DE THIENDE

Leerende door onghehoorde lichticheyt allen rekeningen onder den Menschen noodich vallende, afveerdighen door heele ghetalen sonder ghebrokenen.
Beschreven door SIMON STEVIN van Brugghe.

TOT LEYDEN, By Christoffel Plantijn

M. D. LXXXV.
[Titelblad] 
DEN STERREKYCKERS, LANDTMETERS, Tapijtmeters, Wijnmeters, Lichaemmeters int ghemeene, Muntmeesters, ende allen Cooplieden, wenscht SIMON STEVIN Gheluck. YEMANDT ansiende de cleenheyt deses boucx, ende die verghelijckende met de Grootheyt van ulieden mijne E. HEEREN ande welcke het toegheeygent wort, sal byghevalle uyt sodanighe onevenheydt ons voornemen ongeschict achten; Maer soo hy de EVEREDENHEYDT {Proportionem} insiet, welcke is ghelijck deses Pampiers Weynicheyt, tot dier Menschelicker Cranckheyt, alsoo deses groote Nutbaerheden, tot dier hooghe Verstanden, sal hem bevinden de uyterste PALEN {Terminen} met malcanderen vergheleecken te hebben, welcke naer alle Evenredenheyts verkeeringe dat niet en lijden: De derde dan tot de vierde [Noot1]. Maer wat sal dit voorghestelde doch sijn? eenen wonderlicken diepsinnighen Vondt ?
        A2 Neen
[Blad 3] 
4
Neen voorwaer, maer eenen handel soo gantsch slecht , datse nau Vondts name weerdich en is, want ghelijck een grof Mensche wel byghevalle eenen grootten Schadt vindt, sonder eenighe conste daer in ghelegen te sijne, also ist hier oock toegheghaen: Daerom soo my yemandt om t'verclaren haerder prouffijtelickheydt, wilde achten voor eenen Eyghenlover mijns verstandts, hy bethoont sonder twijffel, ofte in hem noch oirdeel noch wetenschap des onderscheydts te sijne, van het slechte buyten het besonder, ofte dat hy een benijder is der Ghemeene welvaert [Noot 2]: Maer tsy daermede hoet wil, om diens onnutte laster, en moet deses nut niet ghelaten sijn. Ghelijck dan een Schipper by ghevalle ghevonden hebbende een onbekent Eylandt, de[n] Coninck stoutelick verclaert alle de costelickhede[n] van dien, als in hem te hebbe[n] Schoone Vruchte[n], Goudtbergen, Lustige Landauwen, etc. sonder dat sulcx tot sijns selfs verheffing strect, Also sulle[n] wy hier vrymoedich spreken van deses Vonds Groote Nutbaer-
        heydt
[Blad 4] 
heydt, Groote seg ick, ja Grooter dan ick dencke yemandt van ulieden verwacht, sonder dat het keeren can tot mijn Eygenroem. Anghesien dan dat de STOFFE {Materia} deser voorghestelder Thiende (diens naems Oirsake de volgende eerste Bepalinghe {Definitio} verclaren sal [Noot 3]) is Ghetal, wiens DAETS {Effecti} nutbaerheydt yeder van ulieden door de ervaring genouch beke[n]t is, so en valt daer af hier niet vele gheseyt te worde[n], want ist een STERREKIJCKER {Astrologus}, hij weet dat de Werelt door des STERRECONSTS REKENINGE[N] {Supputationes Astronomicae}, als Maeckende Oirsaecke der constighe verre Seylaigen (want de verheffing des EVENAERS {Aequatoris} ende ASPUNTS {Poli}, leert sy den Stierman duer t'middel vande Tafel des dagelicschen afwijcksels der Sonnen; Men beschrijft door haer der plaetsen ware langden ende breeden, oock der selver veranderinge[n] op yder Streecke, etc.) een prieel der wellusticheydt geworden is, overvloedich tot vele[n] plaetsen, van dies het Eertrijck daer nochtans uyt der Natueren niet voortbrenghen en can. Maer want selden besoeten son-
        A3 der
[Blad 5] 
6
der besueren , so en is hen oock de moeyelickheyt sodanigher rekeningen niet verborghen, door de lastighe Menichvuldighinghen ende Deelinghen, dieder rijsen uyt de tsestich deelige VOORTGANCK {Progressione} der Boogskens, die genoe[m]d worden Gradus, Minuta, Secunda, Tertia etc. Maer ist een Landtmeter, hem is beke[n]t de groote weldaet, die de Werelt ontfangt uyt sijne Conste, door de welcke vele swarichede[n] ende twisten geschouwet worde[n], die om des Landts onbekende inhout onder de Menschen daghelijcx rijsen Soude[n][Noot 4]. Beneven dit so en sijn hem oock niet verholen (voornamelick den gene[n] die van sulcx veel te doen valt) de verdrietighe Menichvuldigingen dieder Spruyten, uyt de Roeden, Voeten, ende dickmael Duymen onder malcanderen, welcke niet alleene moeyelick en sijn, maer (hoe wel nochtans het meten ende dander voorgaende recht gedaen sijn) dickmael oirsaeck van dwalinghe, streckende tot groote schade van desen en dien, oock tot verderfnis vande goede Mare des Meters:
