Toelichting op de berekeningsmanieren

  1. Midden deelinterval
    Van ieder deelinterval wordt eerst het midden xmidden van xlinks en xrechts berekend. Voor de hoogte van elk deelinterval wordt dan f(xmidden) genomen.
  2. Linkergrens deelinterval
    Voor de hoogte van elk deelinterval wordt genomen de hoogte aan de linkerkant van het staafje: f(xlinks).
  3. Rechtergrens deelinterval
    Voor de hoogte van elk deelinterval wordt genomen de hoogte aan de recherkant van het staafje: f(xrechts).
  4. Maximum van de functiewaarden links en rechts
    Eerst worden de functiewaaarden van f op de linkergrens en de rechtergrens van het deelinterval berekend:
    f(xlinks) en f(xrechts). Als hoogte wordt genomen de grootste van deze twee functiewaarden.
    Het resultaat is niet altijd gelijk aan de bovensom; het is immers mogelijk dat f op een of meer deelintervallen een maximum heeft dat "midden in het deelinterval" ligt en dus groter is dan het maximum van f(xlinks en f(xrechts).
  5. Minimum van de functiewaarden links en rechts
    Eerst worden de functiewaaarden van f op de linkergrens en de rechtergrens van het deelinterval berekend: f(xlinks) en f(xrechts). Als hoogte wordt genomen de kleinste van deze twee functiewaarden.
    Het resultaat is niet altijd gelijk aan de ondersom; het is immers mogelijk dat f op een of meer deelintervallen een maximum heeft dat "midden in het deelinterval" ligt en dus kleiner is dan het minimum van f(xlinks en f(xrechts).
  6. Gemiddelde van de functiewaarden links en rechts
    Eerst worden de functiewaaarden van f op de linkergrens en de rechtergrens van het deelinterval berekend: f(xlinks) en f(xrechts). Als hoogte wordt genomen gemiddelde van deze twee functiewaarden.