Stichting Windhoek

Laatste keer bijgewerkt: 27 juni 2000

WINDENERGIE IS GROOTVERBRUIKER VAN SCHAARSE COLLECTIEVE RUIMTE

Financieel Dagblad 23-6-00

De windturbinemanie kost schatten gemeenschapsgeld en nog meer schaarse ruimte. Haagse en regionale politici blameren zich door geen afstand te nemen van al die eco-bluf

Het landschapsverbruik in Nederland neemt hand over hand toe. Een sterk opkomende grootverbruiker is de windenergie-business. Die bepaalt nu al aanzien en kwaliteit van grote stukken van onze ongemeen kwetsbare Nederlandse kust-en poldergebieden. De plaatsing van turbines wordt met kracht bevorderd door actoren uit politiek, industrie, bankwezen, energiebedrijven, projektontwikkelaars en boeren. Na plaatsing veranderen stukken platteland in z.g. "windturbinelandschappen". Ik ken geen productiemiddelen, die hoger de lucht insteken dan turbines. Net als bij elke andere industriële activiteit worden deze turbines ingezet om winsten te genereren. Nu is winst niet vies, maar wel een zwak argument om veel ruimte uit de collectieve pot te claimen. Daarom heeft men heel handig gekozen voor een nobeler doelstelling: de dienst aan het milieu. Milieu in de plaats van winst is een grote stap. Dat vergt overredingskracht. In dit kader overdrijft de windenergielobby strijk en zet de opbrengst van de windenergie. Windturbines voorzien op dit moment voor ongeveer 1/150ste deel in onze behoefte aan electriciteit. Hun bijdrage aan onze totale energievoorziening bedraagt ongeveer 1/1300ste deel. Dit is een nietige bijdrage; te gering om ermee te lopen pronken. Is dit de reden, dat zelfs het ministerie van EZ in het Energierapport van November 1999 de opbrengst met een factor 6 overdrijft?. Hoe komt het dat de Tweede Kamer zoiets niet merkt ?.Er wordt opvallend vaak aan eco-bluf gedaan. In de trant van: "als er geen windturbines komen, dan verdrinken wij door zeespiegelstijging. Of: zonder windturbines dode bomen door CO2 emissie. Of: windturbines sparen veel fossiele brandstof uit". Wellicht zijn deze beweringen goed om ons allemaal alert te maken op onze plichten ten aanzien van het milieu. Kloppen doen ze echter niet. Om slechts één ding te noemen: verdrinken wij als we geen turbines bouwen? Dat moet dan gebeuren in een laag water van (veel) minder dan 1/100e millimeter. Want uitgaande van extreem ongunstige vóóronderstellingen zou dit in de 21e eeuw de invloed van de Nederlandse windmachines op de stijging van de zeespiegel kunnen zijn. Inderdaad: het effect van windenergie staat gelijk aan "pissing in the ocean". Het is te gek voor woorden om te dreigen met verdrinking in een vliesje, dat met het blote oog niet waarneembaar is. Desondanks wordt ons dit lot met grote regelmaat voorgespiegeld. De laatste kolder, die ik las is: Egmond aan Zee (met turbines) of Egmond in Zee, als je geen turbines wilt. Haagse en regionale politici blameren zich door deze onzin niet verre van zich te werpen; integendeel bereid te zijn er het karakter van grote stukken van onze collectieve ruimte, zelfs van de de Afsluitdijk, voor op te offeren. Onthutsend is ook, dat deze turbine-manie schatten gemeenschapsgeld kost. Nu of straks gaat dat tot 600 miljoen gulden per jaar kosten. Hier is een maatschappelijke kosten-batenanalyse méér dan nodig. De branche houdt die boot echter af. Logisch, want zo'n analyse zal vrij zeker uitwijzen, dat de sector én energetisch -dus ook qua invloed op het milieu- én economisch van verwaarloosbare belang is en (sociaal)ecologisch het etiket schadelijk verdient. Over 10 jaar gaan psychologen, politicologen en marketeers promoveren op de vraag, hoe deze sector desondanks kans heeft gezien heel veel van onze maatschappelijke activa binnen te halen. Of vindt er eerder al een parlementair onderzoek plaats ?.

