Stichting Windhoek

Te Leeuwarden kwamen op 8 April 2000 enkele tientallen verontruste staatsburgers bij elkaar om de "Stichting Nationaal Kritisch Platform Windenergie" op te richten. Zij ondertekenden "Het Leeuwarder Manifest", dat wil bijdragen aan zinniger discussies over het onderwerp en aan betere praktijken rond windenergie.

PERSBERICHT: 9 april 2000

WINDENERGIE: HEILIGE KOE

De grote en rechtvaardige hunker naar schone energie wordt vervuild door dubieuze overwegingen.Energiewinning door windturbines is daar een overtuigend voorbeeld van.Ze is het boegbeeld geworden van iedereen die het goed voorheeft met het milieu. De gemiddelde Nederlander denkt, dat we op de goede weg zijn met windenergie.

Hij/zij weet niet, dat in de energiebehoefte van Nederland per etmaal van 24 uur, windenergie nu slechts 1 (één) minuut voor haar rekening neemt. Zelfs als we 60 keer(!) zoveel turbines zouden plaatsen als er nu staan, kunnen we slechts 1 van de 24 uren dekken met windenergie.Het is absoluut zeker, dat de kilowatt-uren geleverd door windenergie, met stip, de allerduurste zijn binnen de energie-infrastructuur van Nederland.Hoeveel duurder dan de andere weet geen mens. Een betrouwbare kosten/baten-analyse is nooit gemaakt, evenmin als een gedegen nut- en noodzaak-analyse. Toch gaan er miljarden gemeenschapsguldens in om; zonder behoorlijke democratische contrôle. Er is geen gevestigde politieke partij die windenergie kritisch bekijkt. Wie dat doet is niet voor schone energie -zo lijkt het- en dat kan geen fatsoenlijk mens zich veroorloven. Door deze begripsverwarring zijn windturbines voor Nederland geworden wat koebeesten in India zijn:heilig.

NATIONAAL KRITISCH PLATFORM WINDENERGIE

MANIFEST

I. POLITIEK

1. Windenergie wordt sinds korte tijd naar voren geschoven als een doelmatige vorm van alternatieve en duurzame energie. Deze bevordering vindt plaats met gebruikmaking van zeer veel publieke middelen, een door de overheid mede betaalde intensieve propaganda en ruime politieke steun. Kortom windenergie en "macht" (in velerlei vorm) gaan hand in hand.

2. Het opmerkelijke is, dat windenergie feitelijk beperkt blijft tot de "Westerse Wereld". In Noord Amerika en in Europa is 96% van het op de hele wereld opgestelde windenergie-vermogen te vinden. Dit betekent, dat windenergie beperkt is tot rijke streken, waar de zich schuldig voelende vervuilers hun schuld willen afkopen door een "zoenoffer" te brengen. Dit offer is zinloos maar vergt wel grote bijdragen in immateriële zin, in geld en in natuurlijke waarden.

3. In alle landen, waar windturbines zijn gebouwd is grote verontrusting onstaan over de invloed van deze machines op het landschap, de leef- en woonomgeving, het verlies aan schoonheidbeleving, de ondermijning van de fysieke en sociale gezondheid van bewoners van getroffen gebieden en over de waardedaling van onroerend goed c.q. de regionale bedrijvigheid.

4. Deze verontrusting heeft ertoe geleid, dat in b.v. Zweden, Denemarken, Duitsland, Nederland , de USA en het Verenigd Koninkrijk door burgers talloos veel formele en informele groepen zijn gevormd, die strijden voor het behoud van essentiële landschappelijke en existentiële waarden.

II. BUNDELEN

Ook in Nederland leeft alom ongerustheid en onbehagen over de schadelijke bijwerkingen van windturbines op vele terreinen des levens en over de grote mate van politieke onverschilligheid daarover. In de botsing tussen macht en burger kiest de politiek veel te veel de kant van de macht.

Dit gegeven is aanleiding om de initiatieven van de groepen, die in Nederland critisch staan ten aanzien van de ontwikkelingen op het terrein van de windenergie, te bundelen.

Deze bundeling vindt plaats in de stichting "Kritisch Platform Windenergie", die op 8 April 2000 is opgericht.

