Slapen maakt slim (Intermediair 21 maart 2002)
Als we slapen, zijn onze hersenen bij vlagen zeer actief: alsof er een motor begint te draaien. Wat gebeurt er dan eigenlijk? Onderzoekers denken dat slaap essentieel is voor het geheugen.
Een nacht niet slapen en de volgende dag ben je gebroken. Er
zitten louter watten in je hoofd. Werken gaat redelijk, maar vooral
omdat je handelt op de automatische piloot. Creatieve of intelligente
oplossingen hoeven vandaag niet van jou te worden verwacht. Je
hoopt dat de dag snel om is, zodat je kunt toegeven aan die onbedwingbare
behoefte aan slaap.
Waar is slapen eigenlijk goed voor? Waarom besteden we er eenderde
van ons leven aan? En vooral: wat gebeurt in het hoofd als we
slapen? Met deze vraag worstelen wetenschappers al decennia. En
in feite weten ze tot op heden nog betrekkelijk weinig. We kunnen
een Hubble-telescoop de ruimte in sturen en ter plekke voorzien
van een nieuwe lens. We kunnen onbemande karretjes op Mars laten
landen. We kunnen dieren en misschien straks ook mensen
kloneren, maar zoiets alledaags als het waarom van slaap
is nog grotendeels terra incognita. Eén ding is wel duidelijk:
zonder slaap gaat de mens binnen afzienbare tijd dood. Ratten
die de slaap wordt onthouden, sterven binnen acht dagen. Ze kunnen
hun lichaamstemperatuur niet meer regelen en koelen af. Ze eten
tegen de klippen op, maar vermageren toch. Uiteindelijk laat het
afweersysteem het afweten, ze sterven aan een of andere infectieziekte.
Slapen lijkt dus goed te zijn voor herstel van het lichaam. Gedurende
de slaap piekt het groeihormoon ook. Dat zorgt voor de aanmaak
van stoffen als eiwitten waarmee weefsels worden hersteld of nieuwe
weefsels gemaakt. Als kinderen slecht slapen, groeien ze beduidend
minder hard.
De mens kan niet 24 uur per dag doorgaan, ook al zou hij nog zo
graag willen. Geen enkel dier kan dat en in feite geen enkel organisme:
ook planten hebben een dag- en nachtritme. Er zijn wel dieren
die heel weinig slapen, maar die leven niet lang. Een opvallend
verschil is dat tussen de veldmuis en de vleermuis, zoogdieren
van dezelfde grootte. De veldmuis slaapt maar twee tot drie uur
per nacht en leeft niet langer dan twee, drie jaar. De vleermuis
leeft maar liefst twintig jaar. Dit dier slaapt dan ook achttien
uur per dag en houdt ook nog een flinke winterslaap. En ook bij
mensen is een dergelijke relatie gevonden. Mensen die minder dan
vier uur slapen, lijken minder lang te leven (zie kader Pas op
voor slaapschuld)
Een flinke pauze is dus onmisbaar voor het lichaam. Toch is onduidelijk
waarom we niet gewoon kunnen uitrusten. Gemakkelijk zitten op
een stoel bijvoorbeeld, of desnoods even liggen. Waarom draagt
de natuur ons op daarvoor half buiten bewustzijn te raken en te
dromen? Een situatie die ons ook nog eens uiterst kwetsbaar maakt.
We zijn dan immers een gemakkelijke prooi voor de vijand: niets
makkelijker dan iemand in zijn slaap te verrassen.
Wetenschappers lijken langzaam een vinger te krijgen achter dit
grote raadsel. De laatste jaren stapelen de aanwijzingen zich
namelijk op dat slapen van essentieel belang is voor het geheugen
en daarmee het leervermogen van de mens, zo wordt gesteld in een
artikel in het Amerikaanse tijdschrift Science. En één
stadium in de slaap lijkt daar met name goed voor: de remslaap.
Wilde beelden
Slaap verloopt via een aantal stadia. Je begint eerst te doezelen.
