|
Artikel uit het maart 2011-nummer van het blad TVVL-Magazine
door ir. J.C.H. (Hans) Huiberts, Adviesbureau Huiberts
Energiebesparende maatregelen zijn vaak ingewikkeld en kostbaar.
Dat kan niet worden gezegd van het principe om installaties alleen
te laten draaien als het echt nodig is en dit te bewaken. Een nieuw
draaiurenbewakingsprogramma signaleert ondeskundige handelingen
en verstoorde processen. Dit levert energiebesparingen op en bovendien
een beter beheer van het GBS en de installaties. De resultaten blijken
uitstekend te zijn na ruim een jaar proefdraaien in een groot project.
Kantorencomplex in Rotterdam
Sinds oktober 2009 functioneert in het gebouwbeheersysteem van een
groot kantoorgebouwencomplex in Rotterdam een programma voor draaiurenbewaking.
Het programma vergelijkt de wekelijks geregistreerde draaiuren van
installatiedelen met de theoretische waarden, die het gebouwbeheersysteem
heeft berekend. Deze theoretische waarden zijn gebaseerd op een
sterk vereenvoudigde simulatie van de installatiesprocessen. Bij
een overschrijding van meer dan 10 % treedt automatisch een alarm
in werking, waarna de beheerder gericht naar de oorzaak van het
probleem kan gaan zoeken.
Om blijvend energiezuinig te zijn, ligt het voor de hand om het
aantal draaiuren tot een minimum te beperken. Maar dit programma
doet meer. Het beperkt ook de controlefunctie van de beheerder en
de onderhoudsfirma tot een minimum. Het gebouwbeheersysteem voert
namelijk zelf het meeste controleerwerk uit. Dat is pas echte automatisering.
Het systeem controleert op deze wijze haar bedienend personeel,
de medewerkers van de onderhoudsfirma, de werking van de installaties
en het fuctioneren van haar eigen software. De ontwikkelde routines
zijn niet gebaseerd op ingewikkelde theoretische grondslagen, maar
gewoon het resultaat van praktijkervaring en logisch denkwerk.
Oorzaak en gevolg
Onderzoek heeft uitgewezen dat het energiegebruik in gebouwen vaak
veel hoger is dan aanvankelijk werd gedacht of berekend. Hieraan
liggen allerlei oorzaken ten grondslag, zoals onderhoudswerkzaamheden,
mankementen, klachten of onjuist ingrijpen. De laatste tijd zijn
er enkele publicaties verschenen over commissioning en monitoring.
Deze technieken moeten installaties blijvend energiezuinig laten
werken. Maar het bewaken en opsporen van fouten blijkt een groot
probleem (zie bijvoorbeeld de artikelen in TVVL Magazine, juni 2010).
Dikwijls wordt voorgespiegeld dat alleen al het monitoren van het
energiegebruik leidt tot energiebesparing. Dit is natuurlijk onzin.
Zulke monitoring bevordert hooguit de bewustwording en verhoogt
de oplettendheid. Maar voor energiebesparing is meer nodig. Een
te hoog energiegebruik is vaak het gevolg van onterecht of foutief
draaiende installaties. Gebruikelijk is dat dit gevolg (een hoog
energiegebruik) wordt geregistreerd en geanalyseerd, waarna naar
de oorzaken wordt gezocht. Maar die zijn vervolgens nog moeilijk
te achterhalen. Bovendien is het kwaad al geschied. Het verdient
dus de voorkeur om de mogelijke oorzaken te bewaken in plaats van
de gevolgen. Draaiuren- en toestandsbewaking maakt dit mogelijk
Draaiuren
In veel projecten registreert het gebouwbeheersysteem de draaiuren
van installatie-onderdelen. Meestal gebeurt hier niets mee, terwijl
er juist veel zinvolle informatie uit te halen is als de getallen
goed worden geïnterpreteerd. Een lange registratieperiode maakt
het echter moeilijker om de juiste conclusies te trekken. Bovendien
is men dan al veel te laat en is de energie al verspild. Een jaar
heeft 8.760 uren. Alle normale kantoortijden in een jaar bij elkaar
opgeteld is ongeveer 2.300 uren. Een radiatorpomp die 1.600 uren
heeft gedraaid, is dat nou veel of niet? En een koelmachine die
575 uren heeft gedraaid? Dit zijn lastig te beantwoorden vragen.
Toch kunnen draaiuren een uitstekende bron van informatie zijn.
Draaiuren laten bijvoorbeeld zien of programma's wel of niet goed
werken, onderdelen van een gebouwbeheersysteem 'gedisabeld' staan,
setwaarden onjuist zijn ingesteld of werkschakelaars op handmatig
staan.
Voor een adequate bewaking moet de draai-urencontrole niet eenmaal
per jaar plaatsvinden, maar met veel kortere tussenpozen. Dan kan
tijdig worden gehandeld en het energiegebruik binnen de perken worden
gehouden. De oplossing is dat het gebouwbeheersysteem de goede,
energiezuinige werking van de installaties zelf controleert en alleen
een melding geeft als er iets mis is gegaan. Dit voorkomt dat mensen
grote hoeveelheden getallen en tabellen moeten doorspitten, hetgeen
het tegenovergestelde is van automatisering. De geautomatiseerde
controle kan plaatsvinden per week, per weekend, per vijf werkdagen
of per dag. Dit laatste verdient natuurlijk de voorkeur, want hoe
eerder de fout bekend is des te beter.
Praktische Uitvoering
In het Rotterdamse project functioneert binnen het gebouwbeheersysteem
een programma dat automatisch per dag of week de draaiuren opslaat
van de bedrijfsituaties en alle installatiedelen. Daarnaast wordt
voor hetzelfde onderdeel een theoretische toestand bepaald, waarvan
de draaiuren ook worden bijgehouden. Er treedt een alarm inwerking
als in de afgelopen registratieperiode één van de
onderdelen een overschrijding heeft van meer dan 10 % (instelbaar).
Het is aan de beheerder om vervolgens voor het betreffende onderdeel
uit te zoeken wat het probleem is. Het gebouwbeheersysteem stelt
na elke periode een tabel samen met daarin voor alle onderdelen
de werkelijke draaiuren, de theoretische uren en het verschil hiertussen
in procenten. Deze tabellen worden op de harde schijf bewaard, zodat
ze in een later stadium nog eens kunnen worden bestudeerd. De getallen
geven een goed inzicht in de werking van de installaties.
Bedrijfstoestanden
Besturing en software worden zoveel mogelijk 'uit elkaar gerafeld'
en per onderdeel vindt een toetsing plaats. Zo vindt afzonderlijke
registratie plaats van de uren van de bedrijfstoestanden, zoals
dagprogramma, overwerk, versneld opwarmen, nachtventilatie, nachtkoeling
en brandventilatie. Ook hiervoor worden theoretische bedrijfsuren
berekend en gerelateerd aan de werkelijke uren. De draaiurenoverzichten
laten tevens zien of de software en de installaties goed functioneren.
Hoe lang duurt het versneld opwarmen tijdens een koude periode?
Hoeveel uren van nachtventilatie en nachtkoeling zijn er in de zomer?
Het is allemaal inzichtelijk. Ook de verschillen tussen de registratie
op maandag en een andere werkdag zijn illustratief (zie voorbeeld
1 en 2 onder aan deze pagina voor respectievelijk dagprogramma en
overwerk).
Installatiedelen
Ook de installaties worden 'uit elkaar gerafeld' en per onderdeel
beoordeeld. Zo worden van een luchtbehandelingskast afzonderlijk
de toevoerventilator, de circulatiepompen, de stoombevochtiger en
eventueel de warmteterugwinunit gecontroleerd. Het programma kan
bovendien het aantal uren registreren dat een koelklep meer dan
5% open staat, de koelmachine op een bepaalde capaciteit draait
of de ketel op lage en hoge vlam heeft gebrand. Ook voor de afzonderlijke
installatiedelen worden de werkelijke draaiuren vergeleken met de
theoretisch benodigde uren (zie de voorbeelden 3 t/m 6 onder aan
deze pagina voor enkele installatiedelen).
Ervaringen
Het draaiurenbewakingsprogramma werkt nu ruim een jaar in een groot
kantorencomplex op de Kop van Zuid in Rotterdam en het heeft zijn
waarde al bewezen. Een groot aantal terechte alarmmeldingen waren
het gevolg van foute setwaarde-instellingen, op hand gezette installatiedelen,
'gedisabelde' punten, etc. De voorbeelden zijn talrijk. Zo was een
resetknop niet goed ingedrukt na een brandventilatie-test, waardoor
de ventilatoren ook 's nachts bleven doordraaien. Enkele afzuigventilatoren
in de keukens en restaurants moesten volgens het bestek met een
schakelaar worden bediend en werden wel aan - maar nooit meer uitgezet
gezet. Deze ventilatoren draaiden al jaren achtereen, zonder dat
iemand het had gemerkt. Totdat de draaiurenbewaking op gang kwam.
Een facilitymedewerker had - na koudeklachten van de receptie -
de minimum ruimtetemperatuur in het gebouwbeheersysteem op 20 °C
gezet. Hierdoor bleef de verwarming dag en nacht doordraaien. In
een ander bouwdeel draaide de verwarming door omdat een foutief
geplaatste ruimtetemperatuuropnemer een veel te lage waarde aangaf.
Verder hebben bewakers in een koude periode de installaties langdurig
op overwerk gezet. Een onderhoudsmonteur had voor een test van de
lintverwarming de buitentemperatuur 'gedisabeld' op 0 °C gezet
en vergeten terug te zetten. Er zijn ook enkele foutieve koppelingen
in de software ontdekt, die nooit eerder zijn opgemerkt. Dit zijn
slechts enkele voorbeelden van ontdekte fouten. Fouten die het energiegebruik
verder omhoog zouden hebben gestuwd als ze niet via de draaiurenbewaking
zouden zijn opgemerkt.
Er is vooral in de beginfase natuurlijk een groot aantal onterechte
alarmmeldingen geweest als gevolg van verkeerde inschatting van
theoretische draaiuren. Bij regelmatige controles zijn deze berekeningen
steeds verder geoptimaliseerd. Het maken van deze routines is specialistenwerk
en afhankelijk van de opgetreden alarmmeldingen moeten deze in het
eerste jaar hier en daar worden bijgesteld. Het gebouwbeheersysteem
in Rotterdam is van het fabrikaat Andover Controls en de applicatiesoftware
hiervan is volledig vrij-programmeerbaar in een voor iedereen te
lezen taal. Met het juiste toegangsniveau kunnen alle routines ter
plaatse of op afstand via internet worden bijgesteld en volledig
op maat worden gemaakt.
Andere voordelen
Naast energiebesparing levert de draaiurenbewaking nog andere voordelen
op. Het programma meldt draaiuuroverschrijdingen automatisch en
de bewakingsroutines zijn zodanig in te stellen dat bij inefficiënte
of ongewenste situaties automatisch een alarmmelding volgt. Niet
alleen de beheerder van het gebouwbeheersysteem maar ook de onderhoudsfirma
hoeft daardoor minder tijd aan controlewerk te besteden. Ze kunnen
gesignaleerde problemen gericht oplossen. Toestandsafhankelijk onderhoud
behoort dan ook tot de mogelijkheden. Het betekent eenmalig tijd
investeren in het draaiuren- en toestandsbewakings-programma en
daar vervolgens jarenlang de vruchten van plukken. Het gebouwbeheersysteem
doet het meeste werk gratis.
Toekomstige ontwikkelingen
In het project in Rotterdam loopt de registratie en controle nu
per hele week. Dit is gedaan om ervaring op te doen en de hoeveelheid
registraties in de beginfase overzichtelijk te houden. Het gaat
tenslotte om zeven gebouwdelen. Weken zijn bovendien goed vergelijkbaar.
De bedoeling is om in de toekomst controles per dag te gaan uitvoeren.
Dit is veel nauwkeuriger en fouten worden eerder ontdekt. Er moet
dan wel rekening worden gehouden met de soort dag (vrije dag of
werkdag) en hoe lang de installaties op de voorgaande dag(en) hebben
uitgestaan (i.v.m. de bedrijfstoestanden 'opwarmen', 'nachtventilatie',
'nachtkoeling', 'minimum ruimtetemperatuur'). Er wordt overwogen
om niet alleen te alarmeren bij overschrijding van een aantal uren,
maar ook bij onderschrijding. Het gaat daarbij om functionaliteit
en beveiliging, en niet om energiebesparing. Het is natuurlijk onjuist
als bepaalde pompen niet draaien terwijl het vriest of als een toevoerventilator
slechts vijf uren heeft gedraaid op een werkdag. Voor sommige onderdelen
is bewaking met draaiuren per periode nodig en voor andere onderdelen
een statusbewaking op bepaalde tijdstippen (toestandsbewaking).
Verder is standaardisering van de berekening van de theoretische
draaiuren wenselijk. Dit kan door soorten van installatiedelen (radiatorpompen,
koelwaterpompen, toe- en afvoerventilatoren, etc.) op eenvoudige
wijze aan een standaardroutine koppelen, waarin de theoretische
draaiuren worden berekend. Dit maakt het opzetten van het programma
minder arbeidsintensief en breder toepasbaar. Uitbreiding met een
rapportage is zelfs mogelijk. Hierin kunnen tips worden opgenomen
over de meest waarschijnlijk oorzaken van de overschrijding. Het
gebouwbeheersysteem is dan een echt kennissysteem, dat de beheerder
alleen waarschuwt als er iets mis is gegaan, waarna hij weinig tijd
hoeft te besteden aan het zoeken naar de fouten.
Conclusie
Installaties moeten alleen draaien als het nodig is. Draaiurenbewaking
is daarom de meest voor de hand liggende manier van monitoring in
bestaande gebouwen. Eigenlijk zou dit in de toekomst standaard in
elk gebouw moeten worden toegepast. Dit geldt vooral voor de grote
projecten, waarin elk extra uurtje zwaar telt. De aanwezigheid van
een draaiurenbewakings-programma op het gebouwbeheersysteem zou
bovendien als een pluspunt moeten gelden bij de vaststelling van
een energielabel voor een gebouw. Het beschreven gebouwbeheersysteem
in Rotterdam dient als voorbeeld van een kennissyteem dat zichzelf,
de installaties, zijn beheerder en de onderhoudsfirma controleert
en automatisch waarschuwt als er iets mis lijkt te zijn gegaan.
De beheerder kan gericht op zoek gaan naar de oorzaak van het probleem
en dit meestal snel oplossen. Door draaiuren- en toestandsbewaking
kan de onderhoudsfirma effectiever (= goedkoper) onderhoud plegen.
Met dank aan MVGM vastgoedmanagement, dat de mogelijkheid heeft
geboden om het draaiurenbewakingsprogramma in een groot project
toe te kunnen passen.
Bijlage: Voorbeelden 1 t/m 6
VOORBEELDEN
Voorbeeld 1: Dagprogramma
Op werkdagen wordt voor de theoretisch geregistreerde uren ervan uitgegaan
dat het dagprogramma start om 7:30 uur en stopt om 17:30 uur. Komt
het werkelijke geregistreerde aantal uren van het dagprogramma hier
meer dan 10% (instelbaar) boven, dan wordt de volgende dag een alarm
gegenereerd. Dit omdat iemand kennelijk het dagprogramma heeft verlengd
of per ongeluk verkeerd heeft ingevuld. Gecontroleerd dient te worden
of dit terecht is. Vaak worden bedrijfstijden veranderd n.a.v. klachten
of overwerk en nooit meer teruggezet. Het kan ook zijn dat er iets
in het gebouwbeheersysteem 'gedisabeld' staat of dat het tijdkanaal
niet goed werkt. Bij structurele wijziging van de tijden moet het
theoretische dagprogramma daarop worden aangepast.
Voorbeeld 2: Overwerk
In theorie duurt overwerk niet langer dan drie uren per werkdag (instelbaar).
Zijn het meer uren dan kan de timer defect zijn of een punt 'gedisabled'
staan. Of er zijn bewakers die de hele nacht het overwerk inschakelen.
Er dient dan te worden beoordeeld of dit terecht is en of dit niet
anders kan.
Voorbeeld 3: Toevoerventilator
Theoretisch moet de toevoerventilator van de luchtbehandelingskast
draaien bij dagprogramma, overwerk, nachtventilatie, nachtkoeling
en brandventilatie. Bij deze bedrijfstoestanden gaat het om de werkelijke
urenen niet om de theoretische. Immers, als een ventilator te lang
heeft gedraaid vanwege een foutief ingesteld dagprogramma, dan zit
de fout in het dagprogramma en niet in de ventilatorsturing. Heeft
de ventilator langer gedraaid (registratie via de bedrijfsmelding)
dan de optelsom van de genoemde bedrijfstoestanden, dan kunnen oorzaken
hiervoor zijn dat de installatie: op 'hand' aan staat, in brandventilatie
is blijven hangen, softwarematig 'gedisabeld' staat of het programma
niet goed meer functioneert. Dit dient de beheerder uit te zoeken
als hij een alarmmelding heeft gekregen.
Voorbeeld 4: ww-circulatiepomp LBK
Theoretisch geldt voor de circulatiepomp van de verwarmingsbatterij
van een luchtbehandelingskast (LBK) de volgende aanname: het aantal
uren waarin de toevoerventilator draait (excl. nachtventilatie) bij
buitentemperaturen onder 15 °C. Als de draaiuren van een circulatiepomp
op deze wijze worden bewaakt, wordt automatisch meteen de bijbehorende
klepregeling en tot op zekere hoogte ook de setwaarde gecontroleerd.
De setwaarde bepaalt immers de klepstand en als de klep meer dan 5%
openstaat, schakelt de circulatiepomp in.
Voorbeeld 5: gkw-circulatiepomp LBK
Theoretisch geldt voor de circulatiepomp van de koelbatterij van een
luchtbehandelingskast de volgende aanname: het aantal uren waarin
de toevoerventilator draait (excl. nachtventilatie) bij buitentemperaturen
boven 16 °C.
Voorbeeld 6: Koelmachine
Theoretisch wordt de koelmachine vrijgegeven als één
van de gekoeld watergroepen om koude vraagt bij een buitentemperatuur
boven 16 °C. Van de koelmachine kan, naast de draaiuren, ook het
aantal starts per periode worden bewaakt. Men zou ook de uren kunnen
registreren waarin de koelmachine op een bepaalde capaciteit draait
om de werking van de machine te controleren, eventueel in relatie
met de buitentemperatuur.
|