III. KOSTEN

De negatieve invloed van de bouw van windturbines treft heel veel essentiële waarden van mens, maatschappij, landschap en milieu. Impliciet wordt dit ook wel onderkend door de partijen, die belang hebben bij het plaatsen van (zoveel mogelijk) windturbines. De bereidheid om de veroorzaakte schade en andere nadelen ernstig te nemen is in die kringen echter gering. Nog nimmer is ertoe overgegaan om een wetenschappelijk verantwoorde (maatschappelijke)kosten-batenanalyse te presenteren. Evenmin is er sprake van een gedegen nut- en noodzaakanalyse, laat staan van een ruimtelijke draagkrachtanalyse. Deze onwil om de gevolgen van de implementatie van windturbines kwalitatief en kwantitatief vast te stellen, (de hooghartigheid, die de macht zich veroorlooft) doet pogingen tot een redelijke discussie bij voorbaat stranden. Vandaar, dat op deze plek wordt volstaan met naar voren brengen van een aantal kostenposten.

1. "Nederland is een economisch waterhoofd op een zieltogend woongebied" (C.v.Lotringen; Fin.Dgbl. 30-10-1999). Deze van verontrusting getuigende uitspraak wordt ook in politieke kringen onderschreven. Op pag. 12 van de nota "Belvedere"( van de ministeries OC&W; VROM; LNV en V&W) staat te lezen, dat de nivellering van de landschappelijke kwaliteit zich in versneld tempo voortzet en dat de karakteristieke, streekeigen kwaliteiten van het Nederlandse landschap ernstig worden bedreigd. Géén ministerie kan het maken om én "Belvedere' te ondetekenen én de plaatsing van windturbines toe te staan. Want het plaatsen van windturbines is een ongekend doelmatig middel om de hierboven vermelde en gevreesde aftakelingsprocessen in een nog grotere stroomversnelling te brengen.

2. Landschapsverbruik is het fysiek en emotioneel afwaarderen van landschappelijke kwaliteiten. Uit veldwaarnemingen én uit diverse bronnen (b.v. rapporten van de Eur. Gemeenschap) blijkt, dat windturbines een groot gebied eromheen domineren. Per nog te bouwen cluster kan dat gebied op 50 km² worden gesteld. Dit is een minimum-veronderstelling. Als de norm van 8 km wordt aangehouden, die geldt voor het proef-turbinepark in de Noordzee bij Egmond, dan is het impact-gebied zelfs 200 km² groot. Er zijn geen andere industriële productiemiddelen in staat om op een zo grote schaal onze beste landschappen te veranderen in laag-productieve industrie-gebieden.

Anno 1998 voorzagen de turbines voor minder dan 1/1300e deel in het energie-verbruik in Nederland. (CBS:Energiemonitor 1999-IV). Als deze nietige bijdrage wordt afgezet tegen de grote stukken van Nederland, die nu reeds door turbines worden beheerst, dan is het duidelijk, dat het inzetten van windturbines op het vasteland volstrekt onverantwoord is.

3. Het enorme landschapsverbruik door windturbines heeft grote repercussies in de getroffen regio's. De rust verdwijnt uit het landschap en de kwaliteit van het woon- en leefklimaat daalt drastisch. In het verlengde daarvan daalt ook de waarde van het onroerend goed. Terecht spreken Deense bronnen in dit verband van een stille onteigening van zowel particuliere eigendommen, van het collectieve domein als van aan schoonheid gerelateerde emotionele waarden.

4. Geografisch is het logisch, dat de overgrote meerderheid van de windturbines staat opgesteld in gebieden met een grote (trek)vogeldichtheid. Het gevolg is een ernstige verstoring van deze fauna en tevens aanzienlijke aantallen slachtoffers. Dit verschijnsel wordt gemeld uit alle landen met een zekere dichtheid van turbines. Strijk en zet worden de gevolgen echter ook gebagatellisseerd door de windturbine-lobby.

5. Recreatie en recreatieve bedrijvigheid zijn onverenigbaar met windturbines. Het Platform Ruimte voor Recreatie stelt in zijn rapport "Recreatie in de 21e eeuw" (1999), dat Nederlanders steeds meer behoefte hebben aan rust en ruimte, maar dat diezelfde rust en ruimte bijna nergens meer zijn te vinden. Dat deze behoefte reëel is blijkt uit een rapport van de Europese Commissie . Hierin wordt gemeld, dat recreanten in 1995 bereid waren per vacantie zo'n 160 gulden per persoon te betalen voor een gaaf landschap. Aangezien windturbines qua vestigingsplaats een onhebbelijke voorkeur hebben voor recreatief aantrekkelijke gebieden, bestaat hier een ernstig conflict met grote financiële consequenties.

