Raaklijn in een punt
m.b.v. de richtcirkel

Geval 1

P ligt op de hyperbooltak die de richtcirkel niet snijdt.
  1. Teken de richtcirkel met middelpunt F1
  2. Teken het lijnstuk F1P
  3. Bepaal het snijpunt Q van dit lijnstuk en de richtcirkel
  4. De raaklijn is de middelloodlijn van het lijnstuk QF2



Geval 2

P ligt op de hyperbooltak die de richtcirkel wel snijdt.
  1. Teken de richtcirkel met middelpunt F1
  2. Teken de halve lijn PF1, die in P begint
  3. Bepaal het snijpunt Q van deze halve lijn en de richtcirkel
  4. De raaklijn is de middelloodlijn van het lijnstuk QF2