Snijd het verlengde van QP met het verlengde van BA. Het snijpunt noemen we S1.
De snijlijn van vlak TAB met vlak TDC is de lijn door T evenwijdig met AB en DC. (Deze lijn noemen we wel de toplijn van de piramide.) Teken deze. Snijd de toplijn met het verlengde van PQ. Het snijpunt noemen we S2.
Trek de lijn S2R en snijdt deze met DC. Verbind het snijpunt met S1.
Maak de doorsnede af.