6. De windenergie-sector kost handenvol gemeenschapsgeld. Het is een tragisch verschijnsel, dat de bevolking wordt beroofd van de kwaliteit van zijn woonomgeving en daar ook nog heel veel geld en andere immateriële waarden op toe moet leggen. En dat voor machines, die meer dan 1300 jaar moeten draaien om voor één jaar energie op te wekken. Jaarlijks worden aan windenergie honderden miljoenen guldens gemeenschapsgeld gespendeerd. Openbaar-making van de cijfers zou een politieke eis moeten zijn, maar daarvan is geen sprake. Is er voor de vele miljarden guldens, die inmiddels zijn uitgegeven en die nog zullen verdwijnen in de zakken van een luttel aantal profijttrekkers echt geen betere bestemming denkbaar ?.

II. BATEN

Dat van mens, milieu en landschap grote offers worden geeist om windenergie mogelijk te maken staat vast. De logische vraag is welke belangrijke doelen daarmee worden gediend. Als deze doelen op een rijtje worden gezet, dan ontstaat het volgende overzicht.

· Er wordt voorzien in de behoefte aan politieke symbolen. De politiek moet laten zien, dat het haar menens is met het dienen van het milieu. Er zijn nauwelijks indrukwekkender symbolen denkbaar, dan machtige windturbines. Niemand kan ze over het hoofd zien en ze maken door hun hoogte, het draaien van hun propellors en het geluid, dat ze verspreiden een grote indruk. In dit kader is het logisch, dat men niet wil weten wat de (maatschappelijke) kosten van deze nutteloze symbolen zijn.

· Het is navrant en politiek pijnlijk, dat de financiële opbrengsten van windturbines in toenemende mate als belangrijkste voordeel worden genoemd. Ook dit is goed verklaarbaar. Want er gaan miljarden (gemeenschaps)geld in om. Daarvan profiteren heel wat "ondernemers" en aanverwante partijen. Terecht beschouwen Gedeputeerde Staten van Friesland " windenergie steeds meer als een industriële activiteit" (Concept Streekplan Windstreek 2000). Helaas betreft het hier een industrie met de hoogste productiemiddelen, die wij kennen en met ongekende externe gevolgen voor een wijde omgeving. Als de guldens-opbrengst per turbine wordt afgezet tegen de oppervlakte van de schade ondervindende omgeving, dan is het gewettigd om van "parasitaire productie" te spreken. Voor een normaal mens is het onbegrijpelijk, dat deze industrie financieel en planologisch een zo uitzonderlijke bevoorrechte positie wordt toegekend.

· Windturbines helpen milieu- cq. CO2 cq. klimaat-problemen op te lossen. Dat er ernstige milieu-problemen bestaan o.a. door emissie van schadelijke stoffen in de atmosfeer, de bodem en in water staat vast. In hoeverre de waargenomen verhoging van het CO2-gehalte in de atmosfeer bedreigend is en welke invloed ervan uitgaat op eventuele klimaatveranderingen is onderwerp van onderzoek en wetenschappelijke discussie. Onbetwisbaar vast staat echter ook, dat windturbines geen enkele invloed kunnen uitoefenen op genoemde processen. Alle windturbines ter wereld moeten ongeveer 25 eeuwen draaien om de CO2-emissie van één jaar energiegebruik te compenseren!. Het effect van turbines is ongeveer gelijk aan dat van politici, bankiers en ondernemers die zich met een paplepel in de hand naar de Afsluitdijk spoeden om een overvol IJsselmeer over de dijk heen naar de Waddenzee toe van overtollig water te ontdoen. Daartegen bestaat geen bezwaar, maar laten ze hun waanideëen niet opleggen aan de Nederlandse bevolking en tevens torenhoge declaraties bij die bevolking indienen.

· Windturbines dragen bij aan het besparen van fossiele brandstoffen, die op afzienbare tijd uitgeput zullen raken. Wat dit laatste betreft is een passage uit de jongste energienota van de regering (15-11-1999) over hydraatgasvoorraden leerzaam: "Als deze winbaar worden, heeft de hele wereld naar verwachting voldoende fossiele brandstof voor vele honderden jaren". Ofwel: tot in de diepe toekomst zal er van uitputting geen sprake zijn.