Je ogen vallen dicht en rollen weg. Je spieren verslappen en maken
soms onwillekeurige bewegingen. Je krijgt hallucinaties: het lijkt
op dromen, maar het verhaal is realistischer, doorgaans gebaseerd
op concrete gebeurtenissen van die dag. De golven in je hersenen
worden trager en trager. Je zakt steeds verder weg, totdat je
in een half uur tot drie kwartier in een diepe slaap bent beland.
De zintuigen geven nauwelijks meer signalen door, je bent vrijwel
onbereikbaar voor de buitenwereld. Zijn er overdag verschillende
kernen van de hersenen actief, nu deinen alle zenuwcellen synchroon
mee op dezelfde golven. Na deze diepe slaap die ongeveer
tweintig minuten duurt slaap je weer een stuk lichter en
kom je in een zogeheten remslaap terecht. Het brein wordt opeens
zeer actief. Er lijkt een storm aan golven door de hersenen te
gaan. De ogen schieten van links naar rechts Rapid Eye Movement
, vandaar REMslaap en meestal verschijnen de wildste beelden
in je hoofd: je droomt.
De afwissling van remstadium naar diepe slaap en weer terug, gebeurt
meerdere keren in de nacht, waarbij de diepe slaap naar de ochtend
toe steeds minder diep wordt en de remslaap steeds langer gaat
duren (zie plaatje).
En dan is die remfase, die van essentieel belang is voor het geheugen
en het leervermogen, denken veel wetenschappers, waaronder hoogleraar
biopsychologie Gerard Kerkhof, werkzaam aan de Universiteit Leiden,
de Universiteit van Amsterdam en het Centrum voor Slaap- en Waakstoornissen
in Den Haag. "Wij denken dat gedurende die remfase belangrijke
ervaringen van die dag op de goede plek in het geheugen worden
gezet en de onbelangrijke ervaringen worden weggegooid."
Experimenten met dieren ondersteunen dit idee. Zo duurt de remslaap
langer wanneer ratten gedurende de dag allerlei nieuwe taken krijgen
aangeleerd. Bij deze dieren neemt de remslaap weer normale proporties
aan wanneer ze de nieuw geleerde taak onder de knie hebben. Werden
de diertjes gestoord in hun remslaap, dan voerden ze recent aangeleerde
taken minder goed aan dan hun niet gestoorde soortgenoten.
Sterk dromen
Bij de mens zijn de afgelopen jaren vergelijkbare resultaten geboekt.
De Amerikaan Robert Stickgold, hoogleraar psychiatrie aan de Harvard
Medical School in de V.S., leerde proefpersonen afwijkende patronen
herkennen in een matrix: op een scherm vol met rechtopstaande
letters T was er bijvoorbeeld een letter T omgevallen. Mensen
moesten in een keer de matrix kunnen overzien en de afwijkende
T aanwijzen. Ze blijken dat steeds beter te kunnen na training.
Als de onderzoekers deze proefpersonen normaal lieten slapen,
voerden ze deze taak in de loop van de week steeds beter uit.
Werden hen een nacht de remslaap onthouden, dan daalde de prestatie.
En de Belg Piere Maquet van de Universiteit Luik keek via een
petscan welke hersendelen actief werden wanneer mensen een computertaak
kregen aangeleerd. Vervolgens bekeek hij de hersenen in de remslaap
erna. Hij zag dat dezelfde kernen 's nachts activiteit vertoonden.
Kerkhof: "Wij denken dat tijdens de remslaap de ervaringen
worden teruggespeeld die van belang zijn voor het uitvoeren van
de taak. In de diepe slaap zorgt het groeihormoon ervoor dat er
bouwstenen worden aangemaakt. In de remslaap worden die bouwstenen
vervolgens op de juiste plek gezet in het langetermijngeheugen.
Er vindt als het ware een reorganisatie plats, bepaalde zenuwcontacten
die van belang zijn voor het uitvoeren van een taak worden versterkt.
Het proces dat in de diepe slaap is ingezet, wordt afgemaakt in
de remslaap."
