Dit is een Tabel 3 soort. Voor ingrepen in de habitat van deze vissoort is vrijwel altijd een ontheffing vereist. Zie website Ministerie van Landbouw, Natuurbehoud en Voedselkwaliteit. Een uitgebreide beschrijving van de steur staat ook op de website van LNV (zoeken op soort)
Een uitgebreide beschrijving van de elft onder zoeken op soort van de website van LNV.
Een uitgebreide beschrijving van de fint staat onder zoeken op soort van de website van LNV.
| Beekforel Salmo trutta | ![]() |
De beekforel is een standvis van ongerepte berg- en heuvellandbeken. Er zijn ook populaties in laaglandbeken. Beekforel en zeeforel worden vaak beschouwd als respectievelijk niet en wel trekkende rassen van dezelfde soort. Voor 1940 was de beekforel tamelijk algemeen in de Zuid-Limburgse beken; verder waren er waarnemingen in de Maas en in Gelderse en Overijsselse beken. In de loop van de jaren zestig gingen de laatste paaiplaatsen in de Limburgse beken verloren. Vrijwel zeker bevindt zich in 1996 nergens in Nederland een zichzelf instandhoudende populatie beekforellen. Alle waargenomen beekforellen (in 72 uurhokken sinds 1980) zijn exemplaren van uitzetprojecten binnen of buiten Nederland. Bijvoorbeeld in de Geul, de Keersop en het Veerse Meer zijn beekforellen geïntroduceerd.
Knelpunten. Paaiplaatsen voor beekforellen zijn kale bodems van grof zand of grind, waarover zuurstofrijk water stroomt. Grote forellen vereisen diepe stroomkommen. Fnuikend voor de beekforel waren de normalisatie van beken en vervuiling en vermesting van het water. In genormaliseerde beken is te weinig variatie in bodemstructuur en ontbreken grillige, begroeide oevers waar de forel kan schuilen en waarin het zonlicht minder doordringt en de watertemperatuur niet te hoog wordt . De beekbodems zijn door vermesting begroeid met algen. Door peilbeheersing en verlaagde grondwaterstanden staan beken ‘s zomers bijna droog. Daarentegen is de stroming bij regenval te hoog. De jonge vissen spoelen uit doordat schuilgelegenheid in een rechtgetrokken beek ontbreekt.
Maatregelen. Zuivering van het water dat op beken wordt geloosd, ecologisch beheer van de beekoevers, opnieuw uitgraven van oude meanders, passeerbaar maken van stuwen, kortom meer over laten aan de natuurlijke dynamiek van het water. Deze vormen van beekherstel in Zuid-Limburg kunnen mogelijk leiden tot een duurzaam zichzelf instandhoudende populatie beekforellen.
| Zalm Salmo salar Linnaeus, 1758 | ![]() |
Dienstbodes
In de zeventiende eeuw was de zalm algemeen. Uit die tijd
zijn rekeningen van weeshuizen bewaard, waaruit blijkt dat men soms zalm
aankocht, zodat het leek alsof de zalm een goedkope vis was. Verder is er het
'dienstbode-verhaal'. Iedereen die voor belezen wil door gaan debiteert dat
'vroeger' de zalm zo algemeen was dat dienstbodes weigerden het te eten. Deze
anekdote duikt steeds weer op, ook in onze buurlanden. De vraag is of zulke
dienstbodekontracten echt bestaan hebben. Een archivaris van de gemeente
Dordrecht stuurde mij ooit een kopie uit het boek van Jacob van Oudenhovens'
"Out-Hollandt nu Zuyt-Hollandt", uitgegeven in 1654. Hierin staat de oudste mij
bekende versie van deze anekdote: "Ende wort geseyt, dat de Dienstboden in haer
Huyr plachten te bedingen, datse maer tweemael in de Weeck Salm wilden eten."
Een akte uit Dordrecht van 1643 die handelt over dienstboden, knechten en
dienstmeisjes vermeldt daarentegen helemaal niets over zalm eten. Er zijn
trouwens vanaf de Middeleeuwen tal van documenten en rekeningen waaruit blijkt
dat de zalm helemaal geen allemanskost was.
