Ab Hummel

UIT DE GESCHIEDENIS VAN LANGELO

Onderstaande artikeltjes schreef ik voor het maandblad "Langelo leeft - het eikenblad dat niets verhult".

Als u ze overneemt voor eigen gebruik, vind ik dat prima. Het is echter niet de bedoeling dat u ze zonder medeweten en toestemming van de auteur elders zonder bronvermelding of zelfs als eigen werk publiceert.


Inhoud:

Een boerenaktievoerder in 1748

Een bijstandsmoeder in 1809

Brief van een schoolmeester

De school als kraamkliniek

De boerderij van Geert Barels


Een boerenaktievoerder in 1748

In 1748 kwamen de boeren uit Drenthe in verzet tegen de Asser regenten . Een belangrijke rol daarbij speelde "vierpeertsboer" Geert Roelfs uit Langelo. Hij beschuldigde de heren in Assen van corruptie en weigerde om belasting te betalen zolang de misstanden niet door stadhouder Willem IV waren opgeheven.

Geert liet het niet bij woorden. Met 128 andere boeren uit alle windstreken van Drenthe trok hij op 11 juni 1748 voor een protestaktie naar het centraal gelegen Schoonlo. Hoewel de dominee van Norg vanaf de kansel uitriep, dat "dese manier van doen van Geert Roelfs bij de wetten van den lande verboden" was, kreeg Geert de hele bevolking van Langelo achter zich. Men fluisterde zelfs dat een andere Langeloër, de vermogende en invloedrijke Hendrik Barels, lid van de Drentsche Etstoel, al klaar stond om de macht in Assen over te nemen.

De demonstratie in Schoonlo werd een sukses. De aldaar verzamelde boeren tekenden een lijst met 52 klachten tegen hun bestuurders. De Heren van Assen erkenden op de Landdag van 25 juni de klachten als juist. Weliswaar niet van harte, maar de aanblik van de aanwezige met stokken en knotsen bewapende boeren hielp hen over de drempel.

Geert Roelfs kon redelijk tevreden naar zijn vrouw Geessien in Langelo terugkeren. Langelo had de macht in Assen dan wel niet overgenomen, maar stadhouder Willem IV - die de raddraaiers het liefst wegens burgerlijke ongehoorzaamheid op het schavot had zien belanden - zag zich door het sukses van de protestaktie toch gedwongen om verbeteringen voor de boeren te bewerkstelligen.

prent


Een bijstandsmoeder in 1809

180 jaar geleden woonde de 36-jarige Hendrikje Willems in het "armhusien" te Langelo, dat gelegen was tegenover de driesprong Roden-Lieveren-Norg. Haar lotgevallen maken duidelijk dat het leven in die tijd voor een vrouw alleen niet gemakkelijk was. Hoe was ze in het armenhuis terechtgekomen?

Hendrikje werd in 1773 geboren te Norg als dochter van de arbeider Willem Jans en Hillechien Boelens. Haar ouders overleden jong en ze moest bij een boer gaan dienen om aan de kost te komen. Dat betekende jarenlang hard werken zonder veel vooruitzichten op een beter leven. In 1808 leek daar verandering in te komen.

Hendrikje was inmiddels 35 jaar en diende bij een boer onder Hoogkerk, toen het grote geluk haar toewenkte. Er groeide iets moois tussen haar en Jan Jans, een energieke jongeman uit Peize die haar een trouwbelofte deed. Het moois bleef groeien, Hendrikje bleek in verwachting te zijn. Maar helaas: Jan Jans was wel energiek maar niet betrouwbaar. Na het horen van het heugelijke nieuws verdween hij spoorloos.