De bijdrage van windturbines aan de besparing van fossiele brandstof is in Nederland uiterst minimaal en kan mondiaal wel op nul worden gesteld. Het is nodig de bevolking te beschermen tegen "eco-bluf".

Conclusie: afgezien van enige ondernemingswinsten staan er tegenover de nauwelijks te berekenen hoge kosten van windenergie uitsluitend fictieve baten.

IV. TOEKOMST

De geringe (politieke) zorg enerzijds en de kracht van de windenergie-lobby anderzijds geven aanleiding tot grote bezorgdheid over de toekomst van onze "collectieve ruimte". Omdat wij leven in bijna het dichtstbevolkte land ter wereld is deze collectieve ruimte waarschijnlijk het meest schaarse maar tevens onontbeerlijke en onvervangbare goed, dat van ons allemaal is. Onder het huidige beleid ziet de toekomst er niet goed uit.

Over de toekomst kan alleen in optimistische termen worden gesproken, als er uitzicht is op een schoon milieu. In dat scenario is een schone- energie-regiem onontbeerlijk. De verwerpelijke symbool-politiek met betrekking tot de windenergie leidt de aandacht af van die doelstelling, die - het zij toegegeven- meer middelen en vooral meer geestkracht zal vergen, dan tot dusver in het kader van z.g. duurzame energie wordt opgebracht.

V. TOT SLOT

Het Critisch Platform Windenergie verlangt concrete maatregelen gericht op het behoud en op de verbetering van de kwaliteiten van de Nederlandse landschappen , het milieu en de woon- een leefomstandigheden in door windturbines getroffen resp. bedreigde gebieden. Voor dat doel eist het Platform een onmiddellijke stop op de bouw van windturbines. Op deze stop dient een programma van opschoning en verwijdering van turbines te volgen.

Vastgesteld op de oprichtingsbijeenkomst van het Kritisch Platform te Leeuwarden, 8 April 2000


Manifest van Darmstadt over de toepassing van windenergie in Duitsland

Met grote zorg volgen de burgers in ons land de voorschrijdende aantasting van het landschap en van het cultuurhistorische beeld van steden en dorpen door het voortdurend toenemende aantal windturbines.

Daarbij komen ongerechtvaardigde belastingen en waardeverlies van onroerend goed en loopt de dierenwereld gevaar.

Met de toepassing van windenergie wordt een technologie gestimuleerd die voor de energievoorziening, het besparen op grondstoffen en de bescherming van het klimaat compleet zinloos is.

De publieke stimuleringsmaatregelen kunnen beter gebruikt worden voor de verbetering van de efficiency van centrales, ten behoeve van van een verstandig energiegebruik en voor basaal wetenschappelijk energieonderzoek.

Wij eisen dat de directe en indirecte subsidiëring van windenergie wordt gestopt.

Omdat wij over deze noodlottige ontwikkeling niet meer mogen zwijgen komen wij met het Manifest van Darmstad over de toepassing van windenergie in Duitsland naar buiten en richten ons op politici, cultuurdragers (???), milieuorganisaties en de media

De voortdurend groeiende lijst van ondertekenaars omvat inmiddels 95 hoogleraren en schrijvers. Het manifest is op 1 september 1998 op een perconferentie in Bonn gepresenteerd.

Dank U voor Uw steun en begrip.

(Prof. Dr. Lothar Hoischen)

Manifest van Darmstadt

Ons land staat op het punt iets kostbaars te verliezen. De ontwikkeling van de industriele toepassing van windenergie is de afgelopen jaren zo snel gegaan dat er reden is voor grote zorg.

Er wordt een technologie gestimuleerd zonder dat de zin ervan en de gevolgen van de invoering goed bekend zijn. Het wordt toegestaan dat eeuwenoude cultuurlandschappen, en zelfs hele regio's in industriegebieden worden veranderd.

De ecologisch en economische nutteloze windturbines, soms hoger dan 120 meter en van kilometers afstand zichtbaar, verstoren niet alleen het karakteristieke landschapsbeeld en waardevolle natuur- en rustgebieden, maar vervreemden ook radicaal het historische beeld van onze steden en dorpen dat altijd kerken, kastelen en burchten als dominerende elementen in een dichtbevolkt landschap heeft gekend.

