Hendrik Jan van Lummel (1815-1877)


Hendrik Jan van Lummel


Onderwijzer en schrijver

Hendrik Jan van Lummel werd op 19 novemer 1815 geboren te Amersfoort als zoon van de onderwijzer en huisschilder Hendrik van Lummel en Grietje Spijker. Hij trouwde op 30 november 1840 te Amersfoort met Maria Elisabeth Vergeer. Uit dit huwelijk werden elf kinderen geboren, negen zoons en twee dochters. Drie kinderen overleden op jonge leeftijd. Vier van zijn zoons waren later als onderwijzer werkzaam.

De vader van Hendrik Jan van Lummel was schoolmeester aan de Hervormde Diaconieschool in Amersfoort en tevens huisschilder. De jonge Hendrik Jan groeide dan ook op in een school- en verflucht. Hij bezocht de departementale school van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, waar hij een goede leerling bleek te zijn. De stap naar het beroep van onderwijzer was dan ook logisch, hoewel het zijn grootste wens was zendeling te worden. Dan kon hij verre landen zien en onder vreemde volkeren het evangelie verkondigen. Zijn vader overleed echter toen Hendrik Jan pas 16 jaar oud was. Hij moest de kost verdienen en trad tegen wil en dank in de voetsporen van zijn vader, zodat zijn zendelingen-droom in rook opging. Omdat hij pas de laagste sport van de onderwijzersladder had bereikt, de vierde rang, was hij niet bevoegd om zijn vader op te volgen op de Diaconieschool. Meer dan een aanstelling als hulponderwijzer op de school van de Amersfoortse schoolmeester Schoenmakers zat er op dat moment niet in. De daaropvolgende jaren studeerde hij naast zijn werk als hulponderwijzer voor de derde en tweede rang, terwijl hij zich onder meer in de wiskunde en de moderne talen bekwaamde. Hij solliciteerde tevergeefs naar een onderwijzersfunctie in Diemerbrug, maar op 27 juli 1840 werd hij benoemd tot hoofdonderwijzer aan de openbare school in Houten.
Het salaris van een dorpsonderwijzer was geen vetpot, zodat het wel moest worden aangevuld door middel van betaalde bijbaantjes. Voor onderwijzers was het niet ongewoon inkomsten te hebben uit kerkelijke bedieningen. Van Lummel trad op als voorzanger in de hervormde kerk van Houten. Aan deze activiteit hield hij overigens een hese stem en een overgevoelige keel over. Hij moest namelijk zijn stem forceren om boven de Houtense boeren uit te komen. Van Lummel was een onderwijzer met voor zijn tijd moderne opvattingen. Hij voerde een drieklassige indeling in en hij maakte een begin met wat later "aanschouwelijk onderwijs" zou gaan heten. Zijn als kind verworven vaardigheden met pen en penseel kwamen goed van pas, toen hij zelf schoolplaten ging maken. Maar het uitdragen van zijn protestants-christelijke levensvisie was op deze school niet goed mogelijk. Het was tenslotte een openbare school en veel van de leerlingen waren van rooms-katholieken huize.

In december 1841 was aan de Springweg in Utrecht een diaconie-bewaarschool opgericht, waar jonge kinderen van minvermogende gemeenteleden werden opgenomen als voorbereiding op de diaconiescholen. Het aantal kinderen op deze hervormde bewaarschool nam sterk toe, alleen al in 1844 van 12 tot 50. De drie hervormde diaconiescholen raakten overbevolkt, zodat de kinderen wel gedwongen waren om naar de openbare stadsparochiescholen door te stromen. Dat zinde de regenten niet, zodat ze besloten een nieuwe Diaconieschool op te richten bij de bewaarschool aan de Springweg.
Na het ontslag van het hoofd van de school, H.A. van Dreeven, ontstond er in juli 1848 een vacature. De schoolopziener van het ressort Houten, prof. A. van Goudoever, liet aan de regenten weten dat in Houten een onderwijzer te vinden was die "bij veel verkregen kennis groote begeerte naar vermeerdering derzelve vertoonde, aan wetenschap kunstzin paarde, en in de dagelijksche beoefening van zijn ambt te zien gaf dat hij met hart en ziel een schoolman was". Dit "getuigschrift" leidde ertoe, dat al spoedig de onde≠wijzerswoning in Houten bezoek kreeg van mr. C.W.J. baron van Boetzelaer en mr. A.J. van Beeck Calkoen. Deze beide heren waren de initiatiefnemers tot de oprichting (en ook de feitelijke bestuurders) van de vierde diaconieschool.
In september 1848 werd Van Lummel benoemd aan de school waaraan hij zijn verdere leven verbonden zou blijven. Hij verhuisde met zijn gezin naar de onderwijzerswoning naast de school. Het echtpaar Van Lummel had al drie kinderen; van de acht kinderen die in Utrecht geboren werden, overleden er drie op jonge leeftijd.