Kan het uit de hand lopende landschapsverbruik door windturbines worden vermeden door ze op industrieterreinen neer te zetten ?. Nee, want ook dan zie je de 100 meter hoge gevaarten van verre rondtollen. Planning dient uit te gaan van de feiten en als die onoplosbare problemen meebrengen, dan is dat jammer. De problemen ontkennen is een slechte bijdrage aan de oplossing ervan.

In de literatuur worden rond turbineclusters drie zônes onderscheiden. In de eerste zône overheerst de cluster het landschapsbeeld. In de volgende ring is de cluster opvallend zichtbaar en in de ring daar weer omheen neemt de zichtbaarheid af tot nul. Bij de clusters, die nu, ook in Groningen, op het programma staan is de door de turbines gedomineerde zône 3½ à 4 km breed. Dit betekent, dat elke cluster het aanzien bepaalt van een gebied waarop 100 000 woningen zouden kunnen worden gebouwd. (In Noord Nederland zijn van 1990 t/m 1999 86 800 huizen gebouwd). Helaas moeten we voor onze kuststreken en de Afsluitdijk rekening houden met de komst van enkele 10-tallen clusters. De vraag is hoe geloofwaardig je nog bent als je enerzijds dit grootschalige landschapsverbruik toestaat en anderzijds Vinex-locaties aanwijst, de nota Belvedere ondertekent en bij gemeentelijke bouwplannen op efficiënt ruimtegebruik let. Ben je dan niet bezig als de man, die in zijn achtertuin absolute stilte eist en er gelijktijdig 3 hanen in loslaat ?. De kern van de zaak is dat niet de grond, maar de ruimte ontbreekt. Ik denk dan ook dat de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening zonder de begrippen landschapsverbruik, collectieve ruimte en vooral een fundamenteel onderscheid tussen ruimte en grond, nooit een goed stuk kan worden.

Pieter Lukkes

Prof. Dr. P. Lukkes is emeritus hoogleraar geografie


Pieter Lukkes; em. hoogleraar geografie.

ENERGIE, MACHT EN SPOKEN.