Steeds meer mensen worden gedwongen te verkeren in de omgeving van van deze machines van intimiderende afmetingen. Jonge mensen groeien op in een wereld waarin van het natuurlijke landschap alleen nog de treurige resten over zijn.

De oliecrisis van de zeventiger jaren heeft iedereen indringend duidelijk gemaakt in welke mate industriele maatschappijen van een verzekerde energievoorziening afhankelijk zijn. Voor de eerste keer werd iedereen met de neus op het feit gedrukt dat de fossiele energiebronnen van de aarde eindig zijn en dat deze bij een verder onbeteugeld gebruik in de niet al te verre toekomst uitgeput zouden kunnen raken.

Daarbij kwam het besef van de milieuschade tengevolge van energieopwekking en -gebruik: het sterven van de bossen, het ongeluk in Tsjernobyl, de hypotheek van het zich opstapelende radioactieve afval, het gevaar van klimaatverandering door de uitstoot van kooldioxide, het zijn voorbeelden van een toenemend aantal bedreigingen waarvan we ons bewust worden.

Belangrijker problemen, zoals de toename van de bevolking en de daarmee samenhangende toename van gebruik van drinkwatervoorraden en grondoppervlak worden daarmee tot een randfenomeen gereduceerd. Uitzonderingen daargelaten komt voor deze zaken niemand in actie. In tegendeel de publieke interesse vernauwt zich, men richt zich minder op het totale energieverbruik en meer op de opwekking van elektriciteit.

De risico's van kernenergie zijn weliswaar reëel, maar in de energiebalans is de elektriciteit maar een onderdeel. Driekwart van de energie die in Duitsland gebruikt wordt is afkomstig van olie en gas, maar juist deze energiebronnen zijn het snelste uitgeput. Als men zich werkelijk zorgen maakt over de energievoorziening voor toekomstige generaties dan zou men onmiddellijk en vastbesloten de olie en aardgasvoorraden beschermen. Niettemin gaat het benzineverbruik ongehinderd door en de waarschuwing dat er zo niets overblijft voor onze kleinkinderen wordt beantwoord met de vage hoop dat er wel iets voor in de plaats zal komen.

Steenkool en bruinkool daarentegen zijn de belangrijkste energieverschaffers voor electricteitsproductie en die zijn wereldwijd nog ruimschoots aanwezig, zodat de electriciteitsvoorziening zelfs bij een toenemend gebruik voor eeuwen of zelfs meer dan duizend jaar verzekerd is.

Als het gaat om het uitputten van grondstofvoorraden lost windenergie dus een niet bestaand probleem op. Hoewel Duitsland bij de ontwikkeling van windenergie wereldwijd bezien de koppositie heeft genomen kon tot dusver geen enkele kolen- of kerncentrale vervangen worden door windmolens, en dat zal ook bij een geforceerde verdere uitbreiding van windenergie niet gebeuren.

Windenergie is immers van de onregelmatige wind afhankelijk en een betrouwbare electriciteitsvoorziening past zich aan de behoeften aan.

Er wordt ook te weinig gekeken naar de veranderingen op het gebied van de uitstoot van schadelijke stoffen. Ging het vroeger vooral om de uitstoot van zwaveldioxide bij kolencentrales, tegenwoordig lijden de bossen schade door de uitstoot van stikstofoxiden (Nox) uit het gemotoriseerd verkeer.

Daarbij komt dat door vooruitgang in de technologie van centrales de vervuiling per eenheid energie afneemt. Dat geldt ook voor de uitstoot van kooldioxide: de duitse electriciteitsopwekking is nog maar verantwoordelijk voor 20% van de uitsttoot aan broeikasgassen.