Waarom we in deze remfase ook sterk dromen, weten de wetenschappers
niet. "De meesten denken dat dromen het 'lawaai van de motor'
is. Het brein is volop aan het draaien, allerlei geheugensporen
worden geactiveerd om de nieuwe ervaringen aan te koppelen, en
dat gaat gepaard met een hoop visueel kabaal: beelden van oude
herinneringen verschijnen en worden geassocieerd met nieuwe beelden",
schetst Kerkhof. In deze hypothese is een droom dan ook een weerspiegeling
van wat er in je hoofd is opgeslagen. Allerlei luikjes worden
geopend. Die vertellen iets over wat jij als persoon uit het leven
hebt gefilterd.
Dat erzo druk geassocieerd, gekoppeld en geknoopt wordt in deze
periode van de slaap, blijkt volgens Kerkhof uit een andere proef
van de Amerikaan Stickgold. Daarin liet hij proefpersonen reageren
op woordparen. Sommigen hebben iets met elkaar te maken (gras
en groen) de zogenoemde gerelateerde woorden anderen
niet (hijskraan en bankstel). Als mensen overdag deze taak krijgen
voorgelegd, reageren ze sneller p de gerelateerde woorden dan
op de niet gerelateerde. Het woord groen bereidt de hersenen als
het ware voor op gras, zo is de veronderstelling.
Maar als de proefpersonen deze taak moeten uitvoeren niet (hijskraan
en bankstel). Als mensen overdag deze taak krijgen voorgelegd,
reageren ze sneller op de gerelateerde woorden dan op de niet-gerelateerde.
Het woord groen bereidt de hersenen als het ware voor op gras,
zo is de veronderstelling.
Maar als de proefpersonen deze taak moeten uitvoeren nadat ze
worden gewekt uit hun remslaap, gebeurt er iets anders. Dan reageren
de mensen juist langzamer op de gerelateerde dan op de niet-gerelateerde
woordparen. "Een duidelijk teken dat het brein in deze fase
anders is georganiseerd. Er is een lossere associatie van gedachten."
Een promovenda van Kerkhof, Margreet Kolff, probeert deze experimenten
nu te herhalen in het eigen laboratorium.
Kerkhof benadrukt dat de remslaap met name invloed lijkt te hebben
op het impliciete geheugen. Vooral de complexe taken worden na
een goede remslaap vastgelegd. Het expliciete geheugen het
deel van de hersenen waarmee je bijvoorbeeld bewust rijtjes woorden
uit het hoofd kunt leren lijkt vooralsnog onaangetast door
onthouding van remslaap.
Remslaap als Brainstorm
Deze experimenten geven echter slechts aanwijzingen dat remslaap
verband houdt met het geheugen, echte bewijzen zijn er nog niet,
vindt Ton Coenen, hoogleraar neurofysiologie aan de Universiteit
van Nijmegen. Alhoewel hij samen met Kerkhof het slaapexperiment
van Margreet Kolff begeleidt, is Coenen veel sceptischer dan zijn
collega. "Ik ben pas overtuigd van de invloed van remslaap
op het geheugen als andere laboratoria de experimenten van mijn
buitenlandse collega's kunnen herhalen. En dat is bij mijn weten
nog niet gelukt. Margreet Kolff heeft bijvoorbeeld het experiment
van Stickgold nog niet kunnen bevestigen."
Ook zelf boekte hij tot op heden vrij weinig resultaat. De afgelopen
jaren deed hij bij proefdieren onderzoek naar de relatie tussen
remslaap en geheugen. Hij vond inderdaad dat ratten in sommige
experimenten minder goed taken konden uitvoeren na onthouding
van remslaap. Maar in experimenten die op een andere manier werden
uitgevoerd, bleek geen enkel effect. "Dan vraag je je af
of de methode van onderzoek voor een andere uitkomst zorgt en
niet de onthouding van remslaap. Kijk, die dieren kunnen ook gestrest
zijn doordat er met hen wordt geëxperimenteerd. Het stresshormoon
cortisol schiet omhoog en daarvan is bekend dat het van invloed
is op het geheugen. Het is natuurlijk een heel attractief idee
dat de remslaap een geheugenfunctie zou hebben. Want het is wel
het element van de slaap waarmee wij zoogdieren ons onderscheiden
van andere dieren. De link met cognitie, het verwerven en verwerken
van kennis waar wij zo goed in zijn, is dan al snel gelegd. Maar
ik ben nog niet overtuigd."