Wij kunnen niet zonder energie. Daarom is energie te belangrijk om aan gewone mensen te worden overgelaten. Het wereld-energiegebeuren wordt dan ook door machtige partijen beheerst. Die manipuleren de prijzen, spelen er militair-strategische spelletjes mee en zijn bereid er oorlogen om te voeren. Wie eenmaal de macht heeft wil de contrôle over de energie houden. Het kweken van een schaarste(gevoel) kan daarbij helpen. Want degene, die over de schaarse energie beschikt krijgt meer macht over de van hem afhankelijke afnemers. Bovendien is een krappe markt gunstig voor prijsmanipulaties. Hoge energieprijzen en een geloof in een werkelijke of aangeprate schaarste zijn redenen om op zoek te gaan naar alternatieve bronnen van energie. Daaraan doen de partijen, die nu al de contrôle over de energie hebben dapper mee, ook al omdat de alternatieve bronnen kansen bieden op flink geldelijk gewin. Met belastinggeld worden de aanbieders ervan vorstelijk beloond. Voor de grote bazen is het bovendien fijn, dat deze alternatieven de bestaande machtsverhoudingen niet aantasten, integendeel zelfs. Niemand vraagt zich af, of er niet een veel te hoge prijs wordt betaald voor een schijnprobleem of voor handig verkochte illusies. Een enorme propaganda-campagne heeft ervoor gezorgd, dat wij in merendeel geloven in een doemscenario. Ons is het spookbeeld van koude voeten in de toekomst voorgehouden en wij zijn bereid grote offers te brengen om deze en andere rampen te voorkomen. Ja zelfs de ruimtelijke kwaliteiten van Friesland worden ervoor opgeofferd. In dit beeld past de aankondiging van de regering dat zij per jaar 2500 miljoen gulden gemeenschapsgeld wil uittrekken om het aandeel duurzame energie op te krikken. Natuurlijk staan bij zo'n kolossaal bedrag tal van organisaties en personen te watertanden en te likkebaarden om uit die ruif te eten. Voor dat geld zijn ze graag bereid om de zegeningen van alternatieve energiebronnen, zoals windenergie, schromelijk te overdrijven. Hoelang kan dit doorgaan?. Zo zoetjesaan wordt het sprookje doorgeprikt, dat uitputting van fossiele brandstoffen dreigt. Daar is geen sprake van. Dat wordt terloops ook door de jongste energienota van de regering bevestigd. Die wijst op het bestaan van hydraten, waarin zich voor de hele wereld "voldoende fossiele brandstof voor vele honderden jaren" bevindt. Dit is voorzichtig uitgedrukt, want er zijn ook ramingen, dat er genoeg is voor duizenden jaren. Hydraten zijn opslagplaatsen van enorme hoeveelheden aardgas op en in zeebodems. In de aardlagen dááronder worden weer voorraden gewoon aardgas vermoed. Recentelijk heeft de Amerikaanse regering als machtige speler in het energie-stratego-spel een wet aangenomen, die het onderzoek naar en de ontwikkeling van de hydraten regelt. Kernfusie kan eveneens een uitermate belangrijke bron van energie worden. De grondstof hiervoor wordt uit gewoon water gehaald en is dus bijkans onuitputtelijk voorradig. Er is al tientallen jaren onderzoek naar het fusieproces gedaan. Als ik de website van het Amerikaanse Instituut van Electro-Ingenieurs (225 000 leden) goed begrijp, dan is het nu voor deze professionals geen vraag meer óf er kernfusie zal komen. Nee, voor hen is het de kunst om in aanmerking te komen voor onderzoeks-, ontwerp- en constructieopdrachten. Het is wijs om ervan uit te gaan dat kernfusie, als relatief schoon proces, een dominante plaats in het wereld-energiesysteem zal gaan innemen. Stel, dat aardgas en electriciteit uit kernfusie de basis zullen vormen van het toekomstige wereld-energiebestel, dan kunnen nu al 6 conclusies worden getrokken.

1.De milieubelasting als gevolg van energieverbruik zal in de toekomst zeer veel kleiner zijn dan nu het geval is en wellicht nauwelijks meer een probleem vormen.

2.De enorme financiële, landschappelijke en andersoortige offers, die nu worden gebracht ten behoeve van z.g. duurzame energie zijn contra-productief, want zij belemmeren en vertragen de overgang naar een schoon energie-regime.

3.Veel meer dan een tekort aan schone energie vormen de voorraden vuile brandstof (die eerst moeten worden opgemaakt, zo is het belang van zeer machtige partijen op het energietoneel) een wezenlijk probleem.

4.De overgang naar een schoon energie-systeem zet de huidige machtsverhoudingen op zijn kop. Zo zullen veel OPEC-landen het zwaar te verduren krijgen.

5.Deze overgang zal politiek, financieel en technologisch grote inspanningen vergen. Het is nodig, dat de ministers Pronk en Jorritsma, niet geremd door onbetrouwbare gegevens en daarop gestoelde politieke vooroordelen, écht op de toekomstige ontwikkelingen inspelen. Dáár ligt hun uitdaging.

6. Uit het verhaal, dat zij ons dan zullen vertellen zal blijken, dat het niet alleen overbodig maar ook onzinnig is om door plaatsing van windturbines de kwaliteiten van Friesland op te offeren aan een spookbeeld. Het spook ontbreekt namelijk.

Pieter Lukkes,  Leeuwarden  Tel/Fax: 058-2133390

NB. Het bovenstaande artikel is opgenomen in de Leeuwarder Courant van 25 Januari 2000 onder de door de redactie bedachte titel: "Veel te hoge prijs voor een spookbeeld."

Wilt u meer informatie reageer dan nu windturbinenee@planet.nl

Terug