Schönbrunn was het paleis waarin Maria Theresia haar jaren als keizerin doorbracht. Het paleis werd in de periode 1695-1713 gebouwd. Eigenlijk was het lustslot, want dat is een betere omschrijving voor Schönbrunn, bestemd voor de vader van Maria Theresia, keizer Jozef I. Maar hij heeft het zijn buitenverblijf nooit afgebouwd gezien, omdat hij in 1711 overleed. De architect Johann Bernhard Fischer von Erlach begon met de bouw in barokstijl, maar Nicolas Pacassi voltooide het gebouw in een andere stijl, te weten de neo-classicistische.
Oorspronkelijk was Schönbrunn bedoeld als jachtslot dat Versailles moest overtreffen. Al snel werd het paleis te klein voor de Habsburgse hofhouding en werd het paleis in 1696 uitgebreid met twee zijgebouwen. In 1698 werden de tuinen in Franse stijl aangelegd door de Fransman Jean Trehet. Onder Maria-Theresia werd het slot omgebouwd tot de officiële zomerresidentie. Schönbrunn was erg bijzonder in Europa, want het werd vanaf 1752 uitgebreid met een dierenpark dat was aangelegd door de Franseman Jean Nicolas de Ville-Issey. Het is het oudste nog bestaande dierenpark ter wereld.
Wat Schönbrunn ook bijzonder maakt, is de kleur van het paleis, het zogenaamde "Schönbrunner Gelb". Dit is een soort okergele kleur die bij veel oude kerken en overheidsgebouwen in een groot deel van Midden-Europa op de muren werd geschilderd. De reden hiervoor is dat men in Midden-Europa niet beschikte over de lichtgeel gekleurde natuursteen die het gebouw in de zomer een gouden glans konden geven. Het voordeel van het schilderen was dat de kleur nog iets donkerder kon worden gemaakt waardoor ook bij slecht weer de gouden kleur bleef imponeren.