De 'energiedichtheid' van windenergie is relatief gering. Moderne windturbines waarvan de rotor een zelfde oppervlak bestrijkt als een voetbalveld, leveren slechts een fractie van de energie die in een conventionele centrale wordt opgewekt. De meer dan vijfduizend windmolens die op het ogenblik in Duitsland staan opgesteld leveren minder dan één procent van de benodigde electriciteit en slechts iets meer dan één promille van de benodigde totale energie. De milieubalans vertoont een vergelijkbaar beeld. De bijdrage van windenergie aan de beperking van de uitstoot van broeikasgassen ligt tussen de één de de twee promille. In zowel de energiebalans als de milieubalans is windenergie dus een van belang ontbloot. Bovendien groeit het energieverbruik in min of meerdere mate met de economie mee - ondanks alle pogingen tot betering van de efficiency. De al kleine bijdrage van windenergie wordt bij een groeiende economie steeds kleiner. Het energieverbruik stijgt in Duitsland op het ogenblik ongeveer 70 maal sneller als de ontwikkeling van windenergie.

Zo overschat als windenergie wordt wat betreft zijn bijdrage op milieu en energiegebied, zo onderschat worden de negatieve gevolgen. Dalende prijzen van onroerend goed weerspiegelen het kwaliteitsverlies in het leefmilieu - niet alleen in de omgeving van windturbines, maar in grote delen van Sleeswijk Holstein.

Steeds meer mensen omschrijven hun leefsituatie als onverdraaglijk als ze rechtstreeks blootgesteld worden aan de akoestische en optische effecten van windturbines. Er wordt gesproken over ziekmeldingen en arbeidsongeschiktheid, er wordt toenemend geklaagd over hartritmestoornissen en angstaanvallen, die inverband gebracht worden met de 'dicodreun' het laagfrequente geluid dat windparken voort kunnen brengen.

Ook de dierenwereld lijdt onder deze technologie. Aan de kusten langs de Noord- en Oostzee worden vogels verjaagd van hun broed- rust- en fourageplaatsen. In het binnenland worden steeds meer verdringingseffecten gezien.

Ook in economisch opzicht is de wind-energie allesbehalve een success story - ook al wordt dat vaak beweerd. In tegendeel: windenergie is een last voor de economie omdat ze door een geringe opbrengst van energie gecombineerd met hoge investeringskosten onrendabel is. Niettemin wordt, als gevolg van wetgeving, grootschalig privaat en publiek kapitaal geinvesteerd. Geld dat men tekort komt in de milieubescherming en dat ten koste gaat van de koopkracht, en uiteindelijk arbeidsplaatsen kost. Dat investeringen in windenergie zo buitengewoon aantrekkelijk zijn is een gevolg van de wettelijk vastgelegde vergoeding voor levering van windenergie aan het electriciteitsnet (die een veelvoud van zijn werkelijke marktwaarde bedraagt) en door belastingmaatregelen.

De Duitse politiek bevordert al meer dan 20 jaar - als gevolg van de publieke druk om een antwoord te vinden op milieuproblemen - een vals beeld van windenergie. Men laat het toe dat de windenergie in de publieke opinie wordt gepresenteerd als een soort totaal-pakket voor een schoner milieu, een verzekerde energievoorziening, de bestrijding van het broeikaseffect en een ontlopen van de risico's van kernenergie. Deze valse hoop wordt nog verder versterkt door het ontbreken van effectieve pressie ten behoeve van energiebesparing.

De ernstige gevolgen van windenergie voor ons dichtbevolkte land worden verdoezeld, wetenschappelijke inzichten worden genegeerd en kritiek is taboe. Voor deze politieke en maatschappelijke tendens zijn slechts weinigen immuun. Ook de grote natuurbeschermingsorganisaties, zien - in weerwil van hun statuten - werkloos toe bij deze verstoring van het landschap waar ze zo vele decennia met zoveel inzet voor gevochten hebben.

Zo kon een combinatie van op korte termijn succes gerichte politici samen met zich nergens om bekommerende ondernemers de weg vrij maken: door aanpassing van de wetgeving inzake ruimtelijke ordening en natuurbescherming zijn onze landschappen nagenoeg weerloos tegen de windenergie en dienen slechts voor een maximalisering van de opbrengst van investeringen. Tevens is de mensen die geconfronteerd worden met deze mensvijandige techniek de grondwettelijk geregelde inspraak bij de inrichting van zijn leefomgeving verregaand ontnomen.

Nadat alle pogingen om de politiek verantwoordelijken in dezen te beinvloeden vruchteloos zijn gebleken zien de ondertekenaars van dit manifest geen andere mogelijkheid dan naar buiten te treden. Met het oog op zware aantastingen die ons historsich gegroeide landschap waarop onze culturele identitiet is gebaseerd, bedreigenen, roepen we ertoe op de zowel ekologisch als ekonomisch zinloze ontwikkeling van windturbinetechnologie te beeindigen.