In 1857 werd de band met de Diaconiescholen losgelaten: de school was niet meer bestemd voor kinderen van bedeelden of minvermogenden, maar voor kinderen van ouders die in staat waren schoolgeld te betalen (50 cent per maand). De vierde diaconieschool zou voortaan de "Nederlandsch Hervormde Tusschenschool" heten. In hetzelfde jaar werd er een opleidingsklas voor onderwijzers, catechiseermeesters, evangelisten en zendelingen aan de school toegevoegd. De school kwam in 1869 onder het beheer van de Marnix Stichting, die in datzelfde jaar was opgericht door de heren Van Boetzelaer en Van Beeck Calkoen. Het doel van dit "christelijk opvoedingsgesticht" was "de opleiding in positief-christelijke zin van kinderen en onderwijzers".

De jonge onderwijzer Van Lummel stond open voor vernieuwingen op onderwijsgebied. Zijn schoolbestuur was hem goed gezind en er was dan ook veel mogelijk op de school. Van Lummels handvaardigheid stelde hem in staat veel zelf te maken: lesmethoden, kaarten en muziek voor het koor van de opleidingsklas. Nadat in 1857 geschiedenis een verplicht vak was geworden op de lagere school, ontwierp Van Lummel zelf de platen bij de geschiedenislessen. Deze vorm van aanschouwelijk onderwijs was bedoeld voor "het verkrijgen van heldere begrippen".
Van Lummel hield van zijn school. Hij uitte de verwachting "dat ze in Zijne kracht en door Zijne genade worden moge een kleine parel aan de kroon van Hem, Die kind werd van kinderen te redden en Die zijn dierbaar bloed ook daartoe vergoten heeft, om aan kinderen het onvergankelijke Koninkrijk Zijns Vaderen te schenken!"

Zijn vaderlandsliefde en de behoefte tot het uitdragen van een protestants-christelijke levensvisie brachten Van Lummel tot het schrijven van een groot aantal publicaties over de vaderlandse geschiedenis, waarvan vele hun inspiratie vonden in de strijd tegen de Spaanse onderdrukker tijdens de Tachtigjarige oorlog en in de kerkhervorming. Utrechtse elementen zijn ruimschoots terug te vinden in zijn meest bekende trilogie De smidsgezel van Utrecht, De hopmansvrouw van Utrecht en De bijlhouwer van Utrecht. De Geertekerk met omgeving is met name in De Bijlhouwer van Utrecht prominent aanwezig.
De in onze ogen enigszins antipapistische toonzetting van deze boeken had vooral te maken met wat Van Lummel als de waarheid beschouwde. Hij had niet de bedoeling om onverdraagzaamheid te prediken, maar "de waarheid is veeltijds scherp".
Het feit dat hij in 1876 lid werd van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde zegt iets over de brede waardering die Van Lummels vertelkunst in zijn tijd ondervond.

Van Lummel was geen voorstander van het openbaar onderwijs, misschien mede als gevolg van zijn ervaringen in Houten. Weliswaar diende de openbare school volgens de wet op het Lager Onderwijs (1857) leerlingen op te voeden tot "alle Christelijke en maatschappelijke deugden", maar dat gebeurde volgens Van Lummel onvoldoende. "De opvoeder moet het kind niet verhinderen tot Christus te komen", zo stelde hij.
Van Lummel was ertegen dat christelijke onderwijzers politiek actief waren, zoals veel onderwijzers in het openbaar onderwijs. De christelijke school moest in zijn ogen geen banden hebben met de overheid, ook niet in financiŽle zin. "Indien de wereld de Christelijk school gaat steunen, loopt ze gevaar in handen van de wereld te vallen". Van Lummel was jarenlang adviserend lid van de Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs, opgericht in 1860. Deze vereniging eiste "een doeltreffend gebruik van de Heilige Schrift en een trouwe voorstelling van de volkshistorie". Een belangrijke activiteit van de vereniging was het maken van eigen lesboeken voor het christelijk onderwijs. Van Lummel speelde een belangrijke rol bij het samenstellen van de nieuwe schoolboekjes. Ze werden gedrukt door de Utrechtse drukker-uitgever Kemink, die deel uitmaakte van het college van regenten van de Diaconiescholen.