Hendrikje liet het er niet bij zitten. Ze overlegde met haar vriendin Tjabrina Willemina Smeenks hoe ze Jan Jans tot andere gedachten kon brengen. De dames pakten het meteen fors aan. Ze schreven een brief op poten naar "De Regering van Drenthe", met veel hoofdletters want dat stond wel deftig. Deze brief is bewaard gebleven en luidt alsvolgt:

"Den Ondergetekende Hinderkje Willems Geve Met Eerbied Te Kennen aan de Regering Van Het Landschap drenthe Hoe dezelve Onteerd Zijnde, door den Jongman Jan Jans Geboren Van peise. En dezelve Hinderkien Nu onlangs bevallen zijnde Van Een Jonge Zoon, Zoo verzoeke den ondergetekende Met deze Volgende Getuigen aan de Regering, alsmede Uit naam der diaconie Van Norg om deze Jan Jans Te Mogen Noodzaken om den onteerden Hinderkien Willems Te Moeten en Te Zullen Trouwen, om dan Voor haar en t Kind te zorgen om op een Eerlijke Wijze door de Wereldte kunnen komen. Hope dat Uwe Edle Heren Mij in dezen Mogen Mentineren En Behulpzaam zijn, Terwijl overal na Mijn Gedrag Kan Worden Vernomen.

d: 16 Jan: 1809"

Tjabrina deed er een briefje bij, waarin ze verklaarde " dat Jan Jans van paise te zinen Huse onter 4 getugen bekent Heeft dat Hey Jan Jans vaader Van den junge zoon is Dat hey geteelt heeft met Hinderkien Wilms onter Hoogkerk".

De noodkreet aan de Edele Heren heeft niet geholpen. Jan Jans weigerde om te trouwen. Hendrikje werd uit haar dienst ontslagen en door de diaconie van Norg in het armenhuis van Langelo geplaatst.

De kerk vervulde toen de rol van de huidige Sociale Dienst en was verplicht om de armen, die in het kerspel Norg waren geboren, financiële bijstand te verlenen. Hendrikje moest overigens hard werken voor haar uitkering. Maar dat had ze er wel voor over om haar zoon Boele Assinga, genoemd naar haar grootvader van moederszijde, fatsoenlijk door het leven te laten gaan. Ze deed haar best en was op haar hoede voor aardige mannen. Ze had haar lesje wel geleerd.

Maar helaas, vier jaar later won in een zwak moment de onderkant het weer van de bovenkant, zoals men dat in die tijd uitdrukte. Ze raakte opnieuw in verwachting. Op 7 februari 1814 werd haar zoon Willem geboren in huis nummer 159 te Langelo. De 68-jarige vroedvrouw Hazina Jans Kloek uit Norg verzorgde de aangifte op het gemeentehuis. Moeder: Hendrikje Willems, 40 jaar oud. Vader: onbekend.

Vader onbekend? Heel Langelo wist wel beter. Hendrikje noemde haar zoon Willem Roelfs. En in Langelo woonde maar èèn Roelf. De 41-jarige Roelf Barels, getrouwd, wonende tegenover het armenhuis. Het moet een pijnlijke situatie geweest zijn.

Er werd een bevredigende oplossing gevonden. De Barelsen hadden veel invloed in het kerkbestuur. En de kerk was er toch om de mensen te helpen? En Hendrikje wilde toch graag als getrouwde vrouw door het leven gaan?

Op 13 juni 1818 trouwde Hendrikje met de 36-jarige Jan Jannes Horenboer. Ze was een begerenswaardige bruid geworden, want de kerk had haar een voor die tijd vorstelijke financiële bijdrage in het vooruitzicht gesteld, als zij zich buiten Langelo zou vestigen.

Voor ieder kind kreeg ze dertig gulden per jaar, te betalen in vier termijnen van vijftien guldens. Bovendien kregen haar beide kinderen per jaar elk twee hemden, een paar schoenen, een linnen hemdrok, èèn linnen en èèn wanten broek. De jonge Willem kreeg daarnaast nog als uitzet een paar kousen, een doek en een hoed, een pet, ene lei, hozegaarn tot 2 paar hozen, een schrijfbret en een kammisool.