Als de remslaap er niet voor is om ons geheugen aan te scherpen,
wat voor functie kan dit vreemdsoortige slaapstadium dan wel hebben?
"Er zijn wetenschappers die denken dat onze hersenstorm zou
moeten voorkomen dat we buiten bewustzijn raken. We zouden in
een remslaap belanden omdat de hersenen weliswaar rust moeten
hebben, maar niet acht uur lang buiten werking kunnen treden.
Dan gaan ze als het ware roesten. Net als een waterleiding moet
ook het brein periodiek worden doorgespoeld. En dat gebeurt door
de "brainstorm" van de remslaap. Even worden de zenuwcellen
elektrisch geladen en dan kunnen ze weer verder uitrusten."
Maar Coenen is ook geen aanhanger van deze theorie. "Ik sta
wat dat betreft vrij neutraal in dit debat."
Kerkhof is er, zoals veel wetenschappers op dit terrein, inmiddels
van overtuigd dat de remslaap vooral een cognitieve functie heeft.
"Ik geef toe dat we de bewijzen nog niet rond hebben, maar
zo langzamerhand beginnen de neuzen wel dezelfde kant op te wijzen.
Dat onze promovenda de resultaten van Stickgold nog niet heeft
kunnen herhalen, bevreemdt mij niet. Het ging immers om een pilotstudie
met vrij weinig proefpersonen. Ik wil eerst een herhaling op grote
schaal zien voordat ik definitief conclusies trek." En ook
het feit dat experimenten met ratten wisselende resultaten geven,
brengt hem niet aan het twijfelen. "In veel rattenproeven
worden heel simpele leertaken getest. Terwijl nu blijkt dat de
remslaap voor het impliciete geheugen stimuleert. Het is dus heel
belangrijk om te weten welk type geheugentaak je in het experiment
test."
Voor Kerkhof staat het als een paal boven water: slapen en dromen
zijn van essentieel belang voor het aanscherpen van het geheugen.
Wie het op een rijtje wil hebben, doet er goed aan voldoende te
slapen, en het liefst zo min mogelijk onderbroken nachten te maken,
want de remslaap lijkt de diepe slaap nodig te hebben om optimaal
te kunnen functioneren. "Wie het beste resultaat wil bereieken,
moet het geleerde vlak voordat hij naar dromenland vertrekt nog
eens goed inprenten. Want uit onderzoek blijkt: hoe minder verstoring
door andere ervaringen, des te beter het geleerde wordt opgeslagen."
Slaapproblemen
In Nederland kampt twintig procent van de mensen met slaapproblemen.
Vijf procent slaapt meer dan drie dagen per week slecht en gaat
hiervoor naar de huisarts. De laatste jaren ziet slaaparts Karel
Schreuder van het Centrum voor Slaap- en Waakstoornissen Kempenhaeghe
steeds jongere mensen met deze klacht op het spreekuur komen.
Veel mensen lijden aan een zogenaamde examenenslaap, aldus Schreuder.
"Ze gaa overactief naar bed, en liggen dan nog uren te piekeren.
Als ze slapen, slapen ze heel licht. Hun lichaam is nog in grote
staat van paraatheid, en neemt te gemakkelijk geluiden uit de
omgeving op."
Volgens Schreuder komt dat doordat mensen de laatste jaren steeds
meer activiteiten op hun hals halen in de avonduren, vaak ook
gedwongen door de 24-uurseconomie: "Werken, vergaderen, sporten,
er moet nog van alles gebeuren na een vaak vermoeiende dag waarbij
mensen ook nog eens uren in de file hebben gestaan." Eigenlijk
hoor je na acht uur 's avonds gas terug te nemen. "Je neemt
met je partner, familie of vrienden de dag nog eens door en gaat
dan rustig nog een boek lezen of aan een andere ontspannende activiteit
beginnen" Sporten na acht uur hoort daar niet toe. Nog drie
uur na die tijd is je lichaam actief, hetgeen het slapen bemoeilijkt.