        Ende
[Blad 6] 
7
Ende also met de[n] Muntmeesters, Cooplieden ende yegelick int sijne: maer so vele die weerdiger, ende de wege[n] om daer toe te commen moeyelicker sijn, soo veel te meerder is dese Groote Ontdecte THIENDE, welcke alle die swaricheden gantsche nederleght[Noot 5]. Maer hoe? Sy leert (op dat ick met ee[n] woort vele segghe) alle rekeningen die onder de Menschen noodich vallen, afveerdighe[n] sonder gebroken getalen: Inder vougen dat der Telconstens vier eerste slechte beghinselen[Noot 6], diemen noemt Vergaderen, Aftrecken, Menichvuldighen, ende Deelen, met heele getalen tot desen genouch doen: Dergelijcke lichticheyt oock veroirsaeckende, den genen die de legpenninge[n] gebruycken, so hier naer opentlick blijcken sal: Nu of hier duer ghewonnen sal worden de[n] costelicken oncoopelicken Tijt, Of hier duer behouden sal worde[n] tgene andersins dickmael verloren soude gaen; Of hier duer geweert sal worden Moeyte, Dwalinghe, Twist, Schade, ende ander Ongevallen dese gemeenelick volgende, dat stelle ick geer-
        A4 ne
[Blad 7] 
ne tot ulieden oirdeele. Angaende my yemandt segghen mochte, dat vele saecken int eerste ansien dickmael besonder gelaten, maer alsmense int werk wil stellen, so en canmen daer mede niet uytrechten, ende ghelijct met de Vonden der Roersouckers dickwils toegaet, welcke int cleene goedt sijn, maer int groote en duegen sy niet. Dien verantwoorden wy alsulck twijffel hier geensins te wesen, overmidts het int groote, dat is inde saecke selver, nu dagelijcx metter Daet ghenouch versocht wort[Noot 7], te weten door verscheyden ervare[n] Landtmeters alhier in Hollandt, die wy dat verclaert hebben, welcke (verlatende tghene sy tot verlichtinghe van dien daer toe gevonden hadden, elck naer syn maniere) dit gebruycken tot hun groote vernouginge, ende met sulcken vruchten, als de Nature wijst daer uyt nootsaeckelicken te moeten volghen: Tselve sal yeghelicken van ulieden mijne E. HEEREN wedervare[n], die doen sullen als sylieden. Vaert daerentusschen wel, ende daer naer niet qualich [Noot 8].
        CORT
[Blad 8] 
9
CORTBEGRYP.
DE THIENDE heeft twee deelen, Bepalinghen ende Werckinghe. Int eerste deel sal door d'eerste Bepalinghe verclaert worde[n] wat "Thiende" sy, door de tweede wat "Beghin", door de derde wat "Eerste, Tweede" etc., door de vierde wat "Thiendetal" beteeckent. De Werckinghe sal door vier Voorstellen leeren der Thiendetalens Vergadering, Aftrecking, Menichvuldiging, ende Deeling; wiens ooghenschijnelicke oirden dese Tafel anwijst aldus:
                                                        Thiende.
                                Bepaling, als           Beghin.
                                wat dat sy.             Eerste, Tweede,
                                                        etc.
                                                        Thiendetal.
De  T H I E N D E
heeft twee deelen
                                                        Vergadering.
                                Wercking,               Aftrecking.
                                die is der              Menichvuldiging.
                                Thiendetale[n]s Deeling.
By t'voorgaende sal noch gevoucht worden een ANHANGSEL, wijsende des Thiendens ghebruyck door sommighe exempelen der Saecken.
        A5 HET
[Blad 9] 
10               S. Stevins

        HET EERSTE DEEL
        DER Thiende VANDE
        BEPALINGHEN.