Zo kreeg Hendrikje toch nog haar Jan Jans, al was het dan niet die uit Peize. Ze vestigden zich in Haulerwijk. Op 6 november 1824 schreef Jan Jans een brief aan de kerk in Norg, waarin hij mededeelde dat Willem Roelfs nu oud genoeg was om zelf de kost te verdienen. Hij was immers al tien jaar oud. "Wij ondergetekenden Jan Jannes Horenboer als pleegvader en desselfs vrouw Hendrikjen Willems als moeder van den jongen Willem Roelfs bedanken met dezen de Diakonen van Norg voor derzelver onderstand en vertrouwen dat onze zoon zich voortaan zelfs zal maintineren."

Een keurige brief en geen hoofdletter te veel.

inktpot


Brief van een schoolmeester
Op 25 oktober 1878 trouwden Geert Barelds en Immechien Bezu uit Langelo. Ter gelegenheid van hun huwelijkssluiting kregen ze onderstaande felicitatiebrief van schoolmeester Swartsenburg, bij wie ze beide in de klas hadden gezeten. Geerts vader Jannes Barelds en oom Hendrik Barelds hadden in 1863 meester Swartsenburg met een boerenwagen van Langelo naar Nieuwamsterdam verhuisd. Een dergelijke reis over slechte zandwegen moet in die tijd een hele onderneming geweest zijn, die dagenlang duurde. In zijn brief haalt meester herinneringen aan Langelo op.

Nieuw-Amsterdam 29 October 1878

Jonggehuwden! Vroegere leerlingen!

Met veel belangstelling hebben wij, Uwe oude leermeester en zijne vrouw, het berigt vernomen van Uw huwelijk. Wij betuigen U onze hartelijke en welgemeende deelneming in het geluk en voorregt U dezer dagen te beurt gevallen en voegen daarbij den wensch dat Gij steeds de keur van Gods zegeningen zult mogen ondervinden en dat Ge te zamen tot in lengte dagen voor elkander zult mogen gespaard blijven. Moge Uwe woning zoowel de zetel zijn van tijdelijken voorspoed en welvaart als van Zedelijken en Godsdienstigen welstand. In één woord, Geert en Immiegie leef te zamen gelukkig, zijt voor elkander alles. Geniet de voorspoed dankbaar en voeg U in alles naar het geen eene Goddelijke Vaderlijke Voorzienigheid over U zal willen beschikken. Zoo worde het.

Ook mij mogt in de vorige week eene aangename verrassing te beurt vallen. Het was 40 jaren geleden dat ik mijne acte als hoofdonderwijzer had verkregen en 15 jaren dat ik hier te Nieuw-Amsterdam werkzaam ben. Als bewijs van belangstelling in deze beide gebeurtenissen ontving ik van den Heer Burgemeester Tijmes, den Heer Gosselaar en Jonkheer van Echten eene fraaye slaapstoel en tabakspot. De ingezetenen met Ds van Hoorn aan het hoofd vereerden mij: een mahonyhouten schuiftafel, een spiegel, zes stoelen en een cigaren presenteer-doos alles even keurig en netjes.

Ja, beste Geert! dat is nu al 15 jaar geleden dat Gij met uwen vader en oom Hendrik mij naar hier hebt gebragt! Waar blijft de tijd. Er zal sedert in Langelo al veel zijn veranderd. Als ik zoo eens de buurt rondga van Buiter af tot aan uw schoonvader Geert Bezu, dan zullen er daar ook wel gemist worden, die ik gezond en wel verliet. Ik zou nog wel eens een kijkje in Langelo willen nemen, want ik ben daar met veel genoegen geweest.

Vele mijner vroegeren leerlingen zijn zeker al anderen levenstoestandes ingegaan: enkelen zijn niet meer. Geertje Barelds en Roelof Wieland zou ik er vergeefsch vinden. Gij zult wel zoo goed willen zijn en doe mijne groeten bij gelegenheid aan Uwe familie en die van Uwe vrouw. En dan verder aan de families Hulst, Hoving, Wieland, Egbert Willems, Hartlief, Oortwijn, Venekamp, Jacob? Harm Hulshof, Pier de Scheper, Asse Koers. de Wed Hofman, Spoelman en anderen die mij op dit oogenblik niet in herinnering komen en als ge straks bij uw lieve vrouwtje gezellig in de keuken bij de haard zit dan moet gij mij eens briefschrijven en deelen mij veel, veel bijzonders van Langeloo en de bewoners en mijne vroegere leerlingen mede.

