|
VARKEN TEGENOVER GOD
Ik ben zeven jaar. Door het raam op de boerderij zie ik hoe een man een kruis slaat en tot het slachten van een varken overgaat. Ik wil het schouwspel niet zien. Bijna menselijk, het voorafgaande gegil waar ik naar luister. (Bijna menselijk, zeggen de zoölogen, zijn de organen van het varken, dat slim is, meer nog dan honden of paarden.) Schepselen Gods, zo noemt mijn grootmoeder hen. Broeder varken, zou de Heilige Franciscus hebben gezegd. En nu het mes erin en gedruppel van bloed. En ik ben nog klein maar vraag me al af: Schiep God de varkens om te worden gevreten? Wie geeft hij gehoor: het smekende varken of hem die een kruis slaat voor bij het keelt? Als God bestaat, waarom dan lijdt dit varken? Het vlees pruttelt in de olie. Straks zal ik schrokken als een varken. Maar ik zal geen kruis slaan aan tafel.
José Emilio Pacheco(vertaling: Barber van de Pol)
Een zeug vertelt
Ze
zit in die grappige houding van varkens
Er
wordt gewacht, er wordt gehoopt dat zij
De camera loopt, maar ze zwijgt.
Waarom
zegt ze niet: ik kwam nu eenmaal
Waarom
zegt ze niet: ik betreur mijn verlangen ze zijn overbodige illusies, ik zie dat in.
Waarom
zegt ze niet: deze wereld is goed genoeg
De camera loopt, maar ze kijkt en ze zwijgt, in die toch zo grappige houding van varkens.
Rutger Kopland
= henk bakker =
Noord-Drenthe-Krant
= |