We moeten eerst het snijpunt van PQ met vlak ABCD bepalen. Omdat P en Q in vlak BCT liggen moeten we de snijlijn van vlak BCT met vlak ABCD verlengen, dus we verlengen CB.
We snijden vervolgens CB met QP. Het snijpunt noemen we S.
Van D en S weten we: beide liggen in ABCD en beide liggen in vlak DPQ.
DS is dus de snijlijn van vlak DPQ met vlak ABCD. De lijn DS noemen we de grondlijn van vlak DPQ.
Daarna maken we de doorsnede af.