Wij eisen dat alle directe en indirecte subsidies voor deze technologie worden ingetrokken. In plaats daarvan moeten middelen gebruikt worden voor de ontwikkeling van efficientere technieken en voor wetenschappelijk onderzoek dat zicht biedt op werkelijk milieuvriendelijke en duurzame energievoorziening.

Wij waarschuwen nadrukkelijk voor een kritiekloze bevordering van een techniek die op de lange termijn de verhouding tussen de mensen en natuur ernstig kan verstoren. We zijn vooral bezorgd over een langzame, moeilijk waarneembare verandering in de houding van mensen die zich steeds minder lijken te realiseren hoe belangrijk het is om in een natuurlijke omgeving te leven.

Lijst met ondertekenaars

Botho Strauß (Schriftsteller)

Dr. Christoph Konrad (MdEP-Europäisches Parlament)

Dr. h. c. Horst Stern (Fernsehjournalist, Ökologe)

Dr. Heike Marchand (Physik)

Dr. jur. Manfred Bernhardt (Landrat)

Dr. med. Rolf Sammeck (Neuroanatomie)

Dr. phil. Karl Heinrich Rexroth (Geschichte)

Dr. phil. Monika Sammeck (Psychologie)

Dr. rer. nat. Günter Haungs (Feinwerktechnik)

Dr. techn. Hans Ernst (Elektrotechnik, Volkswirtschaft)

Gabriele Wohmann (Schriftstellerin)

Günter de Bruyn (Schriftsteller)

Prof. Dipl.-Ing. Horst Lottermoser (Maschinenbau)

Prof. Dr. agr. Dr. agr. h.c. mult. Eduard von Boguslawski (Agrarwissenschaften)

Prof. Dr. Clemens Arkenstette (Biologie, Agrarwissenschaften, Physiologie)

Prof. Dr. Dietrich Kühlke (Physik)

Prof. Dr. Dipl. Phys. Günther Kämpf (Physik)

Prof. Dr. Dr. h.c. Karl Alewell (Wirtschaftswissenschaften)

Prof. Dr. Dr. h.c. Manfred Löwisch (Arbeitsrecht)

Prof. Dr. Dr. Hans Pflug (Angewandte Geowissenschaften)

Prof. Dr. Dr. hc. mult. Rudolf Hoppe (Anorganische Chemie)

Prof. Dr. Dr. phil. Harald Brost (Institut f. Farbe, Licht und Raum)

Prof. Dr. Erwin Hartmann (Physik, medizinische Optik)

Prof. Dr. Hans Erich Riedel (Physik)

Prof. Dr. Hans Joachim Fitting (Physik)

Prof. Dr. Hans Schneider (Rechtswissenschaft)

Prof. Dr. Helmut Schröcke (Geowissenschaften)

Prof. Dr. Hermann Fink (Anglistik, Amerikanistik)

Prof. Dr. Horst Linde (Architektur)

Prof. Dr. Ing. Josef Leitenbauer (Bergakademie)

Prof. Dr. jur. Dr. jur. h.c. Karl August Bettermann (Rechtswissenschaft)

Prof. Dr. jur. Reinhard Mußgnug (Rechtswissenschaft)

Prof. Dr. med. Dr. rer. nat. Hans Hompesch (Hygiene, Mikrobiologie, Pathologie)

Prof. Dr. med. Hans-Jobst Wellensiek (Medizin, Mikrobiologie)

Prof. Dr. med. Joachim Bruch (Arbeitsmedizin)

Prof. Dr. med. Ludwig Rausch (Humanmedizin, Strahlenbiologie, Strahlenschutz)

Prof. Dr. med. Marianne Fritsch (Innere Medizin, Rehabilitation)

Prof. Dr. phil. Dietrich Denecke (Geowissenschaften)

Prof. Dr. phil. Dr. h.c. Hans-Günter Buchholz (Archäologie)

Prof. Dr. phil. Köves - Zulauf (Altertumswissenschaft)

Prof. Dr. phil. Otto Lendle (Altertumswissenschaften)

Prof. Dr. phil. Walter Wimmel (Altertumswissenschaften)

Prof. Dr. rer. nat. Benno Artmann (Mathematik)