Schreuder vindt dat er dringend onderzoek moet worden gedaan naar
de effecten van de 24-uurseconomie op het slaapgedrag van de Nederlander.
Pas op voor de slaapschuld
Een mens heeft per dag gemiddeld zeven tot negen uur slaap nodig.
Maar er zijn ook mensen die met minder toe kunnen. Napoleon zou
met slechts vier tot vijf uur hebben toegekund. En Churchill had
ook niet zoveel nodig. Hij werkte tot drie, vier uur in de ochtend
en sliep tot een uur of acht. Hij hield echter wel een middagdutje
van een uur of twee. Einstein zou daarentegen weer meer dan tien
uur hebben geslapen. Bij minder dan vijf uur slaap bouw je een
zogenaamde slaapschuld op. Het lichaam wil de gemiste uurtjes
op een of andere manier inhalen. Volgens recent epidemiologisch
onderzoek van de Amerikaan Kripke hebben mensen die consequent
minder dan vier uur of meer dan negen uur slapen een kans om vroeger
te overlijden dan mensen die aan normale hoeveelheden toekomen.
Volgens Domien Beeersma van het Biologisch Centrum in Haren gaat
van dit onderzoek echter een verkeerde suggestie uit. "Er
is namelijk geen sprak van een direct oorzakelijk verband. Mensen
kunnen meer of minder slapen omdat ze ziek zijn. Niet het gebrek
aan slaap is dan de oorzaak van de kans om vroeger te overlijden,
maar de ziekte." Om te achterhalen of mensen die korter of
langer dan gemiddeld slapen een korter of langer leven beschoren
is, zou deze groep levenslang moeten worden gevolgd. Dergelijk
onderzoek is nog nergens gedaan. Sinds de uitvinding van de gloeilamp
slaapt de gemiddelde mens minder volgens Stanley Coren, hoogleraar
psychologie aan de Universiteit van British Colombia. Begin vorige
eeuw sliep de mens nog ruim negen uur, tegenwoordig is dat gemiddeld
7,5 uur.
Powernap
Twee keer per 24 uur krijgt een groot deel van de mensen een sterke
neiging om te slapen. De grootste aanval vindt tussen elf uur
's avonds en drie uur 's nachts plaats, maar ook overdag tussen
twee en vier hebben veel mensen de behoefte om een uiltje te knappen.
In de Verenigde Staten zweren sommige bedrijven daarom bij de
powernap. Tussen de middag even een dutje doen en je bent er de
rest van de middag weer helemaal bij. Een 'krachtdut' moet niet
langer duren dan een half uur. Slaap je langer, dan raak je in
een diepe slaap. Het ontwaken daaruit leidt tot grote dufheid
en chagrijn. Op het moment dat de hersenactiviteit het laagst
is, moet je weer volledig gaan meedraaien. In Nederland is de
powernap niet populair. Het past niet bij de arbeidsmoraal. Volgens
Karel Schreuder van het Centrum voor Slaap- en Waakstoornissen
Kempenhaeghe in het Brabantse Heze hebben de meeste mensen ook
niet echt een powernap nodig. Een kwartiertje flink beswegen,
bij voorkeur in de buitenlucht, kan de hersenen weer net zo alert
en helder maken als de powernap. Voor één groep
maakt hij een uitzondering: de avondmensen, waartoe ongeveer twintig
procent van de slapers behoort. "Deze mensen komen laat in
slaap, en moeten vaak weer vroeg om op tijd voor de file
op hun werk te komen. Zij komen slaap tekort. Voor hen kan
een powernap bijzonder goed helpen."
Commentaar T.D. Holtjer:
Als ik dit soort dingen lees over slapen, dan geeft dat aan dat
slapen belangrijk is voor je hersenen in het algemeen. Mijn ziekte,
Manisch Depressiviteit, begint altijd met niet slapen. Als je
op een bepaalde manier naar mijn hersenen kijkt, dan lijkt het
net of de slaap-processen toch opgestart gaan worden terwijl ik
wakker ben! Op deze manier is er volgens mij nog nooit tegen een
ziekte als Manisch Depressiviteit aangekeken.