Digitaal "Gehucht" Termunterzijl

Leste moal biewaarkt op: 5 oktober 1999

Inhoud


De Sluis

De nieuwe Termunterzijl

Vanaf de brug, over de zijtak van het Termunterzijldiep, hebben we een mooi overzicht over drie waterstaatkundige werken van meer recente datum: de Nieuwe Sluis, de Spuiboezem en het gemaal Cremer. De Oude Termunterzijl uit 1725 is bijna anderhalve eeuw de enige afwateringsmogelijkheid geweest van het Termunterzijlvest, dat in 1863 opging in het waterschap Oldambt. Ter verbetering van de waterstaatkundige toestand besloot het bestuur van het waterschap Oldambt tot de bouw van een tweede sluis. Bij de monding van het Zijldiep werd een zijtak gegraven, waarin de tweede uitwateringssluis kwam te liggen. Met de bouw van de Nieuwe Termunterzijl werd de afvoercapaciteit verdubbeld. Een gedenksteen bij de trap van het complex herinnert aan de ingebruikname in 1870.

De Spuiboezem

Een steeds terugkerend euvel bij de Nieuwe Termunterzijl was het dichtslibben van de uitwateringsgeul. Eerst probeerde men het probleem op te lossen met een handbaggermachine. Later werd met een soort ploeg de geul schoon geploegd. Om het dichtslibben definitief tegen te gaan, liet het waterschap Oldambt in 1906 een nieuwe buitengeul graven. In de Kleine Polder, waar nu het zwembad ligt, kwam een spuiboezem. Daar liet men bij vloed zoveel mogelijk zeewater binnenstromen. Bij eb werden de schuiven omhoog getrokken en het water stroomde dan met grote snelheid door de geul in de Eems. Het afgezette slib werd meegenomen en de geul was weer vrij. Het spuien vond vooral plaats in droge tijden, wanneer weinig boezemwater aanwezig was. Om te voorkomen dat het water uit de spuiboezem in het Termunterzijldiep zou stromen, is bij de opening een keersluis in het diep gemaakt. Een klein monument van natuursteen herinnert aan de ingebruikname in 1906.

Het gemaal Cremer

Ondanks de tweede uitwateringssluis bleef de lozing van het overtollige water problemen geven. Daarom besloot het waterschap Oldambt in 1929 tot de bouw van een gemaal. Dit gemaal werd in 1931 in bedrijf gesteld en kreeg de naam Cremer, naar de twee bouwkundigen B. en P.G. Cremer, als erkenning voor bewezen diensten aan het waterschap. Het gemaal bezit drie dieselmotoren, die een pompcapaciteit hebben van 1500m³ per minuut. In de voorgevel van het gebouw bevindt zich het wapen van het Oldambt: de vroegere kerk vam Midwolda met haar vier torens. Achter het gemaal ligt een buitendijkse stormvloedkering die in het kader van de Deltawet is aangelegd. De oorspronkelijke buitenhaven is hierdoor binnendijks komen te liggen.

Cremer