Historisch overzicht van de status in Nederland: het uitsterven van de zalm in de Rijn is goed gedocumenteerd tussen 1885 en 1933 lopen de vangsten geleidelijk terug (95,4% afname in 50 jaar, 6,0% per jaar, zie onderstaande figuur)

Een verdere beschrijving van de zalm staat op de website van LNV.
| Houting Coregonus oxyrinchus | ![]() |
In mei 2007 kondigde het onderzoekinstituut IMARES de spectaculaire terugkomst
van de noordzeehouting aan op haar website.
Er is echter twijfel over de taxonomische status van deze soort. Volgens Freyhof
& Schöter (2005) is de noordzeehouting omstreeks 1940 uitgestorven. Over deze
herintroductie schrijft Christian Schöter in zijn Diplomarbeit
Schnäpel (proefschrift):
"Die aktuell laufende Wiederansiedlung mit rezenten Nordseeschnäpeln in das Einzugsgebiet des Rheins stellt eine Faunenverfälschung
dar".
Op de rode lijst van de IUCN staat de Noordzeehouting dan ook als uitgestorven
soort.
Geschiedenis
van de houting in Nederland:
Rond de eeuwwisseling was er een visserij op de Noordzeehouting
in de Maas, de Bergse Maas, de Gelderse IJssel, het Hollands Diep
en de Amer. Tussen 1916 en 1920 dalen de vangsten sneller dan die
van de zalm. Sinds de jaren dertig wordt de houting als
uitgestorven beschouwd. De vangstatistiek loopt tot 1939, toen
werd nog drie kilo aangevoerd (zie grafiek). Overigens zijn deze
cijfers onvolledig.

Vangst van houtingen in Nederland 1910-'39 (bron Visserijinspectie).
J. Freyhof & C. Schöter (2005). The houting
Coregonus oxyrinchus(L.)(Salmoniformes: Coregonidae), a globally extinct species from the North Sea basin. Journal of Fish Biology
Volume 67 Issue 3 Page 713.
Summary:Coregonus oxyrinchus is redescribed and a neotype is designated (BMNH 1862.11.20.1.). It was restricted to south England and the lower parts of the Rivers Rhine, Meuse and Schelde. It is now globally extinct; the last individual was caught in 1940.
Coregonus oxyrinchus is distinguished from other coregonids by having 38–46 gill rakers and a long, pointed snout.
De vlagzalm is een standvis die
typisch is voor ongestuwde beken en riviertjes in heuvel- en
laagland, de zogenaamde ‘vlagzalmzone’. Er zijn geen
aanwijzingen dat de vlagzalm zichzelf instandhoudende populaties
vormde in beken en rivieren buiten Zuid-Limburg. De vlagzalm is
alleen bekend uit het stroomgebied van de Maas. Mogelijk bestond
er tot het einde van de negentiende eeuw in de Geul een inheemse
populatie.
Er zijn na 1980 in tien uurhokken vlagzalmen gevangen. Zeer
waarschijnlijk zijn het vissen die direct – of via
incidentele voortplanting – afkomstig zijn van
uitzettingen. Zo zijn er in 1978 vlagzalmen in de Keersop
uitgezet, die het mogelijk tien jaar hebben uitgehouden. In de
Maas bij Kessel (Limburg), maar ook in de benedenrivieren zijn
vlagzalmen gevangen.
Knelpunten Normalisatie van beken en de vermesting van het water. Voor een geslaagde paai is een schone grindbodem vereist of een zandbodem waardoor zuurstofrijk water omhoog kwelt. Te veel waterplanten en met algen dichtgegroeide bodems maken een beek voor de vlagzalm (en andere zalmachtigen) ongeschikt.
Maatregelen Ecologisch beheer van de beekoevers, opnieuw uitgraven van oude meanders, zuivering van het water dat op beken wordt geloosd. Kortom, beekherstel.