Het gaat ons redelijk goed. Mijne vrouw is ernstig ziek geweest, doch God dank thans weder aan de betere hand. Ik heb een prachtige nieuwe school gekregen met een mooye woning van 3 kamers en een keuken. Zoodat we wel plaats hadden voor de present gekregen meubelen. Wij willen nu nog trachten een nieuwe kookkagchel en nieuw vloerkleed te krijgen, dan hebben we eene kamer sierlijk gemeubileerd.

En nu Geliefde Vriend en Vriendin zal ik eindigen in de hoop dat gij mijn schrijven in gezondheid zult mogen ontvangen. Zijt regt hartelijk van ons gegroet. Nogmaals zij U de beste wenschen toegebragt door

Uwen belangstellenden Vriend en Vriendin,

S. Swartsenburg en vrouw.

prent


De school als kraamkliniek

In 1817 was er in Langelo net als tegenwoordig sprake van een "multifunctioneel gebruik" van het schoolgebouw. Een voor de toenmalige dorpsbewoners spraakmakende gebeurtenis op 13 juli 1817 is daarvan een voorbeeld.

In de vorige eeuw was er in Langelo in de zomer veel meer bedrijvigheid dan nu. Alle bewoners van de 19 huizen vonden werkgelegenheid in het dorp zelf. Bovendien had men naast de ongeveer 20 vastaangestelde boerenknechts en dienstmeiden nog veel werkkrachten van buiten het dorp nodig voor de oogstwerkzaamheden. In de tweede helft van juli 1817 zullen er op de es zo'n 100 mensen aanwezig zijn geweest. Iedereen hielp mee met de oogst, ook bejaarden en kinderen, ook niet-boeren zoals schaapherder Hatte Pieters en snieder Hendrik Winters uit Norg.

Voor de rondtrekkende koopman Frans Koster uit Groningen viel er ieder jaar in de week na het hooien en voor het oogsten van de rogge in Langelo veel te verdienen. In juli 1817 nam de 45-jarige "kiepkerel" samen met zijn hoogzwangere levensgezellin , de 27-jarige Elisabeth Kiersdogge, zijn intrek in de school van Langelo.

De school (huisnummer 160) stond midden op de drietip, waar indertijd veel meer ruimte was dan tegenwoordig. In de winter kregen de ongeveer 18 schoolkinderen les van de door markevolmacht Geert Barels - de ongekroonde koning van Langelo - aangetrokken schoolmeester. In het voorjaar en in de zomer hadden de kinderen wel wat beters te doen: zij hielpen hun ouders bij het werk op het land. Daar leerden ze tenminste iets nuttigs van. De school werd dan voor andere doeleinden gebruikt, zoals het verlenen van onderdak aan doortrekkende reizigers.

Op 13 juli 1817 had Frans Koster ongetwijfeld niet over belangstelling te klagen. 's Morgens om 6 uur beviel zijn metgezellin Elisabeth in de school van Langelo van een welgeschapen dochter. Op aanraden van de burenhulp verlenende Barelsvrouwen - Geesje Olthof (41), de vrouw van Geert Barels; Grietje Barels (43), de vrouw van Aaldert Spoelman en Willemtje Barels (33), de vrouw van Harm Roelfs Rozema - kreeg de baby de degelijke Drentse naam Lammechien.

Lammechien bleek de voorbode van een vruchtbare periode voor Langelo te zijn. Binnen een half jaar werd het ongekend hoge aantal van vier kinderen geboren. Geert Geerts Bezu (34) en Geesje Hendriks Timmer (26) kregen een zoon, evenals Jan Jans Smeenge (28) en Trijntje Jans van der Velds (31). Jan Jannes Boerma (39) van de vicarieboerderij en Janna Harms (39) kregen een dochter. Jan Jans Dokter (27) en Trijntje Assies (27), die in mei getrouwd waren, kregen eveneens een dochter.