Prof. Dr. rer. nat. Bruno Benthien (Geographie)

Prof. Dr. rer. nat. Dietrich von Denffer (Botanik)

Prof. Dr. rer. nat. Gerhard Gerlich (Physik)

Prof. Dr. rer. nat. Günter Braunss (Mathematik)

Prof. Dr. rer. nat. Günter Strübel (Geowissenschaften)

Prof. Dr. rer. nat. Hans Müller von der Hagen (Chemische Technologie)

Prof. Dr. rer. nat. Jörg Lorberth (Chemie)

Prof. Dr. rer. nat. Josef Weigl (Botanik)

Prof. Dr. rer. nat. Jürgen Hasse (Geographie)

Prof. Dr. rer. nat. Jürgen Wolfrum (Physik)

Prof. Dr. rer. nat. Karl Heinz Clemens (Elektrische Energietechnik)

Prof. Dr. rer. nat. Lothar Hoischen (Mathematik)

Prof. Dr. rer. nat. Michael von Renteln (Mathematik)

Prof. Dr. rer. nat. Nicolaus Peters (Zoologie)

Prof. Dr. rer. nat. Paul Patzelt (Chemie)

Prof. Dr. rer. nat. Peter Zahn (Mathematik)

Prof. Dr. rer. nat. Reinhard Brandt (Physikalische Chemie)

Prof. Dr. rer. nat. Rudolf Allmann (Mineralogie)

Prof. Dr. rer. nat. Siegfried Peter (Technische Chemie)

Prof. Dr. rer. nat. Wilfried Lex (Informatik, Logik)

Prof. Dr. rer. nat. Wolfgang Nolte (Mathematik)

Prof. Dr. sc. phys. Dr.- Ing. Herbert F. Mataré (Physik, Elektronics)

Prof. Dr. theol. Hubertus Halbfas (Religionspädagogik)

Prof. Dr. Thomas Rami (Physik)

Prof. Dr. Wolfgang Donsbach (Kommunikationswissenschaft)

Prof. Dr.-Ing. Bert Küppers (Elektrotechnik)

Prof. Dr.-Ing. Eckhard Bartsch (Geodäsie, Landmanagement)

Prof. Dr.-Ing. Frank Dörrscheidt (Regelungstechnik, Elektrotechnik)

Prof. Dr.-Ing. Herbert Schulz (Elektrotechnik, Produktionstechnik)

Prof. Dr.-Ing. Herbert Wilhelmi (Wärmetechnik, Hochtemperaturtechnik)

Prof. Dr.-Ing. Horst Ettl (Maschinenbau)

Prof. Dr.-Ing. Horst Hennerici (Maschinenbau)

Prof. Dr.-Ing. Klaus Steinbrück (Maschinenbau)

Prof. Dr.-Ing. Kurt Nixdorff (Mathematik)

Prof. Dr.-Ing. Kurt Staguhn (Kunstpädagogik)

Prof. Dr.-Ing. Manfred Thesenvitz (Maschinenbau)

Prof. Dr.-Ing. Mollenkamp (Strömungsmechanik)

Prof. Dr.-Ing. Otfried Wolfrum (Geodäsie)

Prof. Dr.-Ing. Rudolf Engelhorn (Energie- und Wärmetechnik)

Prof. Dr.-Ing. Rudolf Steiner (Technische Chemie)

Prof. Dr.-Ing. Stefan Britz (Maschinenbau)

Prof. Erhard Ernst Korkisch (Raumplanung, Landschaftsarchitektur)

Prof. Hans Jürgen Gerhardt (Elektrotechnik)

Prof. Ph. D. H. S. Robert Glaser (Biologie)

Prof. Thomas Duttenhoefer (Design)

Prof. Udo Ackermann (Design)

Prof. Ulrich Hirt (Mechatronik, Mikrosystemtechnik)

Prof. Uwe Machens (Elektrotechnik)

Prof. Werner A. Nöfer (Design)

Prof. Wilhelm Anser (Elektrotechnik)

Prof. Wilhelm Ruckdeschel (Maschinenbau)

Prof. Wolfgang Hoffmann (Wirtschaftsinformatik)

Wilt u meer informatie reageer dan nu windturbinenee@planet.nl

Terug

Laatste keer bijgewerkt: 9 april 2000