In feite is de situatie in werkelijkheid natuurlijk ingewikkelder dan in het kombergingsmodel
met één kom is beschreven. Je kunt nu een ingewikkelder model gaan bouwen.
Hieronder volgen een aantal suggesties:
- Je kunt het model uitbreiden met twee kommen achter elkaar, gescheiden door een geul. Je kunt nu een tweede waarde voor c kiezen
voor deze tweede opening. Houd er rekening mee dat terugstromend water uit de tweede kom de waterhoogte in de eerste
kom beïnvloedt.
- De waarde van c hangt ook weer af van de waterhoogte.
- Er mondt een rivier uit in de kom waardoor er, met constante snelheid, water in de kom bij komt.
- Bij een waterstand boven een bepaald niveau komt er een tweede opening bij.
Maak een werkend model bij de door jou gekozen situatie en maak een korte presentatie over de resultaten.
Er zijn veel gegevens over de waterhoogten in en buiten Nederland
op Internet verkrijgbaar.
Bij
http://www.getij.nl kun je veel te weten komen over eb en vloed.
Zo blijken de getijkrommen (afhankelijk van de stand van zon en maan) niet altijd netjes sinusvormig. Ook kun je de voorspelde getijkrommen en
de "Real Time Waterstanden" opvragen.
Voor je eigen onderzoek zou je de gegevens die je kunt vinden bij
http://www.getij.nl
in Excel kunnen proberen in te lezen en onderzoeken in hoeverre het model met één kom voldoet. Ook zou je zo goed mogelijk
de parameter(s) van je model kunnen aanpassen om de werkelijkheid te simuleren
Enige tips:
- Als je parameterwaarden van je werkblad nogal moet aanpassen is het handig schuifbalken op te nemen.
Hoe je dat kunt doen vindt je hier.
- De Oosterscheldedam ligt in Zuidwest Nederland. De meetpunten binnen en buiten deze dam heten Roompot Binnen en Roompot Buiten.
- Soms zijn de gegevens alleen in grafiekvorm beschikbaar. Er bestaan programma's om deze de numerieke gegevens weer uit zo'n grafiek
tevoorschijn te halen. Een eenvoudige maar gratis versie van zo'n programma is
Grafiekextractor.
- Bij het bepalen van de waarde(n) van de parameter(s) van je model die zo goed mogelijk aansluiten
bij de "werkelijkheid" is het verstandig een getalsmatig criterium voor de kwaliteit van je "fit" te bedenken. Een mogelijke methode is
de kleinste kwadraten methode. Bij deze methode bereken je per meetpunt het kwadraat van het verschil tussen het model en de gegevens.
Probeer dan de som van deze kwadraten zo klein mogelijk te krijgen. Je kunt dit door Excel laten doen door gebruik te maken van de Oplosser.
Je vindt deze in het menu onder "Extra".
Maak ook hier een werkend Excel model en interpreteer je resultaten. Beschrijf in je presentatie in ieder geval
hoe je aan je gegevens bent gekomen en hoe je ze naar Excel hebt omgezet.