Het Loo
Het Loo werd tussen 1685 en 1692 gebouwd als jachtslot voor de toenmalige stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht en Gelderland, Willem III. De architect was Jacob Roman (1640-1716), een gevluchte hugenoot die in 1685 uit Frankrijk naar de Republiek was gevlucht. Het jachtslot, want dat was de functie het latere paleis, werd in fases gebouwd. De eerste fase vond plaats van 1685 tot 1686. In deze fase werd het middengedeelte gebouwd en de vleugels langs het voorplein en de Koningslaan aangelegd. Nadat Willem III tot koning van Engeland was gekroond in 1689 werd Het Loo in 1690-1692 uitgebreid. Zo werd onder andere de tuin in noordelijke richting uitgebreid naar Frans ontwerp.
Rond ‘Het Loo’ lag en ligt een uitgebreid domein, waarop gejaagd werd. Toen Willem III dit landgoed kocht, stond er al een kasteeltje dat ‘Het Oude Loo’ werd genoemd. Het was gebouwd door de familie Bentinck, een zeer rijke regentenfamilie van de Veluwe. Dit kasteeltje liet Willem III staan en zou na de bouw van het nieuwe Loo vooral dienen als huisvesting van het hofpersoneel en (onbelangrijke) gasten. Het nieuwe Loo werd vlakbij ‘Het Oude Loo’ gebouwd, dat ook wel ‘klein Versailles’ werd genoemd, omdat het erg op het beroemde paleis van Lodewijk XIV leek. Ook het Loo had grote symmetrische tuinen en was gebouwd en ingericht in Franse stijl.
Na de dood van stadhouder Willem III bleef het Loo in handen van de Oranjes. Tijdens de Franse bezetting van ons land aan het eind van de 18e eeuw werd het paleis praktisch leeggeroofd. Na het vertrek van de Fransen kwam het Loo weer in Nederlandse handen terecht en hebben diverse Nederlandse vorsten het paleis bewoond. Koningin Wilhelmina bijvoorbeeld was erg gehecht aan het Loo en is er in 1962 ook gestorven. Inmiddels is het Loo een rijksmuseum geworden en is het niet meer bewoond. Iedereen kan nu zien hoe Willem III de Franse architectuur in Nederland heeft proberen te evenaren.