In het begin van 1876 ging het met de gezondheid van Van Lummel bergafwaarts. Hij kreeg last van reuma, waarvoor hij ging kuren in Scheveningen en Bad Kreuznach. Bovendien verslechterde zijn keelaan≠doening, zodat het eten hem de grootste moeite kostte. Op 18 september 1877 overleed Hendrik Jan van Lummel, 61 jaar oud. De Utrechtse pers besteedde ruimschoots aandacht aan zijn overlijden Ťn aan zijn begrafenis, vier dagen later. "Heden morgen werd het stoffelijk overschot van onzen te vroeg ontslapen onderwijzer H.J. van Lummel, omstuwd door duizenden belangstellenden ter laatste rustplaats gelegd. (...) En waarlijk hij is die hulde waard. Onvermoeid was steeds zijn streven om tot heil der jeugd werkzaam te zijn (...) Steeds woekerende met zijne buitengewone talenten, heeft hij zich op verschillend gebied onderscheiden. Als degelijk pedagoog, als praktisch onderwijzer vooral muntte hij uit en als letter- en geschiedkundige had hij groote verdiensten, getuige daarvan zijne vele groote en kleine geschriften. (...) Wir haben einen guten Mann begraben. Zijn aandenken blijve in zegening". 1)

Ruim zeventig jaar later, in 1948, schreef W.G. van de Hulst over Van Lummel: "Een nÚg bekende naam in Utrecht, Ťn in de schoolwereld daarbuiten. Een baanbrekend pedagoog en didacticus in zijn tijd; een klinker. Jaren na zijn dood nog zou de stichting aan de Springweg 'de school van Van Lummel' heten; nÚg komt die naam sporadisch voor". 2)

Het gebouw Springweg nr. 91 is vandaag de dag niet meer als school in gebruik en "meester Van Lummel" is allang geen begrip meer in Utrecht. Maar nog steeds staat op zijn voormalige school het opschrift te lezen: "De vreeze des Heeren is het beginsel der wetenschap". Woorden, uit het hart gegrepen van de veelzijdige, praktische schoolmeester en vaderlandslievende verteller, die Hendrik Jan van Lummel was.


Gert Jan RŲhner


Noten

1.  Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad dd. 22 september 1877

2.  W.G. van de Hulst, De boom groeide. Twee honderd jaar Ned. Herv. Gem. scholen te Utrecht (1948)


Publikaties

Een overzicht van de publikaties van H.J. van Lummel is te vinden in: J. Visser, Hendrik Jan van Lummel als opvoeder en onderwijsvernieuwer. Utrecht. 1978. Scriptie RUU.


Literatuur

J. Visser, Hendrik Jan van Lummel als opvoeder en onderwijsvernieuwer. Utrecht. 1978. Scriptie RUU.

E.J. Brill, "Levensbericht van H.J. van Lummel". Uit: Levensberichten van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde. Leiden, 1878.

A. Hallema, "Hendrik Jan van Lummel 1815-19 november-1965". Uit: Pedagogische StudiŽn, XLII, nr. 42.

Leen de Keijzer, "Hendrik Jan van Lummel (1815-1877)". Uit: Tussen Rijn en Lek (27) nr. 4-december 1993

Karin Loggen, Schoolstrijd en volksonderwijs in Utrecht, 1870-1890. Utrecht 1984. Scriptie RUU.

H. Reinders, Met het oog op den Heer: 150 jaar Marnixstichting. Bunnik, 1991.


Archivalia

Archief Marnix Stichting (GAU)

Archief Nederlands Hervormde Diaconiescholen (GAU)