien jaar vandaag en na ampel beraad is het Anne Frank-huis als doel van de excursie uitgekozen. Loevestein stond op het programma omdat 't Muiderslot vorig jaar zo'n succes was; de jonkvrouw met een goedendag in haar wijde mouwen werd een geliefd persoon in spelletjes. Wie zei ook alweer dat meisjes geen rolvoorbeelden nodig hebben? E. dweept, net als ik vroeger, met dappere heldinnen, en over Anne Frank praten ze al maanden. Achteraf begrijp ik waarom ik De rode Pimpernel wel ademloos uitlas en De Drie Musketiers niet. Sir Percy werd geflankeerd door een echtgenote die ook van wanten wist; bij d'Artagnan en consorten zijn vrouwen slechts weerloze onschuld of zo zwart als de nacht, en het lot van Milady wordt dan ook bezegeld met een rituele moord.
Veelbetekenend is dat een massa kinderboeken door vrouwen worden geschreven. Zij denken de avonturen uit, maar gehersenspoeld als ze zijn laten ze die door een jongetje beleven. Wat een onzin, Abeltje had best een liftmeisje kunnen wezen. Peinzend over Pipi, helaas door stereotiepe volwassenen omringd, herinner ik me Ria, die het best kon vechten van de hele klas. Zou ze veehandelaar geworden zijn? Het zat er toen dik in, maar de puberteit moest nog komen. Vermoedelijk is ze, zoals zovelen, zwanger gemaakt tijdens de paardenmarkt en werd ze huismoeder, een leven waar ze duidelijk niet voor deugde.
Het feestje suddert nog even door, ze kijken tv. Ik loop weg omdat ik de belabberde tekst en het slecht acteren niet langer kan verdragen, zoals zo vaak bij Nederlandstalige kinderprogramma's. Zouden acteurs en tekstschrijvers het als een schnabbel zien, net als de STER? Minzaamheid en lolbroekerij, in het kindertoneel waart de geest van Pieter Langendijk nog altijd rond. Of acteren ze zo slecht wanneer ze zich niet met de thematiek kunnen identificeren? Als dat zo is moet mijn oude plan een feministische "All in the Family" op het scherm te krijgen nog maar even wachten.

 

zondag 17 februari

Een dag in afzondering doorgebracht, wat een verkwikking. Bevat de verklaring van de rechten van de mens een passage over alleen zijn ?

 

maandag 18 februari

Als Nederlandse wordt je geacht de wet te kennen, maar hoor je ook dagelijks de krant te lezen? Tot mijn schrik hoorde ik van de week iets over een maximumsnelheid van 80 km. De krantenberg dus aangevat. In een Europabijlage van Le Monde - ze blijven daar roerend hun best doen - staat een interview met Den Uyl. Tot nog toe was ik diep onder de indruk van de door dit blad ondervraagde personen: zo puntig en zo logisch. Nu begrijp ik dat het een truc is; ondenkbaar dat Den Uyl zich uit zou drukken als een Frans opstel.
Verder het magistrale stuk van Karel van het Reve over Solzjenytsin. Hij ergert mij altijd als hij zijn verachting uitstort over groepen die het stencilstadium nog niet te boven zijn - dit jaar en misschien al langer hoort hooghartigheid voor mij tot de hoofdzonden - maar als verontwaardiging en verstand samengaan vibreer ik mee. Moorden vanuit een ideologie heeft ernstiger gevolgen dat moorden zonder. Conclusie: laat je niet op sleeptouw nemen door je ideologie. Mijn vertaling naar minder grimmige situaties zou zijn: zodra de ideologie fronst naar het domweg gelukkig, wordt ze gevaarlijk ook al blijft de guillotine buiten gebruik. Dat heeft gevolgen voor het feminisme: zusters, blijft de aarde trouw, zij is doordrenkt met opstand en vreugde.
Ik weet nu waarom ik zo woedend werd toen in een PvdA-gezelschap gesuggereerd werd iemand een stuk te laten schrijven met als strekking dat het genieten van kunst verwerpelijk was - het smoorde de lust tot actie voeren. Socialisme is voor mij deuren open in plaats van deuren dicht. Als de fanaten in mijn partij zich ooit verenigen met de kleinburgers, stap ik eruit, hopelijk in gezelschap van de Amsterdamse wethouder, die, in de tijd dat hij nog wel eens vermoeid op een stoeprand nederzat, van plan was een studie te schrijven over de verderfelijke invloed van vader Drees op het Nederlandse socialisme.

 

dinsdag 19 februari

Studenten zijn gekomen met een tekst over Laos en in het kader van het "verworpenen der aarde steunt elkander" heb ik ja gezegd. Vertalen is altijd weer anders verschrikkelijk, en ditmaal gaat het erom geen sympathie te verspelen. Vraag: wat doe je met Waarheid-jargon, aangelengd met Franse retoriek en Oosters bloemrijk. Les voor feministen: houd je taal schoon; zodra de eens gesmede formules het denken definitief vervangen gaat het mis; de werkelijkheid is een oord om steeds opnieuw te verkennen.

 

Noot

1. Mr. Irene Vorrink was op dat moment minister van Volksgezondheid en MilieuhygiŽne in het kabinet Den-Uyl (1973-1977); zij was ook de enige vrouwelijke minister in dat kabinet. [Red.]

 

Colofon
Deze tekst verscheen oorspronkelijk in de rubriek "Hollands Dagboek" van NRC-Handelsblad, 23 februari 1974. Hij werd herdrukt in:
* Joke Smit, De moeder van Marie kan mťťr, Gebundelde artikelen 1971-1975, Utrecht/Antwerpen, Bruna, 1975; en in:
* Joke Smit, "Er is een land waar vrouwen willen wonen; teksten 1967-1981", Amsterdam, Feministische Uitgeverij Sara, 1984, pp. 203-208.