        I. BEPALINGHE.
THIENDE is ee[n] specie der Telconsten, door de welcke men alle rekeninghen onder den Mensche[n] noodich vallende, afveerdicht door heele ghetalen, sonder ghebrokenen, ghevonden uyt de thiende voortganck, bestaende inde cijfferletteren daer eenich ghetal door beschreven wort.[Noot 9]
        VERCLARINGHE.
Het sy een ghetal van Duyst een hondert ende elf, beschreven met cijfferletteren aldus 1111, inde welcke blijct, dat elcke 1, het thiende deel is van sijn naest voorgaende. Alsoo oock in 2378 elcke een van de 8, is het thiende deel van elcke een der 7, ende alsoo in allen anderen: Maer want het voughelick is, dat de saecken daermen af spreecken wil, namen hebben, ende dat dese maniere van rekeninghe ghevonden is uyt d'anmerckinghe van alsulcken thienden voortganck, ja wesentlick in thiende voortganck bestaet, als int volghende claerlick blijcken sal, soo noemen wy
        den
[Blad 10] 
        Thiende                    11
den handel van dien eyghentlick ende bequaemelick, de THIENDE. Door de selve worden alle rekeninghen ons ontmoetende volbrocht met besondere lichticheyt door heele ghetalen sonder gebrokenen als hier naer opentlick bewesen sal worden.
        II.  BEPALINGHE.
Alle voorgestelde heel ghetal, noemen wy BEGHIN , sijn teecken is soodanich [0].
        Verclaringhe.
Als by ghelijckenis eenich heel ghegheven ghetal van driehondert verentsestich, wy noement driehondert vierentsestich BEGHINSELEN, die aldus beschrijvende 364[0]. Ende alsoo met allen anderen dier ghelijcken.
        III.  BEPALINGHE.
Ende elck thiendedeel vande eenheyt des BEGHINS, noemen wy EERSTE, sijn teecken is [1]; Ende elck thiendedeel vande eenheyt der Eerste, noeme[n] wy TWEEDE, sijn teecken is [2]; Ende soo voort elck thiendedeel der eenheyt van sijn voorgaende, altijt in d oirden een meer.
        VER-
[Blad 11]

12      S. Stevins

        VERCLARINGHE.
Als 3[1] 7[2] 5[3] 9[4], dat is te seggen 3 Eersten, 7 Tweeden, 5 Derden, 9 Vierden, ende soo mochtmen oneyndelick voortgaen. Maer om van hare weerde te segghen, soo is kennelick dat naer luyt deser Bepalinge, de voornoemde ghetalen doen 3/10, 7/100, 5/1000, 9/10000, tsamen 3759/10000. Alsoo oock 8[0] 9[1] 3[2] 7[3], sijn weert 8 9/10, 3/100, 7/1000, dat is t'samen 8 937/1000 ende soo met allen anderen dier ghelijcke. Het is oock te anmercken, dat wy inde THIENDE nerghens gebroken getalen en ghebruycken; Oock dat het ghetal vande menichvuldicheyt der Teeckenen, uytghenomen [0] nummermeer boven de 9 en comt. By exempel, wy en schrijven niet 7[1] 12[2] maer in diens plaetse 8[1] 2[2], want sy soo veel weert sijn[Noot 11].
        IIII.  BEPALINGHE.
De ghetalen der voorgaender tweeder ende derder bepalinghe, noemen wy int gemeen THIENDETALEN.
        EYNDE DER BEPALINGHEN.
[Blad 12] 
        THIENDE.               13


        HET ANDER  DEEL
        DER THIENDE VANDE
        WERCKINGHE.


I.      VOORSTEL VANDE
        VERGADERINGHE .
Wesende ghegeven Thiendetalen te vergaderen: hare Somme te vinden.
T'GHEGHEVEN. Het sijn drie oirdens van Thiendetalen, welcker eerste 27[0] 8[1] 4[2] 7[3], de tweede, 37[0] 6[1] 7[2] 5[3], de derde, 875[0] 7[1] 8[2] 2[3], T'BEGHEERDE. Wy moeten haer Somme vinden. WERCKING. Men sal de ghegheven ghetalen in oirden stellen als hier neven, die vergaderende naer de ghemeene maniere der vergaderinghe van heelegetalen aldus:
       [0] [1] [2] [3]
    2   7   8   4   7
    3   7   6   7   5
8   7   5   7   8   2
---------------------
9   4   1   3   0   4
Comt in Somme (door het 1. probleme onser Franscher Arith.)[Noot 12] 941304 dat sijn (t'welck de teeckenen boven de ghetalen staende, anwijsen) 941[0] 3[1] 0[2] 4[3]. Ick segghe de selve te wesen de ware begherde Somme. BEWIJS. De ghegeven 27[0] 8[1] 4[2] 7[3], doen (door de 3e bepaling) 27 8/10, 4/100, 7/1000, maecke t'samen 27 847/1000; Ende door de selve reden sullen 37[0] 6[1] 7[2] 5[3] weerdich sijn 37 675/1000; Ende de 875[0] 7[1]
        8[2]
[Blad 13] 
14      S. Stevins
8[2] 2[3] sullen doen 875 782/1000 welcke drie ghetalen als 27 847/1000 37 675/1000 875 782/1000, maecken t'samen (door het 10. probleme onser Franscher Arith.) 941 304/1000. Maer soo veel is oock weerdich de somme 941[0] 3[1] 0[2] 4[3], het is dan de ware somme, t'welck wy bewijsen mesten. BESLUYT. Wesende dan ghegheven Thiendetalen te vergaderen, wy hebben haer somme ghevonden soo wy voorghenomen hadden te doen.
        MERCKT.
Soo inde ghegheven Thiendetalen eenich der natuerlicke oirden ghebraecke, men sal sijn plaetse vollen met dat ghebreeckende. Laet by exempel de gegheven Thiendetalen sijn 8[0] 5[1] 6[2], ende 5[0] 7[2], in welck laetste ghebreect het Thiendetal der oirden [1], men sal in sijn plaetse stellen 0[1], nemende dan als voor ghegeven Thiendetal 5[0] 0[1] 7[2] die vergaderende als vooren, in deser voughen:
  [0] [1] [2]
   8   5   6
   5   0   7
------------
1  3   6   3
Dit vermaen sal oock diene[n] tot de drie volgende voorstelle[n], alwaerme[n] altijt d'oirden der gebreeckender Thiendetalen vervullen moet, ghelijck in dit exempel gedaen is.
II.     VOORSTEL VANDE
        AFTRECKINGHE.
Wesende ghegheven thiendetal daermen aftrect, ende Thiendetal af te trecken: De Reste te vinden.
        T'GE
[Blad 14] 
        Thiende                    15
T'GHEGHEVEN. Het sy Thiendetal daermen aftrect 237[0] 5[1] 7[2] 8[3], ende Thiendetal af te trecken 59[0] 7[1] 4[2] 9[3]. T'BEGHEERDE. Wy moete[n] haer Reste vinden. WERCKING. Men sal de ghegheven Thiendetalen in oirden stellen als hier neven, aftreckende naer de ghemeene maniere der Aftreckinge van heele ghetalen aldus:
        [0] [1] [2] [3]
 2   3   7   5   7   8
 ----------------------
     5   9   7   4   9
 ----------------------
 1   7   7   8   2   9
Rest (door het 2. Probleme onser Franscher Arith.) 177829, dat sijn (twelck de teeckenen boven de ghetalen staende anwijsen) 177[0] 8[1] 2[2] 9[3]. Ick segghe de selve te wesen de begheerde Reste. BEWIJS. De ghegheven 237[0] 5[1] 7[2] 8[3] doen (door de 3e Bepalinge) 237 5/10 7/100 8/1000, maecken t'samen 237 578/1000; Ende door de selve reden sullen de 59[0] 7[1] 4[2] 9[3] weerdich sijn 59 749/1000, welcke ghetrocken van 237 578/1000, rest (door het 11e. Probleme onser Franscher Arith.) 177 829/1000: Maer so veel is oock weerdich de voornoemde reste 177[0] 8[1] 2[2] 9[3], het is dan de ware Reste, twelck wy bewijsen moesten. BESLUYT. Wesende dan ghegheven Thiendetal daermen aftreckt, ende Thiendetal af te trecken, wy hebben haer Reste ghevonden, als voorghenomen was ghedaen te worden.
        III. VOOR-
[Blad 15] 
16      S. Stevins

        III. VOORSTEL VANDE
        Menichvuldighinghe.
Wesende ghegheven Thiendetal te Menichvuldighen, ende Thiendetal Menichvulder[Noot 13]: haar Uytbreng te vinden.
TGhegheven. Het sy Thiendetal te menichvuldigen 32[0] 5[1] 7[2], ende het Thiendetal Menichvulder 89[0] 4[1] 6[2]. TBegheerde. Wy moeten haar Uytbreng vinden. Wercking. Men sal de gegeve[n] getale[n] in oirden stellen als hier neve[n], Menichvuldigende naer de gemeene maniere van Menichvuldighen met heele ghetalen aldus:
                             [0] [1] [2]
                          3   2   5   7
                          8   9   4   6
                         ---------------
                      1   9   5   4   2
                  1   3   0   2   8
              2   9   3   1   3
          2   6   0   5   6
          ------------------------------
          2   9   1   3   7   1   2   2
                     [0] [1] [2] [3] [4]
Gheeft Vytbreng (door het 3e. Prob. onser Fran. Arith.) 29137122: Nu om te weten wat dit sijn, men sal vergaderen beyde de laetste gegeven teeckenen, welcker een is [2], ende het ander oock [2], maecken tsamen [4], waer uyt men besluyten sal, dat de laetste cijffer des Vytbrengs is [4], welcke bekent wesende soo sijn oock (om haer volghende oirden) openbaar alle dander[Noot 14], Inder voughen dat 2913[0] 7[1] 1[2] 2[3] 2[4], sijn het begheerde Vytbreng. BEWYS, Het ghegheven Thiendetal te menichvuldighen 32[0] 5[1] 7[2], doet (als
        blijct
[Blad 16] 
          Thiende            17
blijct door de derde Bepaling) 32 5/10 7/100, maecken tsamen 32 57/100; Ende door de selve reden blijct den Menichvulder 89[0] 4[1] 6[2], weerdich te sijn 89 46/100, met de selve vermenichvuldicht de voornoemde. 32 57/100, gheeft Vytbreng (door het 12e. probleme onser Franscher Arith.) 2913 7122/10000; Maer soo veel is oock weerdich den voornoemden Vytbreng 2913[0] 7[1] 1[2] 2[3] 2[4], het is dan den waren Vytbreng; Twelck wy bewijsen moesten. Maer om nu te bethoonen de reden waerom [2] vermenichvuldicht door [2], gheeft Vytbreng (welck de somme der ghetalen is) [4]. Waerom [4] met [5], geeft Vytbreng [9], ende waerom [0] met [3] gheeft [3], etc. soo laet ons nemen 2/10 ende 3/100 (welcke door de derde Bepalinghe sijn 2[1] 3[2]) hare Vytbreng is 6/1000, welcke door de voornoemde derde Bepalinge sijn 6[3]. Vermenichvuldighende dan [1] met [2], den Vytbreng sijn [3]. BESLUYT. Wesende dan gegeven Thiendetal te Menichvuldighen, ende Thiendetal Menichvulder, wy hebben haren Vytbreng ghevonden; als voorghenomen was gedaen te worden.
MERCKT.
Soo het laetste teecken des Thiendetals te Menichvuldige[n] ende Menichvulders ongelijck waren, als by exempel deen 3[4] 7[5] 8[6], dander 5[1] 4[2]; men sal doen als vooren, ende de ghesteltheyt der letteren vande Werckinghe sal soo-danich sijn:
                        [4] [5] [6]
                         3   7   8
                             5   4 [2]
                        --------------
                     1   5   1   2
                 1   8   9   0
                 -----------------
                 1   0   4   1   2
                [4] [5] [6] [7] [8]

        B   IIII.
[Blad 17] 
18            S. Stevins

        IIII. VOORSTEL VANDE
        Deelinghe
Wesende ghegeven Thiendetal te Deelen, ende Thiendetal Deeler: Haren Soomenichmaal te vinden.
TGHEGHEVEN. Het sy Thiendetal te deelen 3[0] 4[1] 4[2] 3[3] 5[4] 2[5], ende deeler 9[1] 6[2]. TBEGHEERDE. Wy moeten haer Soomenichmael vinden. Wercking. Men salde gegeve Thiendetalen deelen (achterlatende, haer teeckenen) naer de ghemeene maniere van deelen met heele getalen aldus[Noot 15]:
 
Geeft Somenichmael (door het vierde Probleme onser Franscher Arith.) 3587: Nu om te weten wat dit sijn, men sal af trecken het laetste teecken des Deelders, welck is [2], van t'laetste teecken des Thiendetals te deelen [5], rest [3], voor het teecken der laetster cijfferletter des Soomenichmaels, welcke bekent wesende, soo sijn oock (om haer volghende oirden) openbaer alle dander, inder voughen dat 3[0] 5[1] 8[2] 7[3] sijn den begheerden Soomenichmael. BEWYS, Het ghegeven Thiendetal 3[0] 4[1] 4[2] 3[3] 54] 2[5] doet (als blijct door de 3e Bepaling) 3 4/10 4/100 3/1000 5/10000 2/100000 maecken tsamen 3 44352/100000
        Ende
[Blad 18] 
         Thiende                         19
Ende door de selve reden blijct den Deelder 9[1] 6[2] weerdich te sijne 96/100, door twelcke gedeelt de voornoemde 3 44352/100000, gheeft Soomenichmael (door het 13. Probleme onser Franscher Arith.) 3 587/1000. Maer so veel is oock weerdich den voornomden Soomenichmael, Twelck wy bewysen moesten. BESLUYT. Wesende dan ghegheven Thiendetal te Deelen, ende Thiendetal Deeler, wy hebben haren Soomenichmael gevonden, als wy voorghenomen hadden te doen.
        I.   MERCKT.
Soo de teeckenen des Deelders hoogher waren dan des Thiendetals te Deelen, men sal by het Thiendetal te deelen soo veel 0 stellen, alsmen wil, ofte als noodich valt. By exempel 7[2] sijn te deelen door 4[5], ick stelle neven de 7 ettelieke 0 aldus 7000 die deelende als voorengedaen is in deser vouge[n]: Geeft Soomenichmael 1750[0].

 
Het ghebuert oock altemet dat den Soomenichmael met gheen heele ghetalen en can uytghesproken worden, als 4[1], ghedeelt door 3[2] in deser manieren:

 
Alwaer blijct datter oneyndelicke drien uyt commen souden, sonder eenichmael even uyt te gheraecken: In sulcken ghevalle machmen soo naer commen als de saecke da voordert, ende het overschot verloren laten [Noot 16]. Wel is wae

            B2     da
[Blad 19] 
20              s. Stevins
dat 13[0] 3[1] 3 1/3[2], ofte 13[0] 3[1] 3[2] 3 1/3[3] etc. souden het volcommen begheerde sijn, maer ons voornemen is in dese Thiende te wercken met louter heele ghetalen, want wy opsicht hebben naer t'ghene in sMenschen handel plaets houdt, alwaermen het duysenste deel van een Mijte, van een Aes, van een Graen ende dierghelijcke, verloren laet; So tselfde oock byden voornaemsten Meters ende Telders dickmael onderhouden wort, in vele rekeninghen van grooten belanghe: Als Ptolemeus ende Ian van Kuenincxberghe, en hebben hare Boogpees Tafelen {Tabulas A... Chordarum?} met de uyterste volmaectheyt niet beschreven, hoe wel het door Veelnamighe Ghetalen {Multinomios numeros} doenlick was, Reden dat dese onvolmaectheyt (ansiende dier dinghen Eynde) nutter is dan soodanighe volmaectheyt.
        II.  MERCT.
DE Vyttreckinghen aller specien der Wortelen mueghen hier in oock gheschien[Noot 17]. By exempel om te vinden den viercanten Wortel van 5[2] 2[3] 9[4] (dienende tot het maecken der Boogpeez Tafelen naer Ptolomeus maniere) men sal Wercken naer de ghemeene ghebruyck aldus:

Ende den wortel sal syn 2[1] 3[2], want den helft van het laetste teecken des ghegheevens is altijt het laetste teecken des Wortels: Daerom soe het laetste ghegheven teecken oneffen ghetal ware,
         men
[Blad 20] 
          Thiende          21
men salder noch een naestvolghende teecken toedoen, ende wercken dan als boven.
Insghelijcx oock int Vyttrecken des Teerlincxwortel, daer sal het laetste teecken des wortels, altijt het derdendeel sijn van het laetste ghegheven teecken, ende alsoo voort in allen anderen specien der wortelen.
           EYNDE DER THIENDE


        B3    AEN-
[Blad 21] 

Aenhangsel

Terug naar het vorige blad Terug naar Stevin's honkblad