Op 14 juli 1817 toonde markevolmacht Geert Barels aan, dat hij ook in drukke tijden een vooruitziende blik had. Mocht de kleine Lammechien later ooit armlastig worden, dan zou Langelo, als zij een onwettig kind was, eventueel voor haar onderhoud moeten betalen. Geert begeleidde (of dwong?) voor alle zekerheid hoogstpersoonlijk Frans Koster naar het gemeentehuis in Norg. Daar werd de geboorte van Lammechien officieel aangegeven en Frans "erkende uitdrukkelijk de vader van het voormelde kind te zijn".

Of koopman Frans Koster nog tijd heeft gehad om in Langelo goede zaken te doen, vermeldt de geschiedenis niet.

 


De boerderij van Geert Barels
De boerderij van Geert Barels aan de Schoolbrink 5 kent een lange voorgeschiedenis. Er hebben vele interessante Langeloërs gewoond.

In 1764 woonde op dit erf de roemruchte Geert Roelfs, die in 1748 één van de leiders van de Drentse boerenopstand tegen de corrupte Asser regenten was geweest. Geert hoorde als "driepeertsboer" tot de vijf grootste boeren van Langelo.

Na zijn overlijden werd het bedrijf voortgezet door zijn weduwe Geessien Jans. Met haar twee ongehuwde jongste zoons Otte en Jan beheerde ze dertig jaar lang een grote boerderij, terwijl ook haar oudste vier kinderen elk een boerderij in Langelo hadden. Ze overleed tussen 1799 en 1807, bijna honderd jaar oud. Is ze de oudste inwoonster, die Langelo ooit gekend heeft?

In 1807 woonden Otte en Jan Geerts samen met drie "werkboden" nog steeds op de boerderij. Ze bezaten toen 3 paarden, 13 koeien, 48 schapen, 6 bunder bouwland, 6 bunder weideland en ruim 9 bunder hooiland. Ze waren met 12 spint gewaardeeld in de marke van Langelo.

Na het overlijden van de beide vrijgezellen werd de boerderij in 1816 overgenomen door Geert Barels en Geesje Jannes Olthof, die daarvoor een boerderij aan de Leeksterdijk in Roden hadden. Zowel Geert als Geesje waren kleinkinderen van de oorspronkelijke eigenaar Geert Roelfs. Geert Barels was jarenlang kerkvoogd-administrateur van de kerk in Norg. Als markevolmacht was hij een belangrijk man, die er voor zorgde dat er opvallend goede schoolmeesters naar Langelo kwamen.

Nadat Geert op 73-jarige leeftijd was overleden, werd Geert Geerts Bezu in 1847 de nieuwe boer op de boerderij met huisnummer 212. Al vanaf 1672 wonen er onafgebroken Bezu's - de oorspronkelijke naam is Besuyden - in Langelo. Geert Bezu was getrouwd met Aaltje Barels, dochter van de vorige eigenaar. Ze overleden beiden in 1881. Hun jongste dochter Immechien trouwde overigens ook al met een Geert Barelds, èèn van de eerste Barelsen, die zijn naam met een d schreef.

De volgende eigenaren van de boerderij zijn de oudere Langeloërs nog goed bekend. In 1881 nam Geerts tweede zoon Jannes Bezu het bedrijf van zijn vader over. Jannes was getrouwd met Geesje Zuidhof. Hendrik Hartlief weet zich nog goed te herinneren dat hij op weg naar de "Westerstukken" met paard en wagen verongelukt is.

Daarna betrok opnieuw een Barels de boerderij. Vanuit Steenbergen kwam Albert Barels, die getrouwd was met Aaltje Bezu, dochter van Jannes Bezu. De huidige bewoner - opnieuw een Geert Barels - is hun zoon. Zal het bedrijf met zijn rijke verleden een boerenbedrijf blijven?

(1995)

prent


Evert Jan Beetstra is de webmaster van een bijzonder aardige site over het dorp Langelo.


HOMEPAGE

 

 

Free counter and web stats