De geschiedenis van de St. Laurentiuskerk

We hebben het al eerder verteld: de St. Laurentiuskerk was in de Middeleeuwen lange tijd niet alleen de Moederkerk voor Voerendaal, Kunrade en Ubachsberg, maar ook voor Heerlen en Welten (in de taal van die tijd Herle en Waltine). Hier lag het dichtst bevolkte gebied van het herendomein. Het was dus niet zo gek dat Paus Leo IX op zijn reis door deze landen ook Voerendaal aandeed om deze kerk op 10 augustus 1049 te consacreren.

Overigens is van de kerk uit die jaren alleen het gedeelte waar het doopvont staat nog over.
Het  doopvont zelf is zeker uit de 12e eeuw, het is vervaardigd uit Naamse hardsteen en heeft de vorm van een ronde kuip.
Op de hoeken bevinden zich vier monsterkoppen of maskarons; op de kuipwand zijn viervoetige, half kruipende, half lopende dieren afgebeeld. De kuip staat op een hardstenen voet door middel van een vijftal vernieuwde, hardstenen kolommen. Daar in de doopkapel, bevindt zich de altaarsteen die waarschijnlijk door de Paus gezalfd werd.

In 1840 ontstond het middenschip van de kerk, in 1917 kwam het jongste gedeelte van de kerk gereed, in een gecentraliseerde kruisvorm. In 1949 werd de doopkapel ingericht zoals hij nu is en werd een traptorentje gebouwd naar het oksaal en naar de eerste verdieping in de grote toren.

De Duitsers roofden de oorspronkelijke klokken, maar in 1949 werden bij het 9e eeuwfeest drie nieuwe klokken gekocht. Het wereldlijk domein van Herle werd bestuurd door Udo van Toul (in de Elzas), die later bisschop van Toul werd. Paus Leo IX was als Bruno ook bisschop van Toul geweest en had in die tijd Udo opgevoed, het begin van een levenslange vriendschap. Als Paus (sinds 1048) benoemde Leo IX Udo zelfs tot kanselier van de H. Roomse Kerk.

Net als Johannes Paulus II reisde ook deze paus de wereld rond, al moest hij dat nog te paard en te voet doen. Na de verwoestingen onder de Noormannen ging hem de 'herkerstening' van het gebied bijzonder ter harte. Zijn neef Hendrik 111 riep hem naar Aken, om te kunnen bemiddelen bij een grondconflict tussen hem en Godfried met de Baard. Politieke en godsdienstige kwesties stonden toen veel dichter bij elkaar, net zoals we gezien hebben dat politieke heersers als Udo van Toul ook allerlei kerkelijke functies konden hebben. Udo heeft overigens de Paus misschien wel op zijn hele reis vergezeld, maar in elk geval was hij ook in Aken. Leo IX hield ervan bij zelf bij verheven kerkelijke handelingen - zoals de inwijding van kerken - aanwezig te zijn, vandaar dat hij naar Voerendaal kwam, zodat hij daardoor zijn vriend een mooie gunst kon bewijzen. Zelf zei hij er het volgende over: bekijk het zelf maar eens.

Een sterk voorbeeld van dienstbaarheid! We beleven op dat moment in heel West-Europa een sterk godsdienstig reveil. Zodoende werden er overal op het platteland kerken gebouwd. Het is niet helemaal duidelijk of ook een economisch machtige rol van Voerendaal maakte dat de kerk hier kwam, of dat juist het feit dat de kerk hier kwam ten grondslag lag aan die bloei. Pas in de 12e eeuw kreeg Heerlen zelf een nieuwe, stenen kerk en werd de parochie daar zelfstandig van de Laurentiuskerk. In onze gemeente, ontstond de eigen parochie van Ubachsberg in 1841) en die van Kunrade in 1957. Wereldlijk bleef dit gebied deel van 'Herle' tot 1776, toen besloot de schepenbank daar dat Voerendaal in 't vervolg een dorpsbestuur zou bezitten, een besluit dat in het volgend jaar door de Staten der Verenigde Nederlanden werd goedgekeurd.

Laurentius - de martelaar (de R.K.-kerk kent nog andere naamgenoten: de tegenpaus uit de 6e eeuw en de Italiaanse heiligen uit de 15e en 17e eeuw) werd in Spanje geboren, maar was aartsdiaken van Rome. Hij moest de Paus (eerst Sixtus II, daarna nog even Valerianus) bijstaan bij het vieren der 'heilige geheimen', de H. Communie uitreiken aan de gelovigen en de goederen van de kerk beheren, om ze aan de armen uit de delen. Hij onderging op 10 augustus 258 met drie andere geestelijken de marteldood, enkele dagen nadat Paus Sixtus II met vier diakens was onthoofd.

Volgens zijn Heiligenlegende zou hij op een rooster zijn verbrand, een gruwelijke dood die aangrijpend is geschilderd en al in de 4e eeuw algemeen gemeengoed was onder de gelovigen. Zijn persoon maakte kennelijk indruk, hij werd een van de meest vereerde heiligen van West Europa, vooral toen Keizer Otto 1 in 955 na een gelofte aan Laurentius op 1 0 augustus e en beslissende zege op de Hongaren behaalde. Zijn naamdag werd een van de grootste feesten van de kerkelijke kalender (naast de 29ste juni, de dag van de apostelen Petrus en Paulus). In vele streken werd hij een heilige van het volk: zijn naam werd dus doopnaam voor talrijke kinderen, hij werd bezongen in allerlei liederen. Hij werd schutspatroon van Spanje, maar ook van vele steden in Midden- en Noord-Europa en van diverse beroepsgroepen (die allemaal op de een of andere manier iets met vuur te maken hebben): brandweerlieden, kolenbranders, koks, pasteibakkers, bierbrouwers, waarden, wasvrouwen en strijksters. Hij zou mensen beschermen tegen brandwonden, zelfs het uitbreken van branden voorkomen, om die reden werd op zijn feestdag in veel huizen geen vuur aangestoken en durfde niemand met een brandende fakkel zijn huis te naderen. Zodoende zou dit het hele jaar van brand gevrijwaard blijven. Zijn graf aan de Via Tiburtina werd reeds in de eerste helft van die 4e eeuw een druk bezochte pelgrimspiek en de basiliek die er gebouwd werd - de San Lorenzo .fuori le mura) behoort tot de zeven hoofdkerken van Rome. Hij werd over het graf heen neergezet door Keizer Constantijn en vergroot door Paus Sixtus II. Zijn naam werd opgenomen in de canon van de Romeinse mis. Zijn feest wordt voorafgegaan door een vigilieviering en gevolgd door een octaaf. In de beeldende kunst komt hij vele malen voor. Hij wordt dan als diaken afgebeeld, in albe en dalmatiek en met een rooster als attribuut. De oudst bekende afbeelding bevindt zich in het mausoleum van Galla Placidia in Ravenna (uit de 9e eeuw).

Ook nu nog komt de voornaam Laurens veelvuldig voor, en we kennen allemaal de Laurenskerk in  Rotterdam, statig overeind gebleven als gedenkteken aan de oude stad die in de eerste oorlogsdagen van mei '40 werd weg gebombardeerd. Ook in Engelstalige landen, met name in de VS komen we veelvuldig in plaats- en andere aardrijkskundige namen Lawrence of Saint-Lawrence tegen.

 (uit diverse bronnen, onder meer de Grote Winkler Prins Encyclopedie)

Algemene Informatie - Geschiedenis - Kerkschatten  